nieuwsbrief-webwinkel
 
Trefwoord
dot
dot
Zoekenleeg
logo NICIS
logo NICIS
Print paginaContactSitemap
dot
Veel gestelde vragen

Vragen uit de overige kennisprogramma's
Aan de orde het raadsvoorstel beheerplannen (o.a. bomen). Schets met drie niveaus voor het beheer. Gekozen wordt voor de variant 'budgetneutraal', die aansluit bij de nu gereserveerde middelen. In de toelichting staat wel de kanttekening dat hiermee het wettelijk voorgechreven niveau van beheer niet wordt gerealiseerd. Een fractie dient een amendement in om op dat wettelijk niveau te gaan zitten, de coalitie verwerpt het amendement. De fractie vindt dit om redenen van milieu en veiligheid ongewenst en overweegt burgemeester te vragen om vernietiging. Wat zijn de kansen?Als een deelraadslid beroep doet op ambtelijke ondersteuning, die niet door de griffie te geven is, is er iemand nodig vanuit de ambtelijke organisatie. Het raadslid dient die ondersteuning dan zelf te betalen. Daarvoor zijn de gelden fractieondersteuning onder andere bedoeld. Is dit niet in tegenspraak met de regel dat een deelraadslid per jaar "recht heeft" op 32 uur ambtelijke bijstand, zoals dat is opgenomen in de verordening, zoals die in gemeente X gehanteerd wordt? En als er inderdaad sprake is van het betalen voor ambtelijke bijstand zou het dan niet handig zijn dit in de betreffende verordening op te nemen? Als een presidium vooraf inschat dat de stemmen in een vergadering gaan staken, kunnen er dan twee raadsvergaderingen op 1 dag worden uitgeschreven met als oogmerk om op 1 dag besluitvorming te verkrijgen over de voorstellen waarover de stemmen gaan staken?Als een raadsvergadering is geschorst op bijvoorbeeld 28 juni en op donderdag 5 juli wordt voortgezet, wat wordt de datum op de besluiten die op 5 juli worden genomen: 28 juni of 5 juli? Beschikt u over voorbeelden van een schriftelijke instructie aan het stembureau? Bij de benoeming van een wethouder van buiten de raad wordt volgens ons RvO een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Er zal worden voorgesteld een niet-ingezetene te benoemen. In welke volgorde verloopt de procedure als het gaat om: 'het onderzoek van de commissie', 'de stemming en benoeming' en 'het verlenen van de ontheffing vereiste ingezetenschap'?Bij een besluit over een voorstel met vier onderdelen wil een fractie voor de beslispunten 1,2 en 3 stemmen maar tegen beslispunt 4. Vaak betreft het dan een beslispunt waarin het financieringsvoorstel wordt geformuleerd. De fractie is van mening dat dit moet kunnen. De voorzitter accepteert dit niet. Hij vindt dat de fractie dan een amendement in had moeten dienen. Tegen een beslispunt zijn is tegen het voorstel stemmen. In het RvO is hierover niets geregeld. Wiens redenering is het meest steekhoudend? De Apeldoornse raadsleden hebben laptops voor hun raadswerk van de gemeente in bruikleen. In tegenstelling tot eerder bericht stelt de fiscus nu dat hierover belasting moet worden betaald (via bijtelling 30% van de waarde van de laptops over drie jaars afschrijvingstermijn). De gemeente zou dat dan weer dienen te vergoeden aan de raadsleden (i.e. EUR 60.000 aan extra kosten op de begroting). Is dit bij andere gemeenten al aan de orde (geweest)? En hoe gaan de verschillende gemeenten hiermee om? De gemeenteraadsfractie SGP/CU (verhouding raadsleden: 4 en 2) heeft zich opgesplitst. De SGP leden (4 personen) willen de oude fractienaam (SGP/CU) blijven hanteren. De raadsleden van de CU willen verdergaan onder de naam CU. Mogen de overgebleven SGP-raadsleden zich SGP/CU fractie blijven noemen zonder medewerking van de CU? En mogen de CU- raadsleden zonder medewerking van de SGP-raadsleden zich CU noemen?De Gemeentewet en de Kieswet hebben beide artikelen over het moment waarop de raad wisselt. Welke wet is hierin leidend?De kinderopvangtoeslag voor raadsleden is geregeld in de verordening op rechtspositie raads- en commissieleden. Mogelijk is dit niet rechtmatig. De vraag is nu of er andere mogelijkheden zijn dit te regelen dan via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst ? Dienen wethouders bij ziekte ziekgemeld te worden? Maakt het daarbij uit of het externe wethouders zijn of niet? Dient de beslotenheid van een besloten vergadering in een besloten vergadering te worden opgeheven of kan of moet dit in een openbare plaatsvinden?Een aantal vragen op het gebied van wijkeconomie/functiemenging: Hoe hebben andere gemeenten de inventarisatie aangepakt? Hoe gaan zij ermee om als zij een aanvraag krijgen van een projectontwikkelaar? Welke aspecten zijn dan van belang bij de afweging? Is er een soort standaard hiervoor?Een bedrijf heeft een videowall in het winkelcentrum van de gemeente X. Gemeente X wil de videowall gebruiken om een gemeentelijke promotiecampagne te ondersteunen. Raadslid Y is eigenaar van het bedrijf van de videowall. De gemeente wil tegen een marktconforme vergoeding gebruik maken van de videowall. Is art. 15, lid 1 Gem. wet van toepassing en zo ja, dan ook lid 2? Een benoemd raadslid Y treedt uit fractie X en begint "zijn eigen" fractie Y. Personen op de kandidatenlijst van X melden de lijn van fractie X ook niet meer te willen volgen en de lijn te kiezen van Y. Kunnen deze personen burgerraadslid worden voor fractie Y? Een commissielid (geen raadslid) wijzigt van politieke partij. Hoe gaat dat verder? Moet deze persoon opnieuw benoemd en beëdigd worden of is een brief aan de voorzitter van de raad voldoende? Een fractie dient een amendement in om op dat wettelijk niveau te gaan zitten, de coalitie verwerpt het amendement. De fractie vindt dit om redenen van milieu en veiligheid ongewenst en overweegt burgemeester te vragen om vernietiging. Wat zijn de kansen?Een fractie van de gemeenteraad wil een "commissielid niet-zijnde raadslid" inzetten. Wat zijn hiervoor de vereisten?Een raadsfractie heeft de wethouder al enige malen gevraagd een voetgangersoversteekplaats (hierna: zebrapad) bij een verzorgingstehuis aan te leggen. De fractie is van mening dat de wethouder niet voortvarend genoeg handelt en wil nu zelf actie ondernemen. De fractie wil een initiatiefvoorstel indienen. Voor het aanleggen van een zebrapad is een verkeersbesluit nodig. Artikel 18 WVW geeft deze bevoegdheid aan het College van B&W. Hiermee komt de raad dus geen bevoegdheid toe, en zou de raad dus ook deze bevoegdheid zich niet kunnen toe igenen middels een aangenomen initiatiefvoorstel. En dat de fractie het zich gestelde doel (realisatie zebrapad) het beste kan realiseren middels het indienen van een motie (gericht op de bevoegdheid van het college). Graag verneem ik van u of mijn zienswijze de juiste is.Een raadsfractie wil een initiatiefvoorstel indienen dat erop is gericht om een subsidieverzoek alsnog te honeren. Is de raad hiertoe competent? Als dat niet het geval welke andere mogelijkheid is er voor de raad om het verstrekken van subsidie alsnog gedaan te krijgen? Een raadslid heeft besloten om per 1 juli uit de raad te treden. Wat zijn precies de regels en procedures bij het uittreden uit de raad en het toetreden van een nieuw lid tot de raad? Een raadslid heeft zich vanaf 2008 afgescheiden van een partij. Hij is verder gegaan onder zijn eigen naam. Nu wil hij, drie maanden voor de verkiezingen, met zijn nieuwe partijnaam (inmiddels ingeschreven bij notaris) verder. Mag dat?Een raadslid is door de politie opgepakt vanwege een vermoeden van een strafbaar feit (buiten zijn raadslidmaatschap). Zijn voorlopige hechtenis is verlengd met 30 dagen. Heeft dit consequentie voor zijn raadslidmaatschap? En als hij ter zijner tijd eventueel veroordeeld is?Een raadslid is gepensioneerd ambtenaar van de gemeente. Hij deed als ambtaneer de administratie van een stichting die door de gemeente was opgericht (btw-constructie). De stichting is opgeheven. Hij gaat de afwikkeling doen, tegen uurloon, betaald door de gemeente uit de middelen van de stichting. Mag dat? En welk risico loopt hij? Een wethouder die nu binnen de gemeente woont, wil graag om privé redenen buiten de gemeente gaan wonen. Is dit mogelijk? Zo ja, dient hij hiertoe toestemming te krijgen van de gemeenteraad en voor hoe lang is dit mogelijk? Er moet gestemd worden over voorzieningen waar raadsleden in de besturen zitten. Moeten raadsleden zich onthouden van stemming vlgs artikel 28 gemeentewet?Gemeente X is bezig de verordeningen voor de vergoedingen voor de raad aan te passen. Bestaat hier meer informatie over? Hierbij kunt u denken aan de ervaring van andere gemeenten. Heeft het raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter het recht om aan stemmingen deel te nemen?Hoe bepalend is de Wet openbaarheid van bestuur voor de gemeentelijke informatie?Hoe gaat de ontslagprocedure van de griffier na een fusie in zijn werk? Hoe is de G30 tot stand gekomen?Hoe kan een raadslid het beste omgaan met een werkgever (bedrijfsleven) die problemen dreigt te maken over zijn raadslidmaatschap? Op welke regelgeving kan een raadslid zich in dit geval beroepen?Hoe kan ik informatie krijgen over de onderzoeksresultaten van onderzoeksprogramma's van NICIS?Hoe kom ik aan het recente rapport van KIEM over onderzoeken onder Antilliaanse risicojongeren?Hoe kom ik in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum?Hoe moeten de bedenkingen van één raadslid worden geïnterpreteerd? Hoe moeten griffier omgaan met blancostemmen. Klopt het dat blancostemmen niet worden aangemerkt als behoorlijke stem, maar wel meetellen voor het quorum?Hoe ontwikkelde de integratie van etnische minderheden zich in de afgelopen jaren?Hoe regelen andere gemeenten de verplichting op grond van de AwB (afdeling 3.4) dat het bestuursorgaan dat uiteindelijk het besluit neemt ook dit besluit ter inzage legt?Hoe verkrijgt een migrant de Nederlandse nationaliteit en welke rol speelt de gemeente hierin? Hoe wordt nu bereikt dat verweer wordt gevoerd inzake een, in afwijking van het desbetreffende raadsvoorstel, genomen raadsbesluit, op zodanige wijze dat de gemeenteraad zich hierin voldoende herkent.Hoe ziet het huidige integratiebeleid er uit?Ik ben bezig met herziening van ons reglement van orde. De raad wenst ruimhartig toestaan van spreekrecht, maar ambtelijk wordt gewaarschuwd dat voorkomen moet worden dat het spreekrecht de formele inspraak dookruist, of de raad als scheidsrechter voor indivudele belangen wordt ingeschakeld. Het spreekrecht zou volgens deze waarschuwingen strikt uitgesloten moeten zijn voor onderwerpen waar bezwaar of beroep open staat of heeft gestaan. Is dit een verstandig onderscheid om strikt te handhaven? Of kan de raad besluiten dat elke burger zijn verhaal mag komen doen? Ik ben op zoek naar financiering voor mijn project. Kan ik daarvoor bij KIEM terecht?Ik ben op zoek naar meer informatie omtrent de kennisinvesteringsquote (KIQ). Ik wil graag weten wat deze inhoudt en welke activiteiten er mee gemoeid zijn.Ik ben samen met de juridisch medewerker van onze gemeente bezig om een protocol te maken voor het opleggen van geheimhouding. We verschillen alleen van mening over wanneer dit zou moeten gebeuren. Ik was gewend vanuit mijn vorige gemeente dat de geheimhouding die B&W op stukken legt wordt bekrachtigd d.m.v een beslispunt in het raadvoorstel over dat onderwerp. De jurdisch medewerker stelt dat dit eerder moet. Hij geeft aan dat conform art. 25 lid 3 van de gemeentewet de raad in de eerst volgende vergadering deze moet bekrachtigen. Wij verzenden altijd de stukken voor de nieuwe cyclus op de donderdag voor de dinsdag dat wij raad hebben. Als je zijn redenering zou volgen dan zouden we spoedbesluit moeten nemen op de dinsdag erop ipv in de volgende cyclus. Er schijnen ook gemeenten te zijn dit ook daadwerkelijk doen. Mij lijkt dit onwenselijk gezien de planning van de stukken. De raad wordt in het weekend overvallen door dit verzoek om daar dan wel een paar dagen later wel over te moeten beslissen. Zij hebben dan geen tijd gehad om het er samen over te hebben c.q. de stukken goed te bekijken of het wel terecht is. Vandaar dat mijn voorkeur uitgaat naar het bekrachtigen in de volgende cyclus, zodat dit fatsoenlijk voorbereid kan worden. Kunt u aangegeven welke ruimte de wet biedt en of hier jurisprudentie over is? Ik lees steeds in de krant en de bladen dat burgemeester Leers in de problemen is gekomen omdat hij zijn ambtsgeheim heeft geschonden. Zelfs rechtsgeleerden hebben in hun rapport over schending van het ambtsgeheim gesproken. Maar ik vraag me af of een burgemeester wel een 'ambts'-geheim heeft zoals een arts en een dominee dat hebben. Hij is toch gewoon gebonden aan artikel 272 SR en 2:5 Awb, zoals iedereen? Ik moet voor school een werkstuk over integratie maken. Kan ik bij KIEM terecht voor informatie?In de raad is een amendement ingediend dat het volledige raadsbesluit 'overruled'. Er zijn wat geluiden binnen de raad die aangeven dat er daarna toch het raadsbesluit aan de orde moet worden gesteld. M.i. is dat overbodig/niet nodig, maar kan hierover feitelijk in de reglementen niet over vinden. Kunnen jullie me aan wat informatie hierover helpen? In de SDU uitgave 2008 over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers staat op pagina 25 dat een nieuw raadslid recht heeft op een vergoeding vanaf het moment van beëdiging. Art. 96 Gemw spreekt over leden van de raad die recht hebben op een vergoeding. Ben je niet al raadslid vanaf het moment van benoeming? Indien hoofdelijke stemming is gevraagd over een concept-besluit zijn raadsleden in beginsel verplicht hun stem uit te brengen. Dienen raadsleden die niet mee wensen te stemmen op andere gronden dan genoemd in de Gemeentewet, de raadszaal te verlaten? Of is het ook toegestaan plaats te nemen op de publieke tribune?In gemeente X is door de raad besloten om een regeling te treffen waardoor raadsleden in aanmerking komen voor een vergoeding van een computer en voor een maandelijkse bijdrage voor een internetverbinding. Over dat laatste staat in de verordening: 'Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en anbonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur. De vergoeding zal € 25,00 per maand bedragen.' Nu was de raad vooraf op de hoogte gesteld van het feit dat voor de vergoeding voor de aanschaf van de computer loonbelasting ingehouden zou worden. Voor het hierbovengenoemde artikel was dat niet het geval. P&O heeft nu echter aangegeven dat dat ze dat wel moet inhouden. Kan er met de huidige formulering in de verordening, toch een uitleg gegeven worden waarbij de volledige € 25,00 per maand wordt vergoed? Ingevolge artikel 213, tweede lid van de gemeentewet wijst de raad de accountant aan. Dat is geschied. Het contract is gesloten voor de periode van drie jaar. I.v.m. a.s.herindeling is het de bedoeling het contact met een jaar ( het laatste jaar dat de gemeente zelfstandig is) te verlengen. Wie is bevoegd: de raad of het college?In het kader van de nWRO moeten vanaf 1 januari alle bestemmingsplannen gedigitaliseerd worden. Van onze ambtenaar die de voorbereidingen daarvoor treft begreep ik dat er maar 1 persoon is die straks de bestemmingsplannen kan waarmerken voordat ze digitaal geplaatst gaan worden. Nu paraferen de griffiers de papieren versie van de bestemmingsplannen en bevestigen daarmee dat die plankaart zo door de raad vastgesteld is. Ik ben benieuwd hoe andere griffiers ermee omgaan als dat waarmerken straks door een ambtenaar gaat gebeuren. Hoe kunnen wij verifiëren dat de juiste versie gewaarmerkt en geplaatst wordt, of dragen we de verantwoordelijkheid daarvoor over aan de ambtelijke organisatie?In het kader van een raadsvoorstel inzake het nemen van een beslissing op een planschadeclaim heeft het college de raad via een vertrouwelijke brief geïnformeerd over de juridische mogelijkheden voor planschadeafwenteling. Naar aanleiding van deze brief wil een fractie het initiatief nemen om over deze problematiek de raad een uitspraak te laten doen. Ter openbare raadsvergadering een motie indienen naar aanleiding van een vertrouwelijk schrijven lijkt niet handig en is niet de gewenste zet. Wat zou een geëigende methode kunnen zijn? Bijvoorbeeld een brief van een of meerdere raadsfracties aan het college? Een vertrouwelijk overleg van de raad of raadscommissie met deportefeuillehouder?In het kader van een specifiek onderzoek, interviewt de rekenkamercommissie een aantal sleutelfiguren. Hiervan worden geluidsopnamen gemaakt, aan de hand waarvan de commissie later het verslag maakt. De schriftelijke verslagen worden ter instemming aan de geinterviewden voorgelegd. Is de rekenkamercommissie gerechtigd om vervolgens de bandopnamen te vernietigen of dienen de opnamen als document in het gemeentearchief te worden opgenomen? M.i. is dit op van de Archiefwet verboden en mag alleen de gemeentesecretaris als zorgdrager voor het gemeentelijke archief binnen bepaalde kaders een dergelijk besluit nemen.In het KB van 1852 staat dat de burgemeester het onderscheidingsteken onder meer draagt als hij voorzit in de raadsvergadering. Artikel 3 van dit KB luidt: Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt. De vraag komt hier op of, na de dualisering van het gemeentebestuur, de vervangende raadsvoorzitter wordt geacht de ambtsketen bij die raadsvergadering te dragen. Is hier nadien iets over vastgelegd door de minister of is het een kwestie van interpretatie van het oude KB? In hoeverre is een bestuursrapportage van het college waarin een eindejaarsprognose wordt gegeven beschikbaar op het moment dat de raad de begroting behandelt?In onze gemeente heeft de commissie formeel de functie te overleggen met het college over de raadsvoorstellen en te een advies uit te brengen aan de raad. Vaak verwoorden de fracties dit laatste in de term: "rijp voor behandeling in de raad". Onze gemeente telt vier fracties die naar rato vertegenwoordigd zijn in de commissie. Wat moet er gebeuren indien twee fracties een voorstel wel door willen sturen naar de raad en twee fracties niet ?In veel gemeenten is er voor de personele uitvoering een mandaat of delegatieconstructie geregeld naar het college van burgemeester en wethouders. In mijn gemeente is dit niet het geval. Kunt u voor mij de mogelijkheden op een rij zetten?Is de raad bevoegd een aanbestedingsprocedure op te starten en te doorlopen of dient de raad dit te delegeren aan het college en op grond waarvan?Is de verwijzing van de SP- fractie naar het Burgerlijk Wetboek artikel 116 lid 2 (een schuldeiser kan zelf bepalen waar zijn geld naar toe wordt overgemaakt) een terechte verwijzing?Is de voorzitter van de deelraad op basis van artikel 77 van de gemeentewet bevoegd om in voorkomende gevallen de plv. voorzitter te overrulen? Is een elektronische ondertekening voldoende om gemeentelijke besluiten door te voeren? Is er voor de functiewaardering van de griffiemedewerkers een besluit van de gemeenteraad nodig of valt dit onder de bevoegdheden van de raadsgriffier?Is het juridisch mogelijk om te korten op de onkostenvergoeding van een raadslid indien deze regelmatig afwezig is? Is het juridisch toegestaan dat de raadsvergoeding van het raadslid dat wegens ziekte tijdelijk wordt vervangen door een ander raadslid op verzoek van zijn fractie niet wordt uitbetaald en het tijdelijk raadslid uiteraard wel wordt uitbetaald? Of moeten ze beiden worden uitbetaald ook al geeft het betreffende raadslid dat wordt vervangen zelf aan geen raadsvergoeding te willen ontvangen? Is het mogelijk om de feitelijke vaststelling van presentiegelden voor leden van raadscommissies die geen raadslid zijn over te laten aan de afzonderlijke fracties, door die presentiegelden te laten betalen uit de vergoeding fractiekosten, zonder de hoogte van de vergoeding in een verordening vast te leggen? Is het mogelijk om per verordening te regelen dat slechts een bepaald aantal commissieleden/niet-raadsleden per fractie recht heeft op presentiegeld? Is het mogelijk om een duo-griffier aan te stellen?Is het mogelijk voor het werkgeverschap van de raad dat zij enkele bevoegdheden van de raad naar fractievoorzitters delegeert? Is het nodig dat de fractievoorzitters zich organiseren in een orgaan zoals bijv. het presidium? Of mogen de bevoegdheden ook gemandateerd worden aan de 'verzameling' van fractievoorzitters? Mogelijk zou de rol van de fractievoorzitters opgenomen kunnen worden in de instructie voor de griffier.Is het noodzakelijk dat gelet op artikel 37 Gemeentewet er een schriftelijk voorstel en besluit ligt onder de benoeming van wethouders of kan volstaan worden met de vastgestelde notulen van de raadsvergadering waarin wethouders worden benoemd en beëdigd? Is het volgens de gemeentewet toegstaan om alleen een geluidsband te hebben als verslaglegging van de raadsvergadering? Kan de gemeente of de griffier aansprakelijk worden gesteld voor het verspreiden van raadsvragen?Kan de gemeenteraad besluiten een jaarrekening niet vast te stellen indien het college voorgenomen beleid niet heeft uitgevoerd, en indien de raad niet kan instemmen met de tekst die is opgenomen in de jaarrekening?Kan de raad een besluit nemen via de Lijst Ingekomen Stukken? Stel dat de raad in kan stemmen met het plan en de voorgestelde procedure (voorgeleggen via de lijst IS met een reactietermijn, waarna het besluit geacht wordt te zijn aangenomen) is er dan sprake van een rechtsgeldig besluit of moet dat aansluitend nog bekrachtigd worden in een officiele raadsvergadering? Kan de verordening op het burgerinitiatief van gemeente X gebruikt worden om de gemeenteraad te vragen om een referendum te houden over de vraag of gemeente X zelfstandig moet blijven of dat de gemeente heringedeeld moet worden? en kunnen in voorkomend geval aan dit referendum bindende elementen gekoppeld worden? Kan een door de raad verworpen raadsvoorstel in de daarop volgende raadsvergadering met exact dezelfde bewoordeningen opnieuw worden ingebracht, maar dan als initiatiefvoorstel? Kan een externe persoon (geen raadslid) een raadscommissie voorzitten?kan een lid van de door het college benoemde WMO raad, ook een door de raad benoemd commissielid zijn?Kan een medewerker van een verbonden partij raadslid zijn? Kan een motie wel of niet worden aangehouden? Kan een nieuwe wethouder eerder worden benoemd dan de vertrekkende weg is?Kan een raadslid, gelet op art. 15 Gw, optreden als getuige voor procespartij A in een bestuursrechtelijk geding, waarbij de gemeente procespartij B is?Kan een raadslid (ex wethouder) directeur zijn van een stichting die te boek staat als verbonden partij? Dat is een samenwerkingsverband tussen een andere gemeente, de provincie en twee waterschappen. Kan een raadslid aanspraak maken op commissievergoedingen?Kan een raadslid de raadsperiode afmaken als hij voor de einddatum verhuist naar een andere gemeente?Kan een vertrouwenscommissie direct na vaststelling van de verordening waarmee zij wordt ingesteld vergaderen? Kan een waarnemend griffier tevens loco-secretaris zijn? Onverenigbaarheid van functie van secretaris en griffier is duidelijk, maar hoe is het met de vervanging, althans op papier?Kan het afscheid van de oude raad op dezelfde avond plaatsvinden als de eerste (installatie)vergadering van de nieuwe raad?Kan het college een voorstel van de raadsagenda terugnemen? Kan het presidium besluiten dat er alleen een stemming plaatsvindt in plaats van een heropening van de beraadslagingen? Kun je bij een niet voltallige raadsvergadering fractiegewijs stemmen en daarbij uitgaan van de fictie dat alle raadsleden aanwezig zijn? Kun je een bestuurslid als vertegenwoordiger zien? In een van onze kernen in onze gemeente wordt een sportpark ontwikkeld. Daar is een voetbalvereniging en een zwembad betrokken. Drie raadsleden bekleden bestuursfuncties in deze verenigingen. Zouden ze zich wel of niet van stemming moeten onthouden? Ik begrijp dat het aan het raadslid zelf is. Maar wat kunnen we adviseren?Kunnen er in de vergadering van de installatie van de raad ook andere agendapunten worden opgevoerd?Kunnen raadsleden in de toekomst nog plaatsnemen in de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen? Zo nee, bij wie ligt dan het initiatief om een en ander duidelijk te maken en deze verandering te effectueren? Mag een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen met zijn/haar fractievoorzitter?Mag een burgemeester op grond van artikel 17 lid 2 gem.wet binnen bijvoorbeeld vier uur een raadsvergadering beleggen of is hij gehouden aan de in het model rvo opgenomen termijn van 7 dagen ? Mag een fractie vóór een besluit stemmen, terwijl ze tegelijkertijd tegen een amendement zijn? Mag een raadsbesluit dat is genomen tijdens een raadsvergadering waarin de burgemeester als voorzitter optrad de volgende dag bij afwezigheid van de burgemeester worden getekend door de plaatsvervangend voorzitter van de raad? Mag een raadslid meestemmen tijdens de stemming van de raad over zijn benoeming tot wethouder? Het betreft de benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds is openvalt. Moet een te benoemen wethouder ten tijde van het onderzoek van de geloofsbrieven al 'wethouder-af' zijn?Moet in een raadzaal een portret/afbeelding van de Koningin aanwezig zijn? Mogen politieke partijen aan bedrijven/instellingen financiële steun vragen?Naar aanleiding van de nota wijkgericht werken is de gemeente opzoek naar een model voor bewonersorganisaties en wijkbudgetten, om te komen tot een eenduidige subsidiering van deze organisaties. Welke typen wijkbudgetten bestaan er? Onze gemeente heeft een wethouder die niet in de gemeente woonachtig is. Naar verwachting zal deze wethouder na ommekomst van het eerste jaar wethouderschap nog niet verhuisd zijn. Wie is nu de eerst aangewezene om een raadsvoorstel voor ontheffing te schrijven en dus ook in de raad te verdedigen? Het college, de fractie die hem als wethouder heeft voorgedragen of de formateur van de coalitie?Onze rechtspositieverordening voor raadsleden kent een uitkering bij aftreden (art 13b). Een van onze raadsleden is benoemd tot wethouder in een andere gemeente. Is de uitkering in deze situatie niet strijdig is met artikel 44 van de gemeentewet?    Op 10 december 2009 gaat het ontslag in dat een wethouder genomen heeft. Totdat na de raadsverkiezingen van 3 maart 2010 nieuwe wethouders zijn benoemd, worden de portefeuilles van de wethouder die ontslag heeft genomen, waar genomen door twee collega wethouders. Zij krijgen vanwege deze waarneming urenuitbreiding. En van 0,5 naar 1,0 fte en n van 0,8 naar 1,0 fte. Kan deze uitbreiding door het college besloten worden of heeft de raad hier een bevoegdheid in. Overigens brengt deze uitbreiding, als de beide wethouders niet opnieuw benoemd worden na de verkiezingen ook aanmerkelijk hogere wachtgeldverplichtingen met zich mee. Mocht het zo zijn dat de raad een bevoegdheid heeft dan zou de raad deze morgenavond (3 december) al moeten gebruiken.Op dit moment is er een waarnemend voorzitter van de raad. Echter deze kan niet voorzitten bij een van de onderwerpen wegens belangenverstrengeling. De twee andere personen die het langste raadslid zijn en vervolgens het oudste, zijn minder geschikt om dit zeer politieke onderwerp voor te zitten. In de wet staat dat de raad ook iemand anders kan aanwijzen. Is hier een officiële procedure voor?Op welke wijze (schriftelijk of mondeling) dienen wethouders hun benoeming te aanvaarden? Per 1 oktober j.l. ben ik als operationeel coördinator/projectleider in de rang van inspecteur aan de slag gegaan bij de regiopolitie Limburg-Noord, district Midden Limburg, basiseenheid Roermond. Na een inwerkperiode zal ik, na het behalen van het hulpofficier van justitie certificaat, worden aangewezen en worden ingezet als officier van dienst in het district Midden Limburg waar de gemeente Maasgouw deel van uit maakt. De taak en bevoegdheid hieromtrent zal zijn om als Hulpofficier van Justitie op te treden. Naast het feit dat ik dit meld, verzoek ik je om uit te zoeken of dit voor mijn werk als raadslid namens Lokaal Belang van de gemeente gemeente Maaasgouw consequenties kan hebben, dan wel heeft. Ik denk aan bepalingen bij of krachtens de gemeentewet, c.q. ander wetgeving.Procedure bij staken stemmen. Bij de behandeling van een voorstel in onze raadsvergadering is een aantal amendementen ingediend. Bij het in stemming brengen van het meest verstrekkende amendement staakten de stemmen. Het amendement zal nu in een volgende vergadering opnieuw in stemming worden gebracht. Als dan het amendement door het wederom staken van de stemmen verworpen wordt, zullen vervolgens de andere amendementen en het raadsvoorstel in stemming worden gebracht. Wat zijn de consequenties als bij deze voorstellen die nog niet eerder in stemming zijn gebracht de stemmen weer staken?Recentelijk is er door een fractie een interpellatie debat aangevraagd. Dit gebeurde tijdens een schorsing van een vergadering. het onderwerp is toen nog niet afgehandeld, er is door de raad nog geen besluit genomen, maar het interpellatiedebat heeft wel al plaatsgevonden in een volgende raadsvergadering. Is het zo dat feitelijk de besluitvorming wel al gedaan had moeten zijn voordat een interpellatiedebat gehouden kon worden? Sinds enige jaren zet de gemeente Waterland de geluidsfragmenten integraal op de gemeentelijke website. Daarnaast worden de ingekomen brieven gescand en eveneens op de website gezet. In hoeverre vallen brieven aan de gemeenteraad onder de wet bescherming persoonsgegevens in het licht van deze werkwijze? Tijdens de afgelopen raadsvergadering zijn een paar fracties weggelopen uit de raadsvergadering (om niet meer terug te keren) zonder uitleg te geven waarom. Ik geloof niet dat er iets is geregeld hierover in de Gemeentewet (anders dan dat een quorum nodig is). Heb ik dat juist?Vanwege de afschaffing van het ID-besluit op rijksniveau zijn veel stadswachtorganisaties in financiële problemen gekomen. Ik wil graag weten hoe andere vergelijkbare gemeenten dit hebben aangepakt en hoe ze dit hebben gefinancierd en hoeveel dit gekost heeft.Verordening artikel 212: wanneer er middelen over waren binnen een bepaalde functie in de begroting dan kon het college besluiten om die middelen in te zetten voor een andere activiteit binnen die functie. Is het schuiven met middelen door het college ook mogelijk tussen de activiteiten die in een programma staan. Wij hebben bijv. in een programma peuterspeelzalenbeleid en sportbeleid. Kan een overschot op peuterspeelzaalbeleid door het college ingezet worden voor bijv. de aanleg van een sportveld of is daar tussenkomst van de raad voor nodig? En welke relatie ligt hier met artikel 212 van de gemeentewet?Volgens art 213 gemeentewet is het een taak van de raad om een accountant aan te wijzen waarmee een meerjarig contract wordt aangegaan. Nu stuurt onze accountant ook elk jaar een herbevestiging van de opdracht. binnen onze organisatie is nu verschil van mening wie deze ondertekent: de griffier namens de raad, of het college voor de uitvoering. Van onze accountant begrijp ik dat dit in alle gemeenten waar zij werken de griffier is.Vorige week heeft de raad een raadslid wegens langdurige ziekte tijdelijk ontslag verleend, en een vervanger tijdelijk benoemd. Nu is het raadslid overleden. Volgens de Kieswet (X10-12) duurt de vervanging altijd zestien weken. Moet de vervangster nu haar zestien weken uitdienen en kan ze daarna pas definitief worden benoemd of wachten we tot ergens in het zomerreces de termijn verstreken is? Waar kan ik algemene informatie over etnische minderheden in Nederland vinden?Waar kan ik informatie vinden over verantwoording en controleprotocollen van inburgeringstrajecten?Waar kan ik informatie vinden over wet- en regelgeving inzake inburgering van nieuw- en/of oudkomers?Waarvoor mag een raadslid vergoedingen krijgen, naast de gewone maandelijkse vergoeding en onkostenvergoeding? Wanneer kan het college, als zij een extra krediet nodig heeft, volstaan met enkel het voorleggen van een begrotingswijziging en wanneer dient zij een afzonderlijk voorstel voor het beschikbaar stellen van aanvullend budget aan de raad voor te leggen?Wat houdt de nieuwe Wet Inburgering in, die de Wet Inburgering Nieuwkomers gaat vervangen?Wat houdt de term creatieve stad in?Wat is de definitie van etnische minderheden die KIEM hanteert?Wat is de rol van de OR in relatie tot de griffier? Wat is de status van het lidmaatschap van een raadslid die ontslag heeft genomen of zijn/haar zetel ter beschikking heeft gesteld?Wat is er op het gebied van opvoedingsondersteuning (voor Antillianen) beschreven en ontwikkeld?Wat is het huidige inburgeringsbeleid in Nederland?Wat kan een burgemeester doen wanneer twee raadsleden het fractievoorzitterschap opeisen en hierover geen overeenstemming bereiken? Is hierover wettelijk iets vastgelegd? En wat als twee raadsleden ieder voor zich de naam van hun partij claimen?Wat zijn de bevoegdheden van de gemeenteraad m.b.t werkgeversrol v/d raad? Wat zijn de bevoegdheden van gemeenten ten aanzien van subsidieaanvraag voor politieke partijen?Wat zijn de contactgegevens van TOPA?Wat zijn de eisen die worden gesteld aan het basisexamen Nederlands in het land van herkomst?Wat zijn de inwoneraantallen van de steden in het GSB beleid? Wat zijn de meest succesvolle en inspirerende integratieprojecten?Wat zijn de regels mbt het uitstellen van de gemeenteraadsverkiezingen? hoelang kunnen ze worden uitgesteld? Wie moet hiervoor toestemming geven? Op welke gronden kunnen ze worden uitgesteld Welke dwarsverbanden zijn er tussen de nota misbruik- en oneigenlijk gebruik en de verordening voor gedragscodes voor o.a. raadsleden? En welke sacties staan er op het overtreden van gedragscodes door raadsleden, anders dan schorsing en vervallen verklaren van lidmaatschap van de raad? Wie doet het voorstel voor benoeming van de wethouders? Het demissionaire college of de burgemeester? Wie is bevoegd om de prijzen vast te stellen voor verkoop/uit te geven gronden door de gemeente, en waar is dat geregeld, behoudens 160-e van de Gemeentewet?Wie is bevoegd tot het benoemen van de leden van het Algemeen Bestuur (AB) in een Gemeenschappelijke Regeling die uitsluitend getroffen is door colleges van burgemeester en wethouders (zie art 13, lid 3 en lid 6 van de WGR)Wij willen ons als stad meer gaan profileren door middel van city-branding, hoe doen we dat?Zijn de besluiten van de raad wel of niet geldig als de griffier ter vergadering niet aanwezig was? En wat te doen?Zijn de fracties wettelijk verplicht om de aanwending van de fractieondersteuning te verantwoorden?Zijn er gemeenten die naast de formele regeling voor kinderopvang een vergoeding toekennen aan raadsleden voor incidentele kinderopvang (bijvoorbeeld oppas bij avondvergaderingen)?Zijn er juridische haken en ogen aan het idee om in de raadsvergadering alle hamerstukken met één hamerslag (op basis van lijstje) vast te stellen? (Het voorstel om een stuk als hamerstuk te bestempelen wordt door het presidium gedaan, omdat wij geen commissies ter voorbereiding van de raadsvergadering meer hebben.)Zijn er richtlijnen voor voorzieningen voor raadsleden(bijvoorbeeld computer) en onkostenvergoedingen van fracties? En waar kunnen die gevonden worden?Zijn er voorbeelden van andere gemeenten over het van toepassing verklaren van de rechtspositieregeling op de griffier. En ten aanzien van andere regelingen, vb. interne klachtenregeling, procedure functiebeschrijving etc. ? Zijn er voorbeelden van functiebeschrijvingen beschikbaar van de functie van griffier?Zijn persoonlijke brieven die gestuurd worden aan de gemeenteraad openbaar? Situatieschets: Onlangs heeft een inwoner van de gemeente een brief naar de gemeenteraad gestuurd (dit betrof een reactie op een besluit van de gemeente dat een vergunning aan hem geweigerd was en hij de gemeente aansprakelijk stelde voor de schade en zijn beklag deed over de afhandeling van deze zaak). Het lokale dagblad heeft, na het lezen van de lijst ingekomen stukken, aan de griffie gevraagd om een afschrift van deze brief. Na overleg met afdeling juridische zaken is besloten dit enkel toe te staan na overleg met de afzender. Deze afzender geeft echter aan in het verleden dusdanig beschadigd te zijn door berichtgeving in dit dagblad dat hij niet wil dat een kopie van zijn brief wordt doorgestuurd. Het lokale dagblad beroept zich nu op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Graag horen wij van u, wat in uw ogen de juiste gang van zaken is en uit welke wetsartikelen u dit afleidt.
dot
dotAan de orde het raadsvoorstel beheerplannen (o.a. bomen). Schets met drie niveaus voor het beheer. Gekozen wordt voor de variant 'budgetneutraal', die aansluit bij de nu gereserveerde middelen. In de toelichting staat wel de kanttekening dat hiermee het wettelijk voorgechreven niveau van beheer niet wordt gerealiseerd. Een fractie dient een amendement in om op dat wettelijk niveau te gaan zitten, de coalitie verwerpt het amendement. De fractie vindt dit om redenen van milieu en veiligheid ongewenst en overweegt burgemeester te vragen om vernietiging. Wat zijn de kansen?
De burgemeester kan op grond van art. 273, eerste lid, van de Gemeentewet een besluit van de raad ter vernietiging voordragen aan de Kroon. Dat moet dan wel binnen twee dagen gebeuren. Als de betreffende beleidsnota beleidsregels bevat, dan is sprake van een besluit dat voor vernietiging kan worden voorgedragen. Het is overigens de vraag of de raad gelet op art. 4:81 van de Awb bevoegd is op dit terrein beleidsregels voor het college vast te stellen. In de literatuur is opgemerkt (prof. Michiel Scheltema in de Staatscourant) dat ondanks de heldere bevoegdheidsverdeling die het dualisme heeft geschapen veel raden doorgaan op dit punt in de bevoegdheden van het college te treden. De raad heeft natuurlijk wel het budgetrecht. Hij kan bij de begroting bepalen hoeveel geld er beschikbaar is voor het beheer van de openbare ruimte, inclusief de bomen.
pijl omhoog
dot
dotAls een deelraadslid beroep doet op ambtelijke ondersteuning, die niet door de griffie te geven is, is er iemand nodig vanuit de ambtelijke organisatie. Het raadslid dient die ondersteuning dan zelf te betalen. Daarvoor zijn de gelden fractieondersteuning onder andere bedoeld. Is dit niet in tegenspraak met de regel dat een deelraadslid per jaar "recht heeft" op 32 uur ambtelijke bijstand, zoals dat is opgenomen in de verordening, zoals die in gemeente X gehanteerd wordt? En als er inderdaad sprake is van het betalen voor ambtelijke bijstand zou het dan niet handig zijn dit in de betreffende verordening op te nemen?
De gemeente(raad) heeft een autonome bevoegdheid om lokaal spelregels af te spreken binnen de kaders van de wet. De Gemeentewet geeft alleen drie losse richtlijnen.
  1. er is recht op ambtelijke bijstand;
  2. groeperingen hebben recht op ondersteuning;
  3. deze beide zaken worden vastgelegd in een verordening.
De wetgever vindt het van vitaal belang dat de raad over voldoende middelen beschikt om zijn controlerende en volksvertegenwoordigende functie goed te vervullen. Het recht op ambtelijke bijstand is opgenomen om in beginsel te garanderen dat raadsleden altijd de gevraagde informatie krijgen. (zie memorie van toelichting). In het verlengde van de wet is het zaak dat de raad zijn zaken in de verordening goed regelt. Het lijkt mij ongewenst als de raad zich door de eigen regeling laat beperken. Er zijn gemeenten die met strippenkaarten of andere voorzieningen werken voor ambtelijke bijstand. Betalen uit een daarvoor ter beschikking gesteld budget, lijkt mij daar een variant op. De regeling ambtelijke bijstand van de deelgemeente vermeld echter niets over verrekening van de kosten van ambtelijke bijstand waarop recht is. Er is ook niet vermeld dat de fractiebijdrage hiervoor bestemd is. Juridisch is het dus zeer de vraag of sprake is van 'verschuldigde betaling'. Feit is wel dat de raad het het laatste woord heeft over de eigen regeling.
pijl omhoog
dot
dotAls een presidium vooraf inschat dat de stemmen in een vergadering gaan staken, kunnen er dan twee raadsvergaderingen op 1 dag worden uitgeschreven met als oogmerk om op 1 dag besluitvorming te verkrijgen over de voorstellen waarover de stemmen gaan staken?
De Gemeentewet zegt alleen dat het nemen van een besluit wordt uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Dat betekent dat dit iedere volgende vergadering kan zijn die volgens de regels van de Gemeentewet (en de aanvullende regels in het Reglement van Orde) op een correcte wijze is uitgeroepen.
De memorie van toelichting bij artikel 32 wijst nog wel op het belang van voltalligheid. Het is volgens de Memorie van Toelichting bij toepassing van artikel 32 van belang dat de politieke verhoudingen in de raad volledig tot hun recht komen.
Procedure in geval van staken
De procedure in geval van staken van stemmen is geregeld in artt. 31, lid 2 en 3 en 32, lid 4 en 5 Gemeentewet. Art. 31, lid 2 en 3 bepaalt dat als de stemmen staken over personen tot wie de keuze door een voordracht of herstemming is beperkt, in dezelfde vergadering een herstemming wordt gehouden. Staken de stemmen opnieuw, dan beslist het lot.
Aangenomen wordt dat in het concrete geval sprake is van een stemming over zaken ('overige stemmingen' volgens de Gemeentewet.). Als de vergadering voltallig is en de stemmen staken, dan is het voorstel verworpen. Als de vergadering niet voltallig is en de stemmen staken, dan wordt het nemen van een beslissing uitgesteld tot 'een' (dus niet per se 'de') volgende vergadering. Zoals al gesteld, kan dat elke vergadering zijn die op de - conform de Gemeentewet en het Reglement van orde - voorgeschreven wijze is uitgeschreven.
pijl omhoog
dot
dotAls een raadsvergadering is geschorst op bijvoorbeeld 28 juni en op donderdag 5 juli wordt voortgezet, wat wordt de datum op de besluiten die op 5 juli worden genomen: 28 juni of 5 juli?
Onderaan het besluit kunnen beide data in het dictum van het raadsbesluit worden gezet: "de raad van... in vergadering bijeen op 28 juni 2007, voortgezet op 5 juli 2007". Daaronder vindt dan ondertekening plaats.  
pijl omhoog
dot
dotBeschikt u over voorbeelden van een schriftelijke instructie aan het stembureau?
U treft hier twee voorbeelden aan van draaiboekjes voor schriftelijke stemmingen.
Procedure schriftelijk stemmen (PDF, 40 KB)
Stemprocedure (PDF, 18 KB)
pijl omhoog
dot
dotBij de benoeming van een wethouder van buiten de raad wordt volgens ons RvO een commissie ingesteld die onderzoekt of de kandidaat voldoet aan de eisen van de Gemeentewet. Er zal worden voorgesteld een niet-ingezetene te benoemen. In welke volgorde verloopt de procedure als het gaat om: 'het onderzoek van de commissie', 'de stemming en benoeming' en 'het verlenen van de ontheffing vereiste ingezetenschap'?
Eerst vindt het onderzoek plaats en daarna de benoeming. Gelijktijdig met de benoeming wordt de ontheffing van het vereiste van ingezetenschap verleend, om de strijdigheid met de Gemeentewet op te heffen.
In de afweging komt dus eerst aan de orde de vraag of iemand ingezetenen is of niet. Ofwel het voldoen aan de vereisten van artikel 36a, lid 1 van de Gemeentewet. Is de kandidaat geen ingezetene dan behoort dat te resulteren in een negatief advies aan de raad. Zo ver komt de besluitvorming van de raad niet. Artikel 36a lid 2 Gemeentewet biedt de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing en het opheffen van de strijdigheid. Dat gebeurt gelijktijdig met de benoeming, zodat er volgens mij geen sprake is van een benoeming in strijd met de Gemeentewet.
pijl omhoog
dot
dotBij een besluit over een voorstel met vier onderdelen wil een fractie voor de beslispunten 1,2 en 3 stemmen maar tegen beslispunt 4. Vaak betreft het dan een beslispunt waarin het financieringsvoorstel wordt geformuleerd. De fractie is van mening dat dit moet kunnen. De voorzitter accepteert dit niet. Hij vindt dat de fractie dan een amendement in had moeten dienen. Tegen een beslispunt zijn is tegen het voorstel stemmen. In het RvO is hierover niets geregeld. Wiens redenering is het meest steekhoudend?
In het RvO is hier wel iets over opgenomen. In artikel 28 is bepaald, dat wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, hij de beraadslaging sluit, tenzij de raad anders beslist. Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming over eventuele amendementen, de stemming plaats over het voorstel, zoals het dan luidt. Het gaat dan om het voorsteld in zijn geheel tenzij geen stemming wordt gevraagd. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing. Ook artikel 32 van de Gemeentewet spreekt over voorstel en niet over onderdelen daarvan.
De reden hiervoor is waarschijnlijk dat het vanwege de samenhang in een voorstel tot juridisch onuitvoerbare of onmogelijke besluiten zou kunnen leiden als verschillende onderdelen van een voorstel apart in stemming worden gebracht en dan niet allemaal aangenomen of verworpen worden.
Als men het niet eens is met een onderdeel, moet men een amendement indienen of een stemverklaring afleggen. Een stemverklaring achteraf geeft fracties de gelegenheid toe te lichten hoe over onderdelen van het voorstel wordt geoordeeld. Ook geeft dat gelegenheid hoe dit geleid heeft tot finale afweging bij de stemming over het (complete) voorstel.
pijl omhoog
dot
dotDe Apeldoornse raadsleden hebben laptops voor hun raadswerk van de gemeente in bruikleen. In tegenstelling tot eerder bericht stelt de fiscus nu dat hierover belasting moet worden betaald (via bijtelling 30% van de waarde van de laptops over drie jaars afschrijvingstermijn). De gemeente zou dat dan weer dienen te vergoeden aan de raadsleden (i.e. EUR 60.000 aan extra kosten op de begroting). Is dit bij andere gemeenten al aan de orde (geweest)? En hoe gaan de verschillende gemeenten hiermee om?
De gemiddelde aanschafprijs van een computer is 1500 euro. Afschrijving in drie jaar betekent 500 euro per jaar en daar de compensatie van de belastingheffing over maal het aantal raadsleden. Dit levert nooit een kostenpost op van 60.000 euro.
Lees meer (PDF, 29 KB)
pijl omhoog
dot
dotDe gemeenteraadsfractie SGP/CU (verhouding raadsleden: 4 en 2) heeft zich opgesplitst. De SGP leden (4 personen) willen de oude fractienaam (SGP/CU) blijven hanteren. De raadsleden van de CU willen verdergaan onder de naam CU. Mogen de overgebleven SGP-raadsleden zich SGP/CU fractie blijven noemen zonder medewerking van de CU? En mogen de CU- raadsleden zonder medewerking van de SGP-raadsleden zich CU noemen?
De Gemeentewet kent de naam fractie niet. De fractie is gekozen via een gezamenlijke lijst (Kieswet). Op basis van die naamsaanduiding zijn de leden in de raad gekomen. Het model Reglement van Orde gaat ook hiervan uit (artikel 5 in het Reglement van Krimpen aan den IJssel). Dit artikel bevat ook regels over de wijze waarop verder met naamswijzigingen wordt omgegaan. Als gemeenteraad heb je geen invloed op de naamgeving / splitsing van partijen. Het gaat ook om een interne aangelegenheid. Voor de raad zijn alle partijen gelijk.Het is daarom ook goed om hier geen partij in te zijn en te hoeven kiezen.
Maar men kan de stelling betrekken dat als één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaat (gaan) optreden, het kleinste deel (in casu dus de twee CU-leden) meedeelt onder welke naam zij wenst te worden aangeduid. Het grootste deel van de gesplitste fractie behoudt dan de oorspronkelijk naam, waaronder aan de verkiezingen is deelgenomen.
pijl omhoog
dot
dotDe Gemeentewet en de Kieswet hebben beide artikelen over het moment waarop de raad wisselt. Welke wet is hierin leidend?
Beide artikelen gelden. Artikel C4 van de Kieswet houdt in dat de leden van de oude raad aftreden op de donderdag in de periode van 10 tot en met 16 maart. Op dezelfde dag vergadert op grond van de Gemeentewet de nieuw raad voor het eerst.
Art. 18 van de Gemeentewet: de raad vergadert na de periodieke verkiezing van zijn leden voor de eerste maal in nieuwe samenstelling op de dag met ingang waarvan de leden van de raad in oude samenstelling aftreden.
Art. C4 van de Kieswet:
  1. De leden van provinciale staten onderscheidenlijk gemeenteraden worden gekozen voor vier jaren.  
  2. Zij treden tegelijk af met ingang van de donderdag in de periode van 10 tot en met 16 maart of, in een schrikkeljaar met ingang van de donderdag in de periode van 9 tot en met 15 maart.
Het afscheid van de oude raad kan overigens eerder plaatsvinden. Formeel blijft de oude raad echter aan tot de installatie van de nieuwe raad.
pijl omhoog
dot
dotDe kinderopvangtoeslag voor raadsleden is geregeld in de verordening op rechtspositie raads- en commissieleden. Mogelijk is dit niet rechtmatig. De vraag is nu of er andere mogelijkheden zijn dit te regelen dan via de kinderopvangtoeslag van de belastingdienst ?
De bepalingen over een werkgeversbijdrage voor kinderopvang voor raadsleden zijn per 1 januari 2007 met de invoering van het belastingplan 2007 van rechtswege vervallen. Zie ook de circulaire van BZK van 18 december 2006.
pijl omhoog
dot
dotDienen wethouders bij ziekte ziekgemeld te worden? Maakt het daarbij uit of het externe wethouders zijn of niet?
Er is geen rechtspositionele noodzaak tot ziekmelden. In art. 20 van het Rechtspositiebesluit wethouders wordt bepaald dat in bijzondere gevallen de ziektekosten, voor zover deze voor rekening komen van de wethouder, ten laste kunnen worden gebracht van de gemeente. In dat geval ligt een ziekmelding wel voor de hand.
pijl omhoog
dot
dotDient de beslotenheid van een besloten vergadering in een besloten vergadering te worden opgeheven of kan of moet dit in een openbare plaatsvinden?
Of er in beslotenheid wordt vergaderd, wordt ter vergadering besloten. Beslotenheid kan achteraf niet worden opgeheven. Je kunt een besloten vergadering niet als deze al heeft plaatsgevonden alsnog openbaar verklaren.
Waarschijnlijk doelt de vraagsteller op het leerstuk van de geheimhouding. Een tijdens een besloten vergadering inzake het gesproken woord of omtrent beschikbaar gestelde stukken opgelegde geheimhouding dient achteraf door de raad te worden bekrachtigd. Dit kan zowel in een openbare vergadering als een besloten vergadering gebeuren, als het maar de EERSTvolgende is. Geheimhouding opheffen kan op elk willekeurig moment in de toekomst, in een openbare of een besloten vergadering. Artikel 25 van de Gemeentewet voorziet in het opleggen van een geheimhoudingsplicht. De verplichting tot geheimhouding is een beperking van de vrijheid van meningsuiting (art. 7 grondwet), daarom moet het opleggen van geheimhouding in overeenstemming zijn met de eisen die de Grondwet daaraan stelt. Artikel 25 lid 1 Gemeentewet bepaalt dat geheimhouding omtrent hetgeen in een besloten vergadering is behandeld tijdens deze vergadering moet worden opgelegd. Geheimhouding kan dus niet achteraf worden opgelegd. De geheimhoudingsplicht vervalt indien de raad de oplegging in zijn eerstvolgende vergadering niet bekrachtigd. De vergadering waarin de geheimhouding wordt bekrachtigd kan gewoon openbaar zijn, bekrachtiging van geheimhouding is immers een formeel besluit zonder dat inhoudelijk over het onderwerp gesproken hoeft te worden.
De bekrachtiging van de geheimhouding door de raad in zijn eerstvolgende vergadering (art. 25 derde lid Gemeentewet) heeft betrekking op stukken die door het college, de burgemeester of een commissie aan de raad onder geheimhouding zijn overgelegd (zie het tweede lid van art. 25 Gemeentewet). Een dergelijk besluit kan inderdaad gewoon in een openbare vergadering worden genomen. Het is natuurlijk altijd mogelijk dat de raad in een latere vergadering de geheimhouding ten aanzien van de betreffende stukken alsnog opheft. Ook dit besluit kan gewoon in een openbare vergadering worden genomen.
Artikel 23, derde lid, geeft aan dat de raad nadat de deuren zijn gesloten achter gesloten deuren beslist of met gesloten deuren zal worden vergaderd.
De vraag kan ook geïnterpreteerd worden als: "Moet de raadsvergadering waarin geheimhouding moet worden bekrachtigd volgens het derde lid van artikel 25 van de Gemeentewet openbaar of besloten zijn?" Zelf ben ik er nog altijd niet uit hoe de vicieuze cirkel die ontstaat bij voortdurende beslotenheid dan wordt doorbroken. Want iedere keer als in beslotenheid wordt vergaderd, komt het derde lid van artikel 25 ook weer naar boven. En moet er de volgende keer weer worden vergaderd om de geheimhouding te bekrachtigen.
Het verslag van de besloten vergadering wordt ingevolge het vierde lid, niet openbaar gemaakt tenzij de raad (achter gesloten deuren) anders beslist
pijl omhoog
dot
dotEen aantal vragen op het gebied van wijkeconomie/functiemenging: Hoe hebben andere gemeenten de inventarisatie aangepakt? Hoe gaan zij ermee om als zij een aanvraag krijgen van een projectontwikkelaar? Welke aspecten zijn dan van belang bij de afweging? Is er een soort standaard hiervoor?
In de onderstaande praktijkvoorbeelden en onderzoeken een overzicht van lokale initiatieven rond functiemenging.
1. Onderzoek & praktijkvoorbeelden rond herstructurering
De volgende onderzoeken en notities geven meer informatie omtrent onderzoek naar de wijkeconomie en functiemenging, zie PDF bestanden:
- Amsterdam - Functiemenging in vooroorlogse wijken
- KEI - Verslag Atelier Wijkeconomie
- Regioplan - Wijkeconomie in Zuid-Holland
- Buck - Gebouwde omgeving als aanjager
- Bouwfonds - Functiemenging
2. Onderzoek & praktijkvoorbeelden rond starters en huisvesting
Amsterdam, ondernemershuis Amsterdam Groot-Oost: De stadsdelen Zeeburg, Oost/ Watergraafsmeer en Amsterdam Centrum en de afdeling Economische Zaken van de gemeente Amsterdam voeren een actief ondernemersbeleid. Met dit beleid wordt beoogd de wijk- en buurteconomie te versterken, met als achterliggende gedachte dat een vitale wijk- en buurteconomie een positieve invloed heeft op de leefbaarheid van wijk en buurt. Onderdeel van dit beleid is het ondersteunen van startende en bestaande ondernemers. De stadsdelen versterken de ondersteuning door middel van het oprichten van het Ondernemershuis Groot-Oost, dat op pro-actieve wijze een breed palet ondersteunende diensten levert aan préstarters, starters, jonge en gevestigde ondernemers, alsmede bedrijfsbeëindigers.
Utrecht, betere afstemming vraag en aanbod bedrijfshuisvesting: Ondernemers hebben soms moeite met het vinden van de juiste bedrijfslocatie. Tegelijkertijd zijn er diverse bedrijfslocaties beschikbaar in Kanaleneiland, Overvecht, Zuilen, Ondiep en Pijlsweerd. Stichting Wijk in Bedrijf Westflank heeft onderzoeksbureau ITS uit Nijmegen opdracht gegeven om vanaf april tot oktober onderzoek te doen naar aanbod van en vraag naar bedrijfshuisvesting in deze wijken. Zo wil Stichting Wijk in Bedrijf Westflank duurzame oplossingen vinden om vraag en aanbod beter op elkaar af te stemmen.
pijl omhoog
dot
dotEen bedrijf heeft een videowall in het winkelcentrum van de gemeente X. Gemeente X wil de videowall gebruiken om een gemeentelijke promotiecampagne te ondersteunen. Raadslid Y is eigenaar van het bedrijf van de videowall. De gemeente wil tegen een marktconforme vergoeding gebruik maken van de videowall. Is art. 15, lid 1 Gem. wet van toepassing en zo ja, dan ook lid 2?
Beide vragen kunnen met ja worden beantwoord. De Gemeentewet biedt juist de mogelijkheid van het aanvragen en vervolgens kunnen verlenen van ontheffing via gs om andere ongewenste gevolgen te voorkomen. De gedragscode staat daar los van omdat deze in beginsel intern werkt.
pijl omhoog
dot
dotEen benoemd raadslid Y treedt uit fractie X en begint "zijn eigen" fractie Y. Personen op de kandidatenlijst van X melden de lijn van fractie X ook niet meer te willen volgen en de lijn te kiezen van Y. Kunnen deze personen burgerraadslid worden voor fractie Y?
De bijbehorende verordening luidt: "burgerraadslid: hij die bij de laatste verkiezingen van de raad geplaatst is op de kandidatenlijst van een fractie en door de fractievoorzitter is aangemeld als burgerraadslid; het presidium kan het aantal limiteren".
De raad bepaalt
De raad bepaalt welke burgerraadsleden er kunnen deelnemen aan het commissiewerk. De raad is daar behoorlijk vrij in. Uiteraard moet het presidium zich houden aan hetgeen de raad heeft bepaald. Juidisch is het niet nodig burgerleden te recruteren van de lijsten van de gekozen fracties.
Wat betreft de naamgeving van het "burgerraadslid" : De praktijk leert dat elke gemeente hier zijn eigen weg in kiest. Men is daar ook vrij in.
Bepaling in de verordening
Volgens een lid van de Juridische Vraagbaak hangt het in dit geval af van de bepaling in de verordening. Daar staat dat een burgerraadslid is: hij die bij de laatste verkiezingen van de raad geplaatst is op de kandidatenlijst van een fractie en door de fractievoorzitter is aangemeld als burgerraadslid. Cruciaal is wat wordt bedoeld met EEN FRACTIE. Wordt daarmee bedoeld DE FRACTIE, dan Is dat fractie X en kunnen deze personen geen burgerlid zijn voor fractie Y. Omdat deze personen door de betreffende fractievoorzitter moeten zijn aangemeld als burgerlid, lijkt het aannemelijk dat hier inderdaad DE fractie wordt bedoeld. Is het echter voldoende om aan de verkiezingen te hebben meegedaan ongeacht voor welke fractie, dan kan het wel. De toelichting zal hier dus uitkomst moeten bieden.
Het is natuurlijk makkelijker als er in de verordening niets over is geregeld, dan is het aan de raad zelf, op voorstel van het presidium, om al dan niet burgerleden toe te laten. Het lijkt overigens niet correct om over burgerraadsleden te spreken, dat werkt verwarrend. Beter kan gesproken worden over burgercommissieleden of burgerleden.   
Voorbeeld
De griffier van de gemeente Den Haag meldt dat in de vorige raadsperiode zich in Den Haag een casus heeft afgespeeld die sterk lijkt op die uit Ridderkerk. Kandidaat A stond op lijst X voor de raadsverkiezingen van 2002. A werd niet gekozen, maar werd in de loop van de raadsperiode door een andere fractie (Y) voorgedragen om fractievertegenwoordiger in een of meer raadscommissies te worden. De betreffende verordening sloot een dergelijke 'overstap' niet uit, al was dit zeker geen bewust geweest. Kandidaat A werd derhalve benoemd tot fractievertegenwoordiger voor Y. Om in de toekomst een dergelijke overstap onmogelijk te maken is nu in de Verordening raadscommissies de bepaling opgenomen dat betrokkene moet voor komen"... op de geldig verklaarde lijst van de laatst gehouden gemeenteraadsverkiezingen van de betreffende partij" (arrikel 4, derde lid).
De conclusie is dat personen tot burgerraadslid kunnen worden benoemd voor een andere fractie dan die waarvoor zij kandidaat waren bij de laatste verkiezingen. Tenzij uiteraard de gemeentelijke regegeving een dergelijke switch uitdrukkelijk uitsluit.
pijl omhoog
dot
dotEen commissielid (geen raadslid) wijzigt van politieke partij. Hoe gaat dat verder? Moet deze persoon opnieuw benoemd en beëdigd worden of is een brief aan de voorzitter van de raad voldoende?
Het hangt er van af hoe een commissielid is benoemd. Het is gebruikelijk dat commissieleden niet raadsleden door de fracties voor benoeming in de raadscommissies worden voorgedragen en deze als commissielid namens een fractie worden benoemd door de raad. In die constructie kan een commissielid niet zomaar voor een andere fractie in een commissie gaan zitten. Dan dient eerst het commissielid van die andere fractie te worden ontslagen (de raad zal immers hebben vastgelegd hoeveel commissieleden niet raadsleden elke fractie mag inzetten) en het "overstappende" commissielid opnieuw te worden benoemd. Van beëdiging is bij commissieleden geen sprake. Een brief aan de raadsvoorzitter is echter niet voldoende. Als een burger vanwege een bepaalde deskundigheid in een commissie (raadscommissie of andere commissie) zit, maakt de politieke achtergrond inderdaad niets uit.
pijl omhoog
dot
dot Een fractie dient een amendement in om op dat wettelijk niveau te gaan zitten, de coalitie verwerpt het amendement. De fractie vindt dit om redenen van milieu en veiligheid ongewenst en overweegt burgemeester te vragen om vernietiging. Wat zijn de kansen?
De burgemeester kan op grond van art. 273, eerste lid, van de Gemeentewet een besluit van de raad ter vernietiging voordragen aan de Kroon. Dat moet dan wel binnen twee dagen gebeuren. Als de betreffende beleidsnota beleidsregels bevat, dan is sprake van een besluit dat voor vernietiging kan worden voorgedragen. Het is overigens de vraag of de raad gelet op art. 4:81 van de Awb bevoegd is op dit terrein beleidsregels voor het college vast te stellen. In de literatuur is opgemerkt (prof. Michiel Scheltema in de Staatscourant) dat ondanks de heldere bevoegdheidsverdeling die het dualisme heeft geschapen veel raden doorgaan op dit punt in de bevoegdheden van het college te treden. De raad heeft natuurlijk wel het budgetrecht. Hij kan bij de begroting bepalen hoeveel geld er beschikbaar is voor het beheer van de openbare ruimte, inclusief de bomen.
pijl omhoog
dot
dotEen fractie van de gemeenteraad wil een "commissielid niet-zijnde raadslid" inzetten. Wat zijn hiervoor de vereisten?
In principe is alleen een benoeming van de raad hiervoor nodig. Beëdiging is niet aan de orde; alleen raadsleden en wethouders worden beëdigd.
Geloofsbrieven zijn evenmin aan de orde, maar een toets aan enkele artikelen uit de Gemeentewet kan als leidraad dienen. Zie het onderstaande voorbeeldartikel:
Samenstelling
  1. Een raadscommissie bestaat uit ten minste één en maximaal twee leden per fractie gerelateerd aan het aantal zetels in de raad, met een maximum van 10 leden.
  2. De in het eerste lid genoemde leden worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd.
  3. Een lid kan zowel raadslid als niet-raadslid zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een raadscommissie. De in het eerste lid genoemde leden dienen daarnaast tijdens de laatste verkiezingen van de raad geplaatst te zijn op de kandidatenlijst van een fractie.
  4. In bijzondere gevallen kan via het presidium, een verzoek aan de raad worden gericht om voor een lid een plaatsvervanger te benoemen.
pijl omhoog
dot
dotEen raadsfractie heeft de wethouder al enige malen gevraagd een voetgangersoversteekplaats (hierna: zebrapad) bij een verzorgingstehuis aan te leggen. De fractie is van mening dat de wethouder niet voortvarend genoeg handelt en wil nu zelf actie ondernemen. De fractie wil een initiatiefvoorstel indienen. Voor het aanleggen van een zebrapad is een verkeersbesluit nodig. Artikel 18 WVW geeft deze bevoegdheid aan het College van B&W. Hiermee komt de raad dus geen bevoegdheid toe, en zou de raad dus ook deze bevoegdheid zich niet kunnen toe igenen middels een aangenomen initiatiefvoorstel. En dat de fractie het zich gestelde doel (realisatie zebrapad) het beste kan realiseren middels het indienen van een motie (gericht op de bevoegdheid van het college). Graag verneem ik van u of mijn zienswijze de juiste is.
Uw manier van aanpak is juist. Daarnaast kunt u ook gebruik maken van een motie.
pijl omhoog
dot
dotEen raadsfractie wil een initiatiefvoorstel indienen dat erop is gericht om een subsidieverzoek alsnog te honeren. Is de raad hiertoe competent? Als dat niet het geval welke andere mogelijkheid is er voor de raad om het verstrekken van subsidie alsnog gedaan te krijgen?
Onderstaande reacties volgen uit bespreking van uw vraag door de Juridische Vraagbaak, waarbij vermeld moet worden dat de Juridische Vraagbaak geen subsidiedeskundige is. De Vraagbaak vraagt zich af of het wellicht nodig is alsnog een subsidiedeskundige te raadplegen.
Volgens de Juridische Vraagbaak is de bevoegdheid een besluit tot subsidieverlening te nemen een bevoegdheid van het college. Het is dagelijks bestuur. De raad kan wel geld beschikbaar middels via de programmabegroting, maar de bevoegdheid van het college niet gaan uitoefenen. Wat de raad wel kan doen is een motie aannemen waarin het college wordt opgedragen de subsidie te verlenen. Als het college dan weigert treden de normale mechanismen van politieke controle in werking.
Artikel 4.23 Awb
De Juridische Vraagbaak (JV) baseert zich op een eigen interpretatie van artikel 4.23 Awb. Subsidieverlening gebaseerd op de subsidieverordening die door de raad is vastgesteld. Deze verordening vindt de basis in artikel 4.23, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
De verordening moet volgens de JV van de Awb dus ruimte bieden om een subsidie te verstrekken, óf de begroting moet de subsidie vermelden óf er is sprake van een incidenteel geval waarbij voor ten hoogste voor vier jaar subsidie wordt verstrekt (derde lid).
College heeft bevoegdheid
De wet zegt dat 'het bestuursorgaan' regelt voor welke activiteiten subsidie kan worden verstrekt. In normale duale verhoudingen (raad stelt kaders - college voert uit) betekent dat, dat het college de subsidieverordening uitvoert. De raad kan dan geen subsidie verstrekken. Het college heeft die bevoegdheid.
De uitzonderingsbepalingen in de wet indachtig kan de raad bij vaststelling van de begroting in ieder geval voor volgend jaar subsidie regelen. De jurisprudentie over 'incidentele gevallen' kent de JV niet.
pijl omhoog
dot
dotEen raadslid heeft besloten om per 1 juli uit de raad te treden. Wat zijn precies de regels en procedures bij het uittreden uit de raad en het toetreden van een nieuw lid tot de raad?
Beëindiging van het raadslidmaatschap is geregeld in de Kieswet.
Een lid van een vertegenwoordigend orgaan kan ten allen tijde zijn ontslag nemen. Ontslagneming met terugwerkende kracht is niet mogelijk. Hij bericht dit schriftelijk aan de voorzitter van het vertegenwoordigend orgaan. Deze geeft hiervan onverwijld kennis aan de voorzitter van het centraal stembureau. Op een ingediend ontslag kan niet worden teruggekomen. (Artikel X 2 Kieswet)
Leden van provinciale staten en van de gemeenteraad die hun ontslag hebben ingezonden behouden, ook indien zij ontslag hebben genomen met ingang van een bepaald tijdstip, hun lidmaatschap, totdat de goedkeuring van de geloofsbrieven van hun opvolgers onherroepelijk is geworden of totdat het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. (artikel X 6 Kieswet)
Ter aanvulling iets over de benoeming van een nieuw raadslid. Indien er een vacature in de raad ontstaat moet de gemeente in contact treden met de volgende persoon van de betreffende fractie op de kandidatenlijst. Deze kandidaat moet dan allerhande formaliteiten vervullen. Deze komen overeen met de formaliteiten na de verkiezingen. De geloofsbrieven worden dan samengesteld (kennisgeving en aanvaarding benoeming, verklaring openbare betrekkingen en uittreksel uit bevolkingsregister). In de raadsvergadering dienen dan de geloofsbrieven van de kandidaat te worden onderzocht en akkoord bevonden. Vervolgens wordt beslist tot toelating van de persoon als lid van de raad en wordt het toegelaten raadslid beëdigd. Dit is allemaal geregeld in de Kieswet.
pijl omhoog
dot
dotEen raadslid heeft zich vanaf 2008 afgescheiden van een partij. Hij is verder gegaan onder zijn eigen naam. Nu wil hij, drie maanden voor de verkiezingen, met zijn nieuwe partijnaam (inmiddels ingeschreven bij notaris) verder. Mag dat?
Wettelijk is ter zake niets geregeld. De Gemeentewet kent de term 'fractie' niet. De fractie is gekozen via een gezamenlijke lijst (conform de Kieswet). Op basis van die naamsaanduiding zijn de leden in de raad gekozen. In de meeste gevallen zal in het Reglement van orde een regeling zijn getroffen hoe om te gaan met de aanduiding van een afgesplitste groepering. Gebruikelijk is dat het raadslid dat is afgesplitst aan de raad meedeelt hoe hij/zij in het vervolg wenst te worden aangeduid.
Formeel heeft de raad hier geen zeggenschap over. In deze opvatting is het een interne aangelegenheid van betrokkene(n). In sommige raden - en trouwens ook bij de Tweede Kamer - bestaat het gebruik dat iemand die zich afsplitst in het vervolg wordt aangeduid met 'groep ....(eigennaam)'.
Men kan zich ten slotte de vraag stellen of het richting de burger helemaal zuiver is om - staande een raadsperiode - een aanduiding te kiezen van een partij die tijdens de vorige verkiezingen niet bestond, maar wel aan de a.s. verkiezingen gaat deelnemen. Maar dit is meer een vraag van moreel-ethische aard.
Gemeente Wierden
De gemeente Wierden heeft dit in het eigen reglement (gebaseerd op het modelreglement) geregeld
a.  Indien:
- één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
- twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
- één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie; wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.

b. Met de onder a. beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Deze afspraak maakt het bij wijze van spreke mogelijk dat een fractie iedere vergadering zijn naam wijzigt.
Gemeente Sittard-Geleen
In het reglement van orde van Sittard-Geleen is het volgende geregeld:
Artikel 5 Fractie 4.
a. Indien: 
1° één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
2° twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
3° één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie;
wordt hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de voorzitter.
b. Bij de veranderde situatie vermeld in lid 4 a onder 1°, 2° en 3° wordt aan de voorzitter medegedeeld welke naam de fractie zal gaan voeren.
c. Met de onder a en b beschreven veranderde situatie wordt rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de raad na de mededeling daarvan. Echter dit ziet er alleen op als iets in de fracties verandert, samenvoeging of afsplitsing.
In de situatie van de gemeente Wierden gaat het zittende raadslid onder een andere naam verder. Ook als zittende fractie een andere naam kiezen mag dus. Uitgangspunt van ons kiesstelsel is dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden gekozen en benoemd. Dit uitgangspunt is gebaseerd op artikel 27 van de Gemeentewet, waarin is bepaald dat elk bindend mandaat van een lid van de raad nietig is. De volksvertegenwoordiger handelt naar eigen overtuiging en is bij stemmingen niet gebonden aan een lastgeving. De volksvertegenwoordiger heeft daardoor ook de mogelijkheid om tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan. Maar de fractie kan ook besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij om te doen. In principe heeft de raad ook geen zeggenschap over de naamvoering van een fractie.

Echter, de raad kan wel in het reglement van orde regelen dat de fractienaam niet in strijd mag zijn met de openbare orde en goede zeden. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie (conform het bepaalde in het reglement van orde).

In de gemeente Sittard-Geleen is dit ook aan de orde geweest, een fractie heeft zonder dat er iets in de samenstelling van de fractie was veranderd, een andere naam gekozen. Dit is schriftelijk aan de raadsvoorzitter medegedeeld en vervolgens is deze naam gevoerd.
pijl omhoog
dot
dotEen raadslid is door de politie opgepakt vanwege een vermoeden van een strafbaar feit (buiten zijn raadslidmaatschap). Zijn voorlopige hechtenis is verlengd met 30 dagen. Heeft dit consequentie voor zijn raadslidmaatschap? En als hij ter zijner tijd eventueel veroordeeld is?
Het raadslidmaatschap kan alleen door de rechter worden ontzegd als bijkomende straf bij zware misdrijven zoals oorlogsmisdrijven en misdrijven tegen de mensheid. In alle andere gevallen heeft het verdacht worden van en veroordeeld worden voor een misdrijf geen gevolgen voor het raadslidmaatschap. Wel zou, als iemand langdurig in gevangenschap vertoeft buiten de eigen woonplaats, kunnen worden gezegd dat het raadslidmaatschap vervalt doordat niet meer wordt voldaan aan het woonplaatsvereiste.
pijl omhoog
dot
dotEen raadslid is gepensioneerd ambtenaar van de gemeente. Hij deed als ambtaneer de administratie van een stichting die door de gemeente was opgericht (btw-constructie). De stichting is opgeheven. Hij gaat de afwikkeling doen, tegen uurloon, betaald door de gemeente uit de middelen van de stichting. Mag dat? En welk risico loopt hij?
De eerste gedachte van de Juridische Vraagbaak is dat het beschreven gedrag geen strijd oplevert met art. 15 van de Gemeentewet. Mogelijk wordt wel de schijn van belangenverstrengeling opgewekt. Dat levert voor het raadslid een politiek risico op.
Het zijn de middelen van de stichting, waaruit betaald wordt. Anders zou het zonder meer een voorbeeld van "het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van de gemeente" (artikel 15, eerste lid, d. 2e.) zijn. Een vraag die gesteld kan worden, is hoe nu intern de besluitvorming verloopt. Besluit het college tot aanstelling of doet dat het stichtingsbestuur? Als het college besluit kan de vraag gesteld worden of er toch geen sprake is van strijd met artikel 15, ongeacht waar de financiën vandaan komen.
Controlerende taak raad
De raad kan in de controlerende taak het werk van het college (en daarmee het raadslid) controleren. Dat lijkt de Juridische Vraagbaak iets dat men zou moeten vermijden. Dat zou zeer schadelijk kunnen uitpakken voor zowel het raadslid als het imago van de gemeente(politiek).
pijl omhoog
dot
dotEen wethouder die nu binnen de gemeente woont, wil graag om privé redenen buiten de gemeente gaan wonen. Is dit mogelijk? Zo ja, dient hij hiertoe toestemming te krijgen van de gemeenteraad en voor hoe lang is dit mogelijk?
Artikel 36a, lid 2 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad voor de duur van een jaar ontheffing kan verlenen van het vereiste van ingezetenschap. Kort geleden is daar een zinsnede aan toegevoegd met als strekking dat deze ontheffing in bijzondere gevallen door de raad kan worden verlengd, telkens met een periode van maximaal een jaar. In het concrete geval moet de raad dus toestemming verlenen aan de wethouder om buiten de gemeente te wonen. Het maakt daarbij niet uit of het niet-ingezetenschap bij het aantreden van de wethouder aan de orde was of pas optreedt 'tijdens de rit'.
pijl omhoog
dot
dotEr moet gestemd worden over voorzieningen waar raadsleden in de besturen zitten. Moeten raadsleden zich onthouden van stemming vlgs artikel 28 gemeentewet?
De tekst van art. 28, eerste lid onder b van de Gemeentewet bepaalt dat een raadslid niet aan de stemming deelneemt over de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam waaraan hij rekenplichtig is of tot welks bestuur hij behoort. Zuiver letterlijk genomen een nogal restrictieve omschrijving.
Voor de beantwoording van deze vraag is vooral de brief van de minister van BZK van 19 mei 2003 van belang. In deze brief onderwerpt de minister de uitspraak van de Raad van State van 7 augustus 2002 in de z.g Winsummerzaak aan een nadere beschouwing.
Kern van de uitspraak van de RvS is dat de schijn van belangensverstrengeling door een raadslid moet worden voorkomen. Uit die uitspraak vloeit volgens de minister niet zonder meer een belemmering voort voor het uitoefenen van functies of activiteiten naast het raadslidmaatschap. Een raadslid zal er echter goed aan doen zich tijdig af te vragen of hij vanuit een andere functie of activiteit wel de meest aangewezene is om in een procedure die controversieel kan liggen en die op zeker moment ter beslissing in de raad zal komen, op te treden als contactpersoon, onderhandelaar of anderszins.
Overigens ligt in de systematiek van de Gemeentewet de verantwoordelijkheid voor het wel of niet meestemmen bij het raadslid zelf. Eventuele onrechtmatigheid van het besluit kan achteraf door de rechter of eventueel door de Kroon in het kader van een spontane vernietigingsprocedure (art. 268 Gemeentewet) worden vastgesteld. Ook een spontane vernietiging kan in laatste instantie door de rechter worden getoetst. In het boekje syllabus actualiteitencolleges Gemeentewet op pagina 38-39 is dit uitvoerig uiteen gezet http://www.actieprogrammalokaalbestuur.nl/files/file/ALB-HANDREIKINGEN/ALB_HR_SyllabusActualiteitenGw2005.pdf
pijl omhoog
dot
dotGemeente X is bezig de verordeningen voor de vergoedingen voor de raad aan te passen. Bestaat hier meer informatie over? Hierbij kunt u denken aan de ervaring van andere gemeenten.
Er bestaat geen concreet antwoord op deze vraag. Wel is bekend dat er commerciële bureaus opereren in dit marktsegment. De Juridische Vraagbaak weet niet of er gemeenten zijn die hier als gemeente op inspringen. Het staat natuurlijk altijd elk raadslid vrij om zelf een aanvullende pensioenvoorziening via een commercieel pensioenfonds te treffen of een extra lijfrentepolis af te sluiten. Elke andere burger heeft inkomsten waarover hij geen verplichte pensioenpremie betaalt.
pijl omhoog
dot
dotHeeft het raadslid als plaatsvervangend raadsvoorzitter het recht om aan stemmingen deel te nemen?
In artikel 77, lid 1 staat dat het langstzittende raadslid voorzitter van de raad wordt. Hij is en blijft dus een raadslid. In artikel 28 staat bij de uitsluitingen niet dat een raadslid, die als voorzitter van de raad functioneert, niet aan een stemming mag deelnemen. A contrario mag hij dus gewoon meestemmen.
In art. 68, lid 1, sub l van de Gemeentewet staat 'de burgemeester is niet tevens lid van de raad'. Deze bepaling is in artikel 80 gemeentewet van toepassing verklaard op de waarnemer. Een burgemeester is enerzijds een bestuursorgaan met eigen bevoegdheden en anderzijds voorzitter van college en raad. Een waarnemer vervangt de burgemeester in beide hoedanigheden. Een raadslid vervangt de burgemeester alleen als raadsvoorzitter.
Artikel 68 lid 1 sub l van de Gemeentewet regelt de onverenigbare functies van de burgemeester. Hierbij gaat het om de burgemeester als bestuursorgaan en niet als raadsvoorzitter. Het is daarom ook logisch, dat deze bepaling ook voor de waarnemer van de burgemeester geldt. Dit staat echter geheel los van het voorzitterschap van de raad. Als een raadslid raadsvoorzitter is, gelden deze onverenigbaarheden dus niet voor hem. Hij is en blijft gewoon raadslid en vervult alleen het technisch voorzitterschap van de raad.
De redenering is dat artikel 80 van de Gemeentewet alleen ziet op de waarnemend burgemeester en niet op de plaatsvervangend voorzitter van de raad. Als een raadslid door de Kroon zou worden benoemd tot waarnemend burgemeester, zou hij immers geen raadslid meer kunnen zijn. Dat is de betekenis van de verwijzing in artikel 80 naar artikel 68 van de Gemeentewet. Het raadslid dat de raadsvergadering voorzit mag dan ook gewoon meestemmen. De waarnemend burgemeester is ambtshalve voorzitter van de raad en geen plaatsvervangend voorzitter.        
pijl omhoog
dot
dotHoe bepalend is de Wet openbaarheid van bestuur voor de gemeentelijke informatie?
Er zijn wel ontwikkelingen op dit terrein. Het is correct, dat alle informatie die bij de gemeente berust onder de Wet openbaarheid van bestuur valt. Als iemand informatie opvraagt, moet dit verzoek getoetst worden aan de WOB. Dit is de zgn. passieve openbaarheid. Andere vraag is echter of de gemeente actief informatie van derden moet publiceren en integraal op de website plaatsen. Het college bescherming persoonsgegevens is bezig zgn. richtsnoeren voor deze problematiek op te stellen. Er is vanuit het CPB al aangegeven dat gescande handtekeningen en bankrekeningnummers niet zomaar op de site gezet mogen worden, vanwege het risico van fraude. Wij hebben hier in Weert ook de gewoonte alle aan de raad gerichte brieven te scannen en op de site te zetten, m.n. voor de raadsleden die minder papier thuis willen ontvangen. We hadden zo al een archiefje van enkele jaren opgebouwd. Maar gezien deze uitspraken van CPB halen we de brieven er nu na 2 cycli weer vanaf. We wachten met spanning op exacte richtlijnen over hoe te handelen. Het CPB gaat overigens wel erg ver: zij hebben ook al eens aangegeven dat sprekers in raad/commissies om toestemming zou moeten worden gevraagd om hun gegevens (naam en inhoud spreekrecht) in notulen of audio/visuele opnames te gebruiken.
De VvG heeft op 20 juni 2008 een brief over de concept-richtsnoeren van het CPB aan de staatssecretaris van BZK heeft gestuurd. De VvG is het met name niet eens met de uitspraken in de concept richtsnoeren van het CPB over de notulen/audiobestanden. Er is overigens van de staatssecretaris d.d. 28 augustus 2008 een antwoord binnengekomen met als strekking dat zij de zienswijze van de VvG deelt en dat aan het CPB is meegedeeld dat de concept-richtsnoeren op een aantal punten blijk geven van een onjuiste afweging tussen privacy en openbaarheid.
pijl omhoog
dot
dotHoe gaat de ontslagprocedure van de griffier na een fusie in zijn werk?
Mij lijkt de procedure die in de Wet Arhi wordt geschetst de meest aangewezene. Artikel 57 lid 1 juncto lid 3 bepaalt dat de griffier met ingang van de datum van herindeling eervol uit zijn functie wordt ontslagen.
Conform lid 2 kunnen GS op verzoek van de griffier evenwel bepalen dat hij met ingang van de datum van herindeling in een andere functie voorlopig overgaat in dienst van de gemeente. Aan deze gemeente wordt het gebied van de op te heffen gemeente toegevoegd of, als dat gebied wordt toegevoegd aan meer dan één gemeente, in dienst van de gemeente die in de betrokken herindelingsregeling daartoe wordt aangewezen.
Artikel 59 lid 3 bepaalt vervolgens dat het bevoegde gezag van de gemeente waar de griffier voorlopig in dienst is getreden binnen 6 maanden, eventueel te verlengen met nogmaals zes maanden, een van de volgende beslissingen neemt: a. dat hij in dienst van de betreffende gemeente blijft; b. dat hij eervol ontslagen wordt.
Een beslissing als bedoeld onder b. wordt slechts genomen, als na zorgvuldig onderzoek blijkt dat het niet mogelijk is een passende functie aan te bieden.
Relevante wetsbepalingen: artt. 57, 59 en 60 Wet Arhi.
pijl omhoog
dot
dotHoe is de G30 tot stand gekomen?
De huidige G-30 zijn door de tijd heen geselecteerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties bij de totstandkoming van het grotestedenbeleid op basis van verschillende criteria.
Argument voor selectie bleek niet alleen de omvang (+100.000 inwoners), maar ook de aanwezigheid van meervoudige problemen in bepaalde wijken van deze steden. De exacte totstandkoming gebeurde in vier fasen:
Fase 1, totstandkoming G4 (1995) De eerste vier steden Amsterdam, Den Haag, Rotterdam en Utrecht zijn gebaseerd op basis van hun bijzondere positie. In deze vier grootste gemeenten van Nederland zijn de problemen van zodanig omvang dat zij ten opzichte van andere steden aparte aandacht behoeven.
Fase 2, totstandkoming G15 (1995) De selectie van de volgende vijftien steden, Almelo, Arnhem, Breda, Den Bosch, Deventer, Eindhoven, Enschede, Groningen, Helmond, Hengelo, Leeuwarden, Maastricht, Nijmegen, Tilburg en Zwolle vond plaats op basis van het uitgangspunt dat de stad:
• In de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening als (grootste stad in) een stedelijk knooppunt is aangewezen;óf
• als centrum van een BON-gebied (Besturen op Niveau) fungeert;óf
• een score heeft op de in het kader van de Sociale Vernieuwing gehanteerde cumulatie-maatstaf van rond de 30 procent of meer.
Daarnaast speelden twee aanvullende criteria een rol: Ten eerste werd ernaar gestreefd het GSB niet te laten verwateren. Er mochten met ander woorden niet teveel steden meedoen. Ten tweede diende de deelnemende steden evenwichtig over de diverse regio’s te worden verspreid.
Fase 3, totstandkoming G6 (1996) Vervolgens zijn in 1996 zes steden, Leiden, Dordrecht, Haarlem, Schiedam, Heerlen en Venlo toegevoegd op basis van een index die als volgt is opgebouwd:
• Cumulatiemaatstaf sociale vernieuwing (voor 50%);
• aantal allochtonen per 100 inwoners;
• Aantal lage inkomens per 100 inwoners;
• Werkloosheid per 100 inwoners (voor 25%);
• Misdrijven per 100 inwoners (voor 25%).
Fase 4, totstandkoming G5 (1998)
De partiële toevoeging van de vijf steden, Zaanstad, Emmen, Amersfoort, Lelystad en Alkmaar is gebeurd op basis van twee criteria:
• Alleen gemeenten met meer dan 60.000 inwoners
• Vier van de zes indicatoren (lage inkomens, uitkeringsafhankelijkheid, minderheden, geregistreerde misdrijven, “centrumfunctie” en geconstateerde aanwezigheid van “slechte wijken”) hebben een score die gelijk of hoger is dan de daarvoor vastgestelde grenswaarden.
Na overleg met zeventien steden is uiteindelijk het verzoek van deze vijf gemeenten gehonoreerd.
pijl omhoog
dot
dotHoe kan een raadslid het beste omgaan met een werkgever (bedrijfsleven) die problemen dreigt te maken over zijn raadslidmaatschap? Op welke regelgeving kan een raadslid zich in dit geval beroepen?
Art. 643, eerste lid van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek luidt als volgt:
"De werknemer kan verlangen dat de werkgever hem verlof zonder behoud van loon verleent voor het als lid bijwonen van vergaderingen van de Eerste Kamer der Staten-Generaal, van vertegenwoordigende organen van publiekrechtelijke lichamen die bij rechtstreekse verkiezingen worden samengesteld, uitgezonderd echter de Tweede Kamer der Staten-Generaal, alsmede van commissies uit deze organen. Deze bepaling vindt mede toepassing op de werknemer die deel uitmaakt van een met algemeen bestuur belast orgaan van een waterschap".
Lid 2 van dit artikel regelt dat indien werkgever en werknemer ter zake geen overeenstemming bereiken, de rechter kan vaststellen in welke mate dit verlof moet worden verleend.
Voor werknemers in de particuliere sector geldt dus de hoofdregel dat de arbeidsovereenkomst bij verkiezing tot raadslid gewoon in stand blijft, maar dat de werkgever verplicht is verlof te verlenen voor het bijwonen van vergaderingen van raad en commissies.
Voor ambtenaren gelden specifieke regels (art. 125c Ambtenarenwet en art. 12c Militaire Ambtenarenwet 1931).
pijl omhoog
dot
dotHoe kan ik informatie krijgen over de onderzoeksresultaten van onderzoeksprogramma's van NICIS?
Om op de hoogte te blijven van alle NICIS-activiteiten kunt u zich via nieuwsbrief aanmelden op de gratis NICIS-nieuwsbrief. Informatie over de voortgang en planning van de onderzoeken kunt u bovendien vinden op de actuele pagina´s van de onderzoeken.
pijl omhoog
dot
dotHoe kom ik aan het recente rapport van KIEM over onderzoeken onder Antilliaanse risicojongeren?
Het rapport dat is samengesteld in opdracht van het Kennisnet Integratiebeleid en Etnische Minderheden (KIEM) is de State-of-the-Art studie Antilliaanse risicojongeren. Op het Kennisportaal Antillianengemeenten staat de studie vermeld onder het kopje 'onderzoeken' in het linkermenu. Ook is de studie te vinden onder 'thema's en dossiers' bij het trefwoord 'jeugdzorg'. Via de link kunt u het rapport direct downloaden: State-of-the-Art studie Antilliaanse risicojongeren         
pijl omhoog
dot
dotHoe kom ik in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum?
In steden worden veel projecten bedacht en uitgevoerd over veiligheid, onderwijs, zorg, sociale of economische problemen, ed. Vaak leveren deze projecten nuttige kennis op over wat werkt en wat niet werkt. Helaas blijven die ervaringen meestal beperkt tot de eigen stadsgrenzen. Die opgedane kennis en ervaringen moeten we delen.
Het Kenniscentrum Grote Steden selecteert in de Praktijk top 5 iedere twee maanden de beste praktijkvoorbeelden. De criteria die gehanteerd worden om in aanmerking te komen voor de praktijk top 5 zijn:
• het innovatieve karakter van de oplossing
• de praktische relevantie en toepasbaarheid
• de mate van integraliteit van de oplossingen en
• de meerwaarde voor de steden
U kunt informatie over een project aanleveren door het invulexemplaar in te vullen en terug te sturen naar het Kenniscentrum. Een researchmedewerker van het Kenniscentrum redigeert het stuk en zal contact met u opnemen. Deze medewerker zal vervolgens uw project online brengen.
De beste projecten komen in aanmerking voor de Praktijk Top 5 van het Kenniscentrum.
pijl omhoog
dot
dotHoe moeten de bedenkingen van één raadslid worden geïnterpreteerd?
De juridische vraagbaak is van oordeel dat het wetsartikel ziet op bedenkingen van de raad (de meerderheid van ...) en niet op bedenkingen van één enkel raadslid. Niets staat natuurlijk in de weg dat het college verstandige opmerkingen van individuele raadsleden meeneemt. Maar dat zijn dan geen bedenkingen van de raad. Het kan natuurlijk ook zo zijn dat de meerderheid het niet eens is met de bedenkingen van een of meer raadsleden. Dan heeft de raad geen bedenkingen.
pijl omhoog
dot
dotHoe moeten griffier omgaan met blancostemmen. Klopt het dat blancostemmen niet worden aangemerkt als behoorlijke stem, maar wel meetellen voor het quorum?
Blancostemmen kunnen alleen worden uitgebracht bij een schriftelijke stemming. Bij een mondelinge stemming, die geschiedt bij hoofdelijke oproeping, is ieder lid, dat ter vergadering aanwezig is, immers verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. Bij een schriftelijke stemming kan het voorkomen dat een stembriefje blanco wordt ingeleverd. Ingevolge artikel 30, tweede lid, van de Gemeentewet wordt dat niet aangemerkt als het uitbrengen van een stem. De niet uitgebrachte stem telt dus ook niet mee bij het bepalen van de uitslag. De helft van het aantal leden dat zitting heeft moet wel een geldige stem hebben uitgebracht (het quorum van artikel 29, eerste lid). In het rekenvoorbeeld zijn 6 briefjes niet behoorlijk ingevuld, dus zijn die stemmen niet uitgebracht. 13 briefjes zijn ingevuld, waarbij de volstrekte meerderheid voor is. Het voorstel is dus aangenomen.
pijl omhoog
dot
dotHoe ontwikkelde de integratie van etnische minderheden zich in de afgelopen jaren?
In het rapport Bruggen bouwen van de commissie Blok vindt u een overzicht van de immigratie en integratie van etnische minderheden in Nederland van de afgelopen dertig jaar. De belangrijkste conclusie van dit rapport is dat de integratie van veel allochtonen geheel of gedeeltelijk is geslaagd. Dit is te danken aan de allochtone burgers zelf en de ontvangende samenleving en niet aan het integratiebeleid van de overheid.
pijl omhoog
dot
dotHoe regelen andere gemeenten de verplichting op grond van de AwB (afdeling 3.4) dat het bestuursorgaan dat uiteindelijk het besluit neemt ook dit besluit ter inzage legt?
In Weert is de volgende gedragslijn bepaald. Het betreft een nog ambtelijk stuk, waaromtrent college en raad om instemming worden gevraagd. Ter toelichting: de afkorting TILS die in de memo wordt gebruikt betekent ter inzage liggende stukken. Daar de deskundigen in het land het over dit onderwerp (hoe om te gaan met UOV-procedures waar de raad bevoegd gezag is) volstrekt oneens zijn, kunnen er lokaal behoorlijke verschillen ontstaan.
Ambtelijk stuk, klik hier (PDF, 82 Kb)
pijl omhoog
dot
dotHoe verkrijgt een migrant de Nederlandse nationaliteit en welke rol speelt de gemeente hierin?
Als de migrant Nederlander wilt worden door naturalisatie, moet hij of zij kunnen aantonen voldoende te zijn ingeburgerd. Dit betekent een behoorlijke kennis van de Nederlandse taal en maatschappij. Om dit aan te tonen, moet de migrant de naturalisatietoets afleggen. Is de toets met succes afgerond, dan kan een naturalisatieaanvraag worden ingediend. Over de naturalisatieprocedure kunt u meer informatie vinden op de website van de Immigratie- en Naturalisatiedienst.
Vanaf 1 januari 2006 zijn gemeenten verplicht een naturalisatieceremonie te houden, in ieder geval op de nationale naturalisatiedag (24 augustus). Daarnaast mogen gemeenten zelf gemeentelijke ceremoniedagen organiseren op andere data. Met deze ceremonie ter gelegenheid van de verkrijging van het Nederlanderschap wordt cachet gegeven aan de bijzondere band die door de naturalisatie tot stand komt tussen het Koninkrijk en de nieuwe staatsburger. Het is een bevestiging van het feit dat de nieuwe staatsburger alle rechten en plichten verwerft en aanvaardt die aan het Nederlanderschap zijn verbonden.
pijl omhoog
dot
dotHoe wordt nu bereikt dat verweer wordt gevoerd inzake een, in afwijking van het desbetreffende raadsvoorstel, genomen raadsbesluit, op zodanige wijze dat de gemeenteraad zich hierin voldoende herkent.
Tegen het vaststellen of weigeren een voorbereidingsbesluit te nemen is bezwaar mogelijk. Aanvankelijk stonden deze besluiten op de negatieve lijst van de AWB. Dat is gewijzigd. Dus bezwaar is mogelijk.
Nu het bezwaar bij de bezwarencommissie ligt en behandeling aanstonds zal plaatsvinden, gaat het om het treffen van voorbereidingen ter zake. Verdedigbaar is dat hier via toepassing van artikel 160 Gemeentewet het college dit oppakt, danwel het college hiertoe bevoegd is krachtens delegatie.In de gegeven situatie het zijn dat de raad, gelet op het standpunt van het college, behoefte heeft aan gedegen vertegenwoordiging bij de bezwarencommissie. In dergelijke situaties zou ik adviseren een advocaat in te schakelen, die het standpunt van de raad gaat verdedigen. Of hier een noodzaak toe is valt ook te betwijfelen. De raad heeft ruime bevoegdheden in dezen en kan al snel aannemelijk maken waarom tot een afwijzing is gekomen.         
Overigens is het zo dat college/ambtelijke organisatie er natuurlijk politiek aan gehouden zijn om het besluit van de raad goed te verdedigen. De raad kan het college hier op controleren. De raad dient de uiteindelijke beslissing op het bezwaar te nemen. Daarbij kan ook afgeweken worden van het advies van de bezwarencommissie, bijvoorbeeld omdat men van mening is dat de bezwarencommissie niet de juiste argumenten heeft af kunnen wegen bij het advies.
pijl omhoog
dot
dotHoe ziet het huidige integratiebeleid er uit?
Op de website van het ministerie van Justitie wordt een uitleg gegeven over wat het integratiebeleid inhoudt. Om te zien hoe het integratiebeleid in de praktijk uitgevoerd wordt, kunt u het beste terecht op onze website.
In een bronnenonderzoek, uitgevoerd door het Verwey-Jonker Instituut, is veel informatie terug te vinden met betrekking tot de ontwikkeling van het integratiebeleid. Het rapport bestaat uit twee delen: een beschrijving van het algemene gevoerde integratiebeleid en een afzonderlijk deelrapport over de consistentie, samenhang en succes van het integratiebeleid.
Het Jaarrapport Integratie 2005 beschrijft de positie van etnische minderheden in Nederland en de ontwikkelingen die hierin de afgelopen jaren hebben plaatsgevonden. De onderwerpen die aan bod komen sluiten nauw aan op de beleidsprioriteiten van het kabinet. In de Jaarnota Integratiebeleid 2005 informeert minister Verdonk voor Vreemdelingenzaken en Integratie de Tweede Kamer over de integratie van etnische minderheden. In de nota komt de stand van zaken aan bod, gevolgd door het integratiebeleid dat het kabinet in 2006 wil voeren.
pijl omhoog
dot
dotIk ben bezig met herziening van ons reglement van orde. De raad wenst ruimhartig toestaan van spreekrecht, maar ambtelijk wordt gewaarschuwd dat voorkomen moet worden dat het spreekrecht de formele inspraak dookruist, of de raad als scheidsrechter voor indivudele belangen wordt ingeschakeld. Het spreekrecht zou volgens deze waarschuwingen strikt uitgesloten moeten zijn voor onderwerpen waar bezwaar of beroep open staat of heeft gestaan. Is dit een verstandig onderscheid om strikt te handhaven? Of kan de raad besluiten dat elke burger zijn verhaal mag komen doen?
De raad is geheel vrij in het bepalen van de reikwijdte van het spreekrecht. Als spreekrecht zonder restricties wordt toegestaan kan het inderdaad gebeuren, dat bezwaarmakers een extra procedure voor zichzelf creëren en de raad als hoger beroepsorgaan proberen in te schakelen. Om die reden hebben de meeste gemeenten onderwerpen waartegen bezwaar en beroep openstaat uitgezonderd. Van gemeenten die die beperking van het spreekrecht niet hanteren hoor ik echter niet dat hierdoor grote problemen ontstaan. Het gaat erom dat de rollen, taken en bevoegdheden duidelijk worden gemaakt om verwarring en teleurstelling te voorkomen.
pijl omhoog
dot
dotIk ben op zoek naar financiering voor mijn project. Kan ik daarvoor bij KIEM terecht?
KIEM levert geen financiële bijdrage aan projecten of maatschappelijke initiatieven. Het kennisprogramma Social Quality Matters heeft eind 2003 een inventarisatie gemaakt van de mogelijkheden tot subsidie. De notitie heet ´Steun voor ICT in de buurt´. Wellicht dat deze notitie een handvat voor u kan zijn om mogelijkheden te vinden voor financiering. U kunt deze notitie bij ons aanvragen.
pijl omhoog
dot
dotIk ben op zoek naar meer informatie omtrent de kennisinvesteringsquote (KIQ). Ik wil graag weten wat deze inhoudt en welke activiteiten er mee gemoeid zijn.
Het Innovatieplatform http://www.innovatieplatform.nl/ heeft de kennisinvesteringen (investeringen in onderwijs, onderzoek, scholing en innovatie) samengevat in het begrip Kennisinvesteringsquote (KIQ). Het is een pleidooi voor een forse investeringsagenda op het terrein van de kenniseconomie. Er van uitgaande dat de huidige goede prestaties het gevolg zijn van de vroegere relatief hoge investeringen.
Op vrijdag 8 juli 2005 is de verkenning van de zogenaamde KIQ naar de Tweede Kamer gestuurd. Hierin zijn de Nederlandse investeringen en de resultaten van die investeringen in onderwijs en onderzoek (de zogenaamde kennisproductiviteit) vergeleken met die in andere landen (‘referentielanden’). Een samenvatting van deze verkenning is te vinden op: http://www.hetkenniscentrum.nl/kcgs/dossiers/Economie/Kenniseconomie/Verkennig_kennisinvesteringsquote_1068.html Voor een uitwerking van de activiteiten omtrent de KIQ kunt u de volgende link volgen: http://www.innovatieplatform.nl/nl/actueel/archief/2005/6/Balkenende_legt_visie_Innovatieplatform_uit_aan_Kamer.html
pijl omhoog
dot
dotIk ben samen met de juridisch medewerker van onze gemeente bezig om een protocol te maken voor het opleggen van geheimhouding. We verschillen alleen van mening over wanneer dit zou moeten gebeuren. Ik was gewend vanuit mijn vorige gemeente dat de geheimhouding die B&W op stukken legt wordt bekrachtigd d.m.v een beslispunt in het raadvoorstel over dat onderwerp. De jurdisch medewerker stelt dat dit eerder moet. Hij geeft aan dat conform art. 25 lid 3 van de gemeentewet de raad in de eerst volgende vergadering deze moet bekrachtigen. Wij verzenden altijd de stukken voor de nieuwe cyclus op de donderdag voor de dinsdag dat wij raad hebben. Als je zijn redenering zou volgen dan zouden we spoedbesluit moeten nemen op de dinsdag erop ipv in de volgende cyclus. Er schijnen ook gemeenten te zijn dit ook daadwerkelijk doen. Mij lijkt dit onwenselijk gezien de planning van de stukken. De raad wordt in het weekend overvallen door dit verzoek om daar dan wel een paar dagen later wel over te moeten beslissen. Zij hebben dan geen tijd gehad om het er samen over te hebben c.q. de stukken goed te bekijken of het wel terecht is. Vandaar dat mijn voorkeur uitgaat naar het bekrachtigen in de volgende cyclus, zodat dit fatsoenlijk voorbereid kan worden. Kunt u aangegeven welke ruimte de wet biedt en of hier jurisprudentie over is?
Artikel 25 lid 3 Gemeentewet is hier heel duidelijk over: wordt de geheimhouding, die het college oplegt m.b.t. aan de raad overgelegde stukken niet in de eerstvolgende raadsvergadering bekrachtigd, dan vervalt deze van rechtswege. Er zijn dus geen escapes. Praktisch gezien hoeft dat niet zo ingewikkeld te zijn. Het college legt de geheimhouding al op bij het collegevoorstel dat de besluitvorming in de raad voorbereidt en waarbij al een concept-raadsvoorstel zit. Daarin wordt dan zowel het inhoudelijk door de raad te nemen besluit opgenomen als het besluit om de geheimhouding te bekrachtigen. Ik voeg een voorbeeld bij. Op die manier hoef je geen spoedraadsvoorstellen enkele dagen voor de raadsvergadering in de brievenbus van raadsleden te laten vallen.
Voorbeeld Griffier Den Haag:
De wettekst laat geen ruimte om creatief met de datum van de raadsvergadering om te gaan. Praktische problemen doen zich bij ons (gemeente Den Haag) nooit voor, ook niet m.b.t. 'spoedbesluiten'. Bij ons is gebruikelijk dat, zodra de raad een geheim stuk van het college ontvangt, het presidium een voorstel aan de raad doet om de geheimhouding te bekrachtigen (zie voorbeeld). Een enkele keer komt het voor dat we een dergelijk geheim stuk twee dagen vóór de raadsvergadering ontvangen. Onhandig en ongelegen, maar niets aan te doen. Soms stuurt het college een geheime brief aan een vakcommissie over een onderwerp dat later in de raad ter besluitvorming aan de orde komt. Heel formeel gesproken behoeft de raad de geheimhouding van een dergelijke brief niet te bekrachtigen. De brief is immers niet aan de raad, maar aan een commissie gericht. Toch hebben wij gemeend de geheimhouding van dergelijke brieven wèl ter bekrachtiging aan de raad te moeten voorleggen. De reden daarvan is dat ieder raadslid over dezelfde informatie moet beschikken om een besluit te kunnen nemen. Ook een raadslid dat geen lid van de commissie die het geheime stuk heeft ontvangen moet van de inhoud ervan kennis kunnen nemen. De aan een commissie gerichte (geheime) brief moet daarom worden geacht te zijn gericht aan de gehele raad en de geheimhouding ervan moet dus worden bekrachtigd.
pijl omhoog
dot
dotIk lees steeds in de krant en de bladen dat burgemeester Leers in de problemen is gekomen omdat hij zijn ambtsgeheim heeft geschonden. Zelfs rechtsgeleerden hebben in hun rapport over schending van het ambtsgeheim gesproken. Maar ik vraag me af of een burgemeester wel een 'ambts'-geheim heeft zoals een arts en een dominee dat hebben. Hij is toch gewoon gebonden aan artikel 272 SR en 2:5 Awb, zoals iedereen?
Het ambtsgeheim, of beter gezegd: het schenden hiervan vindt zijn wettelijke basis in art. 272, lid 1 Wetboek van Strafrecht: 'Hij die enig geheim waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat hij uit hoofde van zijn ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel van vroeger ambt of beroep verplicht is het te bewaren, opzettelijk schendt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de vierde categorie'.
Gezien deze delictomschrijving is de burgemeester dus zeker niet de enige die aan een ambtsgeheim gebonden is. Een beroepsgeheim. zoals o.a. artsen, geestelijken, advocaten en tot op zekere hoogte journalisten dat kennen, moet hiervan worden onderscheiden. Een ieder die tot een van deze beroepsgroepen behoort heeft het recht zich ten overstaan van de rechter te beroepen op zijn beroepsgeheim (verschoningsrecht).
Nog een aanvulling. Naast ambtsgeheim heeft men in het openbaar bestuur/ gemeentelijke praktijk ook te maken met actieve informatieplicht en openbaarheid van bestuur. Volgens ons geeft de Wet openbaarheid bestuur een kader dat gegevens niet worden verstrekt als het belang van openbaarmaking niet opweegt tegen de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer. Naar onze mening is dat ook een kader waarin naar de vraag van ambtsgeheim gekeken moet worden.
pijl omhoog
dot
dotIk moet voor school een werkstuk over integratie maken. Kan ik bij KIEM terecht voor informatie?
Alle kennis die KIEM bezit, is terug te vinden op de website www.integratie.net. Wilt u meer praktische informatie die niet alleen voor beleidsmakers bedoeld is, dan kunt u kijken op de website van het ministerie van Justitie, afdeling DCIM, waar het integratiebeleid is ondergebracht. Hier kunt u wellicht ook informatie vinden die voor u bruikbaar is. Ook kunt u bij de gemeente waar u woonachtig bent lokale informatie opvragen. Informatie over onderwerpen voor spreekbeurten voor scholieren kunt u opvragen bij Postbus 51. Het gratis telefoonnummer is: 0800-8051. Ook kunt u terecht bij Stichting Kennisnet. Dit is de internetorganisatie van en voor het Nederlandse onderwijs. Zij bieden educatief materiaal aan.
pijl omhoog
dot
dotIn de raad is een amendement ingediend dat het volledige raadsbesluit 'overruled'. Er zijn wat geluiden binnen de raad die aangeven dat er daarna toch het raadsbesluit aan de orde moet worden gesteld. M.i. is dat overbodig/niet nodig, maar kan hierover feitelijk in de reglementen niet over vinden. Kunnen jullie me aan wat informatie hierover helpen?
Ik ken de tekst van het bewuste document niet. Daarom ga ik er maar voorlopig vanuit dat sprake is van een amendement (en niet van een motie).
Art. 147b eerste lid van de Gemeentewet omschrijft het recht van amendement als volgt: "Een lid van de raad kan een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering van de raad geagendeerde (...) ontwerp-beslissing indienen".
Van belang in dit verband is ook het tweede lid van art. 147b (schakelbepaling met art. 147a tweede lid): de raad regelt op welke wijze een amendement wordt ingediend en behandeld.
Ook de raad van De Ronde Venen zal, naar ik aanneem, een bepaalde regeling van de indiening/behandeling van amendementen in zijn Reglement van orde hebben getroffen.
Het in de raad van De Ronde Venen ingediende amendement moet dus strekken tot wijziging van het voorliggende voorstel. In de meeste gevallen zal in het amendement zo nauwkeurig mogelijk worden aangegeven op welk(e) onderdeel(onderdelen) het ontwerp-besluit dient te worden gewijzigd. Zoals Jan-Pieter al aangeeft, wordt na stemming over het amendement vervolgens het oorspronkelijke voorstel - in al dan niet geamendeerde vorm - in stemming gebracht. De formulering van een amendement luistert nauw. De voorgestelde wijziging moet één op één in het ontwerp-besluit kunnen worden verwerkt. Als daar twijfels over (kunnen) bestaan, doet de voorzitter er verstandig aan zich ervan te vergewissen dat de raad precies weet waar hij over dient te besluiten.
Het verdient volgens mij aanbeveling om in alle gevallen, waarin de raad een amendement heeft aangenomen, het aldus gewijzigde ontwerp-besluit daarna in stemming te brengen. Ook als het amendement ertoe strekt het oorspronkelijke ontwerp-besluit geheel of nagenoeg geheel 'onderuit te halen'. Als over het oorspronkelijke voorstel niet gestemd zou worden, zouden twijfels kunnen ontstaan over de status van het voorstel. (Moet het worden ingetrokken? Zo ja, door wie?). Het is daarom beter om het oorspronkelijke voorstel in geamendeerde vorm in stemming te brengen. Er kan in principe ook geen bloed uit vloeien, omdat het aangenomen amendement immers geheel geïncorporeerd wordt in het oorspronkelijke ontwerp-besluit.
pijl omhoog
dot
dotIn de SDU uitgave 2008 over de rechtspositie van gemeentelijke politieke ambtsdragers staat op pagina 25 dat een nieuw raadslid recht heeft op een vergoeding vanaf het moment van beëdiging. Art. 96 Gemw spreekt over leden van de raad die recht hebben op een vergoeding. Ben je niet al raadslid vanaf het moment van benoeming?
Uit artikel 14 van de Gemeentewet blijkt dat het lidmaatschap van de raad aanvangt op het moment dat de gemeenteraad een beslissing heeft genomen over de toelating en die toelating onherroepelijk is geworden. In deze fase is sprake van het onderzoek door de raad van de geloofsbrieven van het toe te laten raadslid. Nadat het onderzoek in positieve zin is afgerond volgt de beëdiging en vangt het lidmaatschap van de raad aan. Artikel 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden bepaalt dat de vergoeding voor de werkzaamheden en de onkostenvergoeding door het lid van de raad worden genoten met ingang van de dag van de beëdiging.
pijl omhoog
dot
dotIndien hoofdelijke stemming is gevraagd over een concept-besluit zijn raadsleden in beginsel verplicht hun stem uit te brengen. Dienen raadsleden die niet mee wensen te stemmen op andere gronden dan genoemd in de Gemeentewet, de raadszaal te verlaten? Of is het ook toegestaan plaats te nemen op de publieke tribune?
Op grond van artikel 32 Gemeentewet is ieder ter vergadering aanwezig lid verplicht zijn stem uit te brengen. Een raadslid is in de vergadering aanwezig als hij aan de vergadertafel zit en mee kan praten. Als een raadslid geen stem wil uitbrengen, moet hij dus de vergadering verlaten. Het is het duidelijkste als hij de zaal verlaat, maar hij mag ook op de publieke tribune gaan zitten luisteren. Mensen die op de tribune zitten nemen geen deel aan de vergadering.
pijl omhoog
dot
dotIn gemeente X is door de raad besloten om een regeling te treffen waardoor raadsleden in aanmerking komen voor een vergoeding van een computer en voor een maandelijkse bijdrage voor een internetverbinding. Over dat laatste staat in de verordening: 'Op aanvraag vergoedt het college het raadslid de aanleg- en anbonnementskosten voor de internetverbinding voor de in het eerste lid genoemde computerapparatuur. De vergoeding zal € 25,00 per maand bedragen.' Nu was de raad vooraf op de hoogte gesteld van het feit dat voor de vergoeding voor de aanschaf van de computer loonbelasting ingehouden zou worden. Voor het hierbovengenoemde artikel was dat niet het geval. P&O heeft nu echter aangegeven dat dat ze dat wel moet inhouden. Kan er met de huidige formulering in de verordening, toch een uitleg gegeven worden waarbij de volledige € 25,00 per maand wordt vergoed?
Een antwoord op deze vraag vindt u in de VNG circulaires van 17 mei 2006 / 7 juli 2006. http://www.vng.nl/eCache/DEF/58/096.html
Daarnaast heeft de VNG in een circulaire d.d. 29 maart 2007 (kenmerk ECCVA/U200700476) een 2e wijziging van de Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden aan de leden toegestuurd.
Eén van de wijzigingen behelst een verduidelijking van art. 8 van de voorbeeldverordening, ertoe strekkende dat de compensatie voor de belastingheffing alleen betrekking heeft op de computerapparatuur die in bruikleen is gegeven. Verder is in de toelichting nog een andere berekeningsmethode van de compensatie opgenomen.
pijl omhoog
dot
dotIngevolge artikel 213, tweede lid van de gemeentewet wijst de raad de accountant aan. Dat is geschied. Het contract is gesloten voor de periode van drie jaar. I.v.m. a.s.herindeling is het de bedoeling het contact met een jaar ( het laatste jaar dat de gemeente zelfstandig is) te verlengen. Wie is bevoegd: de raad of het college?
De raad is bevoegd de accountant aan te wijzen (art. 213 tweede lid Gemeentewet). Op basis van een dergelijk aanwijzingsbesluit kan het college vervolgens de overeenkomst met de betreffende accountant sluiten. In deze volgorde dus: eerst raadsbesluit en daarna collegebesluit.

In dit concrete geval moet de raad eerst besluiten de aanwijzing van de accountant met een jaar te verlengen, waarna het college zorgt voor de contractuele afronding.
pijl omhoog
dot
dotIn het kader van de nWRO moeten vanaf 1 januari alle bestemmingsplannen gedigitaliseerd worden. Van onze ambtenaar die de voorbereidingen daarvoor treft begreep ik dat er maar 1 persoon is die straks de bestemmingsplannen kan waarmerken voordat ze digitaal geplaatst gaan worden. Nu paraferen de griffiers de papieren versie van de bestemmingsplannen en bevestigen daarmee dat die plankaart zo door de raad vastgesteld is. Ik ben benieuwd hoe andere griffiers ermee omgaan als dat waarmerken straks door een ambtenaar gaat gebeuren. Hoe kunnen wij verifiëren dat de juiste versie gewaarmerkt en geplaatst wordt, of dragen we de verantwoordelijkheid daarvoor over aan de ambtelijke organisatie?
Eerst even de vraag over het digitaal waarmerken van bestemmingsplannen. Dat kan inderdaad maar 1 persoon doen, het is zeer onverstandig meerdere mensen hiervoor te autoriseren, afgezien van de normale situatie dat er een plaatsvervanger is die in afwezigheid van de eerst bevoegde kan ondertekenen. Ik zou de volgende regeling aanhouden:
  • papieren raadsbesluit: ondertekenen door raadsvoorzitter en griffier;
  • papieren bestemmingsplan: waarmerken d.m.v. handtekening griffier;
  • digitaal raadsbesluit: niet ondertekenen vanwege richtsnoeren college bescherming persoonsgegevens (als men daaraan voorbij wil gaan: digitale of gescande handtekening raadsvoorzitter en griffier);
  • digitaal bestemmingsplan: griffier voert code op RO-online.nl in als waarmerk van echtheid van bestemmingsplan (waarom zou je digitaal opeens een ambtenaar het waarmerken laten doen, terwijl je het heel normaal vindt om de papieren exemplaren zelf te waarmerken als griffier?).
pijl omhoog
dot
dotIn het kader van een raadsvoorstel inzake het nemen van een beslissing op een planschadeclaim heeft het college de raad via een vertrouwelijke brief geïnformeerd over de juridische mogelijkheden voor planschadeafwenteling. Naar aanleiding van deze brief wil een fractie het initiatief nemen om over deze problematiek de raad een uitspraak te laten doen. Ter openbare raadsvergadering een motie indienen naar aanleiding van een vertrouwelijk schrijven lijkt niet handig en is niet de gewenste zet. Wat zou een geëigende methode kunnen zijn? Bijvoorbeeld een brief van een of meerdere raadsfracties aan het college? Een vertrouwelijk overleg van de raad of raadscommissie met deportefeuillehouder?
De suggestie zou zijn dat een kwestie altijd in algemene zin in de raad kan worden besproken. Er mogen alleen geen verwijzingen worden gedaan naar een specifiek geval dat onder geheimhouding is medegedeeld. Over de mogelijkheden om planschade af te wentelen is overigens in het openbaar al heel wat gezegd. Planschade zaken zijn openbare stukken. Ze moeten via de Wob, als daar om gevraagd wordt door een derde, gewoon worden toegezonden.
Buiten de feitelijke juridische sfeer ligt er rond de problematiek van vertrouwelijkheid ook vooral een bestuurlijk probleem. Vertrouwelijkheid en openbaar bestuur gaan nu eenmaal heel slecht samen. Een probleem wat alleen al blijkt uit het grote aantal "incidenten" en juridische procedures. Op grond van art. 25, derde lid van de Gemeentewet moet de raad van Sint Anthonis de geheimhouding, die het college heeft opgelegd aan de betreffende brief aan de raad, in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigen. Gebeurt dat niet, dan vervalt de geheimhouding van rechtswege.
pijl omhoog
dot
dotIn het kader van een specifiek onderzoek, interviewt de rekenkamercommissie een aantal sleutelfiguren. Hiervan worden geluidsopnamen gemaakt, aan de hand waarvan de commissie later het verslag maakt. De schriftelijke verslagen worden ter instemming aan de geinterviewden voorgelegd. Is de rekenkamercommissie gerechtigd om vervolgens de bandopnamen te vernietigen of dienen de opnamen als document in het gemeentearchief te worden opgenomen? M.i. is dit op van de Archiefwet verboden en mag alleen de gemeentesecretaris als zorgdrager voor het gemeentelijke archief binnen bepaalde kaders een dergelijk besluit nemen.
In eerste instantie vallen alle gemeentelijke documenten, ook die zijn opgesteld in opdracht van door de raad ingestelde commissies zoals een rekenkamer, onder de Archiefwet, waarbij onder documenten ook geluidopnames worden begrepen.
Zie ook http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/sessioned/browsercheck/continuation=13881-002/session=052113176951535/action=javascript-result/javascript=yes
Worden de gegevens schriftelijk vastgelegd, dan heeft de informatie op de niet papieren dragers voor blijvende bewaring geen waarde en zouden deze vernietigd kunnen worden. Worden de gegevens niet schriftelijk vastgelegd, dan moeten deze dragers aangemerkt worden als blijvend te bewaren archief.
Als besloten wordt, om de niet papieren dragers te bewaren, moet voldaan worden aan de regeling "duurzaamheid archiefbescheiden" (art. 11, 2e lid, archiefbesluit 1995). De regeling "duurzaamheid archiefbescheiden" is in een nummer van het informatieblad Auditing beschreven, Nr. 2 - 21 juni 2007.
pijl omhoog
dot
dotIn het KB van 1852 staat dat de burgemeester het onderscheidingsteken onder meer draagt als hij voorzit in de raadsvergadering. Artikel 3 van dit KB luidt: Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt. De vraag komt hier op of, na de dualisering van het gemeentebestuur, de vervangende raadsvoorzitter wordt geacht de ambtsketen bij die raadsvergadering te dragen. Is hier nadien iets over vastgelegd door de minister of is het een kwestie van interpretatie van het oude KB?
Het KB van 16 november 1852 is nog steeds van kracht en is ook niet gewijzigd sinds de dualisering. Op de VNG-site wordt hierover het volgende opgemerkt: "De artikelen 2 en 3  van het betreffende KB maken geen onderscheid tussen de situatie waarbij bij verhindering of ontstentenis van de burgemeester de waarnemer optreedt als raadsvoorzitter of als bestuursorgaan. In het besluit is echter geen rekening gehouden met het dualisme. Kernpunt is dat tijdens de raadsvergaderingen de plaatsvervangend voorzitter van de raad bij ontstentenis van de burgemeester het recht heeft de ambtsketen te dragen. In principe is het dragen van de ambtsketen verbonden aan het voorzitterschap van de raad".
pijl omhoog
dot
dotIn hoeverre is een bestuursrapportage van het college waarin een eindejaarsprognose wordt gegeven beschikbaar op het moment dat de raad de begroting behandelt?
Formeel kan de raad dit regelen via de Financiële verordening (ex art. 212 van de Gemeentewet). De griffier van Goirle geeft aan dat bij hen in artikel 7 de tussentijdse rapportage en informatie is vastgelegd. In dit artikel kan de raad bepalen voor welk tijdstip de tussenrapportage aan de raad moet worden aangeboden. De raad zou die bepaling formeel moeten amenderen.
In de gemeente Hoogeveen is hierover ook discussie gevoerd bij de begrotingsbehandeling op 19 oktober, 2 november en 9 november 2006. Zie de verslagen op www.hoogeveen.nl/gemeenteraad. Uiteindelijk was de conclusie dat het college niet in staat was voor de begrotingsbehandeling met een bestuursrapportage te komen die een goede eindejaarsprognose bevat. Toch is tijdens de begrotingsbehandeling een eindejaarsprognose is gegeven. Dit gebeurde echter met de nodige omzichtigheid.
In de gemeente Den Haag hanteert de raad de volgende werkwijze: Volgens de Haagse verordening financieel beheer en beleid stelt het college jaarlijks vóór 1 juni een notitie op waarin de budgettaire ruimte meerjarig is weergegeven. Deze notitie dient als uitgangspunt voor de op te stellen meerjarenbegroting. De betreffende kadernotitie - in het jargon Voorjaarsnota geheten - wordt aan de raad ter vaststelling aangeboden. De raad behandelt deze Voorjaarsnota in zijn laatste vergadering voor het zomerreces (dit jaar op 29 juni) in combinatie met de jaarrekening over het afgelopen jaar. Deze jaarrekening gaat vergezeld van het rapport van de Gemeentelijke Accountantsdienst en het rapport van de Rekeningencommissie. De begroting wordt door het college uiterlijk de tweede dinsdag van september aan de raad aangeboden. Tijdig voor de begrotingsbehandeling brengt het college ook het concernbericht over de verwachte uitkomsten voor het lopende jaar uit. Deze begrotingsbehandeling is gebaseerd op de uitputting over de eerste zes maanden. Beide stukken (begroting en concernbericht) worden gelijktijdig in de begrotingsvergaderingen behandeld. Indien en voorzover sprake is van een voordelig concernresultaat wordt dit door raadsleden dankbaar aangegrepen om (incidenteel) dekking te zoeken voor in te dienen amendementen.
pijl omhoog
dot
dotIn onze gemeente heeft de commissie formeel de functie te overleggen met het college over de raadsvoorstellen en te een advies uit te brengen aan de raad. Vaak verwoorden de fracties dit laatste in de term: "rijp voor behandeling in de raad". Onze gemeente telt vier fracties die naar rato vertegenwoordigd zijn in de commissie. Wat moet er gebeuren indien twee fracties een voorstel wel door willen sturen naar de raad en twee fracties niet ?
De stemmen over het uit te brengen advies kunnen staken in een commissie, daarover is niets geregeld in het RvO. De commissie moet hierover een wijs besluit nemen. Als fracties een stuk niet rijp voor behandeling vinden en het gaat toch door naar de raad, is de stemverhouding aldaar beslissend.
In onze verordening beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. Landelijk is hier wat discussie over, maar de lijn van BZK is dat hoofdelijk (en niet gewogen) moet worden gestemd.
Er is in onze regeling niet geregeld wat er gebeurt als de stemmen staken. Eerlijk gezegd is dat bij ons ook nog niet voorgevallen. Het gebeurt eigenlijk nooit dat stemming nodig is. Meestal is men unaniem over de vraag of iets wel of niet rijp is voor besluitvorming in de raad. Eventuele meningsverschillen worden gezien als politiek, die het best op zijn plaats is in de raadsvergadering. Maar dat is onze cultuur en werkwijze.
De verordening van Bergeijk regelt wel iets. Die stelt dat in geval van stakende stemmen geen advies wordt uitgebracht, maar verslag wordt gedaan van de opvatting van commissieleden. Lijkt mij ook een zuivere insteek. Besluitvorming ligt dan bij de raad. Als Bergeijk het eigen op internet staande reglement volgt, is het woord dus aan de raad.
In Den Haag is in de Verordening raadscommissies de bepaling opgenomen dat, als de leden van een commissie niet eenstemmig adviseren over een voorstel, op het betreffende stuk de namen van de fracties worden vermeld met de aanduiding "voor" respectievelijk "tegen" respectievelijk "stem voorbehouden". Deze vermelding komt ook terug op de raadsagenda.
Belangrijker dan deze formele regeling is de in deze raadsperiode gemaakte afspraak dat de voorzitter van een raadscommissie aan het eind van de beraadslaging over een bepaald voorstel concludeert dat het voorstel rijp is voor behandeling in de raad. Dat houdt in dat geen technische vragen meer resteren en dat geïnventariseerd wordt over welke politieke punten in de raad gedebatteerd zal worden.
Mede door deze afspraak ontstaat bij ons zelden of nooit discussie over het 'stemmen' in commissies.
In Hoogeveen wordt een dergelijke beslissing beschouwd als iets waarover een voorstel van orde kan worden gedaan. In het onlangs vastgestelde reglement staat hierover dan het volgende:
Artikel 37 Voorstellen van orde
1. De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens een informerend, een meningvormend of een besluitvormend blok mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van dat blok betreffen.
3. Over een voorstel van orde beslist de vergadering terstond. Bij informerende en meningvormende blokken vindt een gewogen stemming plaats naar rato van het aantal leden dat een fractie telt.
Bij de toelichting op dit artikel staat:
Artikel 37 Voorstellen van orde
De voorzitter legt aan de raad ter beslissing voor of er inderdaad sprake is van een voorstel van orde. Over een voorstel van orde wordt direct, zonder beraadslaging, besloten. Indien het gaat om een niet geagendeerd voorstel, dient de procedure van een initiatiefvoorstel gevolgd te worden. In een informerend of meningvormend blok geldt geen quorum. Ook is het aantal leden dat namens een fractie deelneemt niet beperkt. Een hoofdelijke stemming kan dan een vertekening opleveren van het resultaat dat in een besluitvormend blok zou worden verkregen. Daarom is in deze blokken uitgegaan van een gewogen stemming waarbij rekening wordt gehouden met de grootte van de fracties. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om de vraag of een voorstel voldoende is behandeld in het blok en door kan gaan naar een ander blok.
pijl omhoog
dot
dotIn veel gemeenten is er voor de personele uitvoering een mandaat of delegatieconstructie geregeld naar het college van burgemeester en wethouders. In mijn gemeente is dit niet het geval. Kunt u voor mij de mogelijkheden op een rij zetten?
U treft hier een aantal voorbeelden aan van oplossingen uit andere gemeenten:
Den Haag
In Den Haag heeft de raad bij verordening bepaald dat:
  • op ambtenaren en werknemers in dienst van de gemeente en tewerkgesteld bij de griffie het Ambtenarenreglement 's-Gravenhage en de daaraan afgeleide regelingen, met uitzondering van de mandaatregeling personeelsbesluiten, van overeenkomstige toepassing zijn
  • de griffier de aan hem door het college gemandateerde bevoegdheden ex art. 160 Gemeentewet uitoefent, met inachtneming van aanwijzingen zoals bepaald in de Instructie griffier
  • de procedures m.b.t. werving, selectie, benoeming en ontslag van de griffier, evenals andere procedures rond personeelsbesluiten die op de griffier betrekking hebben, worden geregeld in het Besluit personeelsbesluiten griffier Den Haag. Op basis hiervan is het presidium bevoegd rechtspositionele besluiten te nemen, met dien verstande dat bepaalde bezoldigingsbeslissingen (toekennen periodiek, toelagen, gratificaties, enz.) en beslissingen inzake onkostenvergoedingen worden genomen door de voorzitter van het presidium
  • over de verrichting van uitvoerende werkzaamheden op het terrein van o.a. financieel beheer, personeelsbeheer en rechtspositie van ambtenaren en raadsleden, informatievoorziening, bibliotheekzorg, juridische dienstverlening, huisvesting, automatisering en overige facilitaire dienstverlening de griffier afspraken maakt met het verantwoordelijke diensthoofd. In concreto heeft dit geleid tot schriftelijke overeenkomsten, deels in de vorm van Service Level Agreements
  • de griffier optreedt als ondernemer in de zin van de Wet op de ondernemingsraden      
Goirle
In Goirle heeft de raad het volgende besloten:
a.
Aan het college de bevoegdheid delegeren tot het uitvoeren van de Arbeidsvoorwaardenregeling gemeente Goirle en daaraan verbonden nadere regelingen ten behoeve van de griffier en de medewerkers van de griffie, behoudens voor zover het betreft
  • het nemen van besluiten met betrekking tot de aanstelling, overplaatsing, schorsing of het ontslag van de griffier en medewerkers van de griffie
  • het vaststellen van instructies en dienstopdrachten ten aanzien van de griffie en de medewerkers van de griffie
  • het verlenen van vakantie en verlof aan de griffier en de medewerkers van de griffie
  • besluiten met betrekking tot de ontwikkeling, beoordeling en beloning van de griffier en de medewerkers van de griffie
  • het nemen van disciplinaire maatregelen ten aanzien van de griffier en de medewerkers van de griffie
b.
De voorbereiding van de onder lid a bedoelde besluiten ten aanzien van de griffier die zijn voorbehouden aan de raad, wordt namens de raad uitgevoerd door de voorzitter van de raad en een delegatie uit het raads-presidium. Hierbij kan ambtelijke ondersteuning worden geboden door het Hoofd Personeel & Organisatie. Mocht de griffie in toekomstig perspectief worden uitgebreid, wordt voor wat betreft het griffiepersoneel de griffier gemachtigd.
c.
De volgende personen aan te wijzen ten behoeve van de uitvoering van hetgeen onder b. is besloten: (namen invullen)
Hoogeveen
In Hoogeveen is het presidium op grond van een Reglement voor het presidium bevoegd ten aanzien van de griffier rechtspositionele besluiten te nemen en is binnen het presidium de burgemeester weer gemandateerd om de dagelijkse leiding uit te voeren. In de Instructie voor de griffier is de griffier bevoegd verklaard besluiten te nemen ten aanzien van het griffiepersoneel. Zo werkt het ook in de praktijk. De uitvoering van de besluiten, zoals het uitbetalen van het salaris, gebeurt verder door de ambtelijke organisatie die onder het college valt. Daarvoor is verder niet specifiek iets geregeld.
Gemeente Weert
In Weert heeft de raad besloten om
  1. de arbeidsvoorwaarden en rechtspositie van de gemeente-ambtenaren van Weert tevens van toepassing te verklaren op de griffier en medewerkers van de griffie
  2. de uitvoering van de rechtspositie van de griffie te delegeren aan het college, met uitzondering van de bevoegdheid tot aanstelling, schorsing, ontslag van de griffie(r) en het vaststellen van de instructie
  3. een aantal rechtspositionele bevoegdheden ten aanzien van de griffie te mandateren aan de raadsvoorzitter (vwb de griffier) c.q. de griffier (vwb de griffiemedewerkers). Hierbij moet gedacht worden aan het toekennen van gratificaties, reis- en verblijfkostenvergoedingen, toestemming voor nevenfuncties, ouderschapsverlof, persoonlijk ontwikkelingsplan, aan- en verkoop van verlof, sparen van ADV, zorg- en calamiteitenverlof, functionerings- en beoordelingsgesprekken. In de instructie voor de griffier staat alleen beschreven wat zijn taken zijn en hoe de griffie dient te worden aangestuurd. Hierin worden bij ons geen rechtspositionele zaken geregeld.
Veere
De raad in Veere heeft al weer een tijdje geleden een beslissing genomen over rechtspositionele zaken voor de griffier. Het bijgaande overzicht maakt deel uit van het delegatie- en mandaatstatuut.
Document als onderdeel van delegatie- en mandaatstatuut (PDF, 17 KB)
pijl omhoog
dot
dotIs de raad bevoegd een aanbestedingsprocedure op te starten en te doorlopen of dient de raad dit te delegeren aan het college en op grond waarvan?
Het college is op grond van artikel 160, eerste lid, onder e, van de Gemeentewet bevoegd. Dit valt namelijk onder de categorie (voorbereiden van) privaatrechtelijke rechtshandelingen.
pijl omhoog
dot
dotIs de verwijzing van de SP- fractie naar het Burgerlijk Wetboek artikel 116 lid 2 (een schuldeiser kan zelf bepalen waar zijn geld naar toe wordt overgemaakt) een terechte verwijzing?
De VNG geeft op haar site het volgende antwoord op de vraag of een gemeente de raadslidvergoeding in opdracht van het raadslid kan doorbetalen aan de SP:
"Voor de gemeente is op grond van de Kieswet relevant dat een inwoner van de gemeente is gekozen tot lid van de gemeenteraad (...). Op grond van de Gemeentewet heeft betrokkene recht op een vergoeding voor zijn werkzaamheden en een onkostenvergoeding (...). Die kan hij niet weigeren en de gemeente is gehouden die aan hem te doen toekomen. Betrokkene geeft daarvoor een rekeningnummer op waar de gemeente deze vergoeding zonder enige terughoudendheid op dient te storten. Wat betrokkenen daar verder mee doen is niet aan de gemeente ter beoordeling. Aangezien een wedde of onkostenvergoeding aan de persoon in kwestie toekomt, is het beantwoorden van de vraag of een vergoeding via een acte van cessie kan worden overgedragen niet meer relevant.
Er speelt overigens ook nog een fiscaal aspect mee. De betrokkene dient over zowel de raads- als de onkostenvergoeding belasting te betalen ondanks het feit dat ze hun vergoeding in het geheel overdragen. De gemeente is verplicht in het kader van fictief werknemerschap loonbelasting in te houden dan wel is betrokkene verplicht inkomstenbelasting te betalen als hij de status van fiscaal zelfstandige heeft". Hieruit vloeit voort, zoals ook al bij andere gelegenheden gesteld, dat een wetswijziging nodig zal zijn aan om deze afdrachtregeling een einde te maken.
In dat verband kan ook nog gewezen worden op een mededeling van de Voorzitter van de Tweede Kamer van 15 januari 2004. Hierin komt hij tot de conclusie dat hij "...geen bevoegdheid (heeft) om maatregelen te treffen bij twijfel over de verenigbaarheid van bepaalde regelingen met de zuiveringseed. Meineed is geen klachtdelict. Bij afwezigheid van beslissingen over precedenten en van jurisprudentie, ziet de Voorzitter ook geen aanleiding tot het doen van uitspraken in het geval dat nu aan de orde is".
Het bovenstaande laat natuurlijk onverlet dat velen een dergelijke afdrachtregeling inmiddels ongewenst achten (zie opvatting minister BZK, CdK Utrecht, prof. Elzinga). Maar zolang er geen wettelijk verbod is en geen jurisprudentie op dit punt bestaat, zal aan deze regeling naar verwachting niet snel een einde komen.
Over dit thema verschenen onder andere de volgende berichten:
  • Remkes: geen financiering SP via overheid
Minister Johan Remkes van Binnenlandse Zaken wil dat de overheid niet langer meewerkt aan de inkomensafdracht van SP-Tweede Kamerleden aan de partij. Hij bereidt daartoe een wetsvoorstel voor, aldus de woordvoerder van de VVD-bewindsman dinsdag. Het honorarium van SP-Kamerleden wordt nu gestort in de partijkas van de SP. Vervolgens ontvangen zij van de partij een vergoeding voor hun Kamerwerk. Remkes vindt het niet de rol van de overheid om aan deze constructie mee te werken. Hij heeft dat al eerder gezegd. Inmiddels is gebleken dat het wijzigen van deze praktijk alleen kan via wetswijziging. Bron: Overheidsportal
  • Douwe Jan Elzinga betitelt de cessie-overeenkomsten met de SP als nietig vanwege strijd met de Grondwet.
Het is gemeenten niet toegestaan om handelingen te verrichten die strijdig zijn met grondwettelijke uitgangspunten. Elzinga vindt dan ook dat aan de cessiepraktijken een einde moet komen. Bron: Binnenlands Bestuur 13 oktober 2006  
  • Volg de discussie op de weblog van de Vereniging van Griffiers
    
pijl omhoog
dot
dotIs de voorzitter van de deelraad op basis van artikel 77 van de gemeentewet bevoegd om in voorkomende gevallen de plv. voorzitter te overrulen?
In principe kan een plaatsvervanger niet worden overruled als afstand is gedaan van het voorzitterschap. De vraag is wel of afstand gedaan kan worden van het voorzitterschap, gelet op de tekst van artikel 77. Deze spreekt enkel over verhindering of onstentenis van de burgemeester (i.c. voorzitter deelraad). Dat is hier duidelijk niet het geval. Hier loopt nog steeds de discussie over aanpassing van de Grondwet - Gemeentewet.
pijl omhoog
dot
dotIs een elektronische ondertekening voldoende om gemeentelijke besluiten door te voeren?
Artikel 32a Gem.wet staat m.i. niet in de weg aan een elektronische ondertekening van besluiten. Je kunt een besluit elektronisch ondertekenen. Een in een (elektronisch) archief opgeslagen besluit dat elektronisch is ondertekend, is aan allerlei eisen gebonden, maar is mogelijk. Dat volgt uit de Archiefwet en uit afdeling 2.3 van de Awb (zie ook PG op dit punt. http://www.pgawb.nl/html/pgawb/WebHelp/PGAWB.htm).
Awb: Artikel 2:16 [per 15 december 2007] Aan het vereiste van ondertekening is voldaan door een elektronische handtekening, indien de methode die daarbij voor authentificatie is gebruikt voldoende betrouwbaar is, gelet op de aard en de inhoud van het elektronische bericht en het doel waarvoor het wordt gebruikt. De artikelen 15a, tweede tot en met zesde lid, en 15b van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover de aard van het bericht zich daartegen niet verzet. Bij wettelijk voorschrift kunnen aanvullende eisen worden gesteld. Uiteindelijk ligt er dus een digitaal besluit, digitaal ondertekend in het digitale archief. Afschriften hiervan (zeg maar de uitgaande brief met mededeling van het besluit aan de burger) hoeven niet eens per se ondertekend te worden. Ik heb hem niet terug kunnen vinden, maar er schijnt een uitspraak van de AbRS m.b.t. goedkeuringsbesluiten van een bestemmingsplan te zijn waarin dit met zoveel woorden wordt gezegd.
Er moet aan de voorwaarde zijn voldaan dat zeker is gesteld dat de tekst waarop de raad zijn besluit baseert dezelfde is als die waaronder uiteindelijk de (digitale) handtekening komt te staan. De handtekening staat immers voor het feit dat het ondertekende stuk "aldus besloten" is.
pijl omhoog
dot
dotIs er voor de functiewaardering van de griffiemedewerkers een besluit van de gemeenteraad nodig of valt dit onder de bevoegdheden van de raadsgriffier?
Over het handelen rondom de rechtspositie van de griffie zijn eerder vragen gesteld. In principe is de raad bevoegd. Een en ander kan gedelegeerd worden aan de griffier, presidium of het college van burgemeester en wethouders. Een uitgebreidere uiteenzetting staat bij het antwoord op de volgende vraag:
"In veel gemeenten is er voor de personele uitvoering een mandaat of delegatieconstructie geregeld naar het college van burgemeester en wethouders. In mijn gemeente is dit niet het geval. Kunt u voor mij de mogelijkheden op een rij zetten?"
In principe denkt de Juridische Vraagbaak dat het om een bevoegdheid van de raad gaat, maar dat de raad het kan mandateren aan de griffier. In bijvoorbeeld Hoogeveen heeft de raad dit soort bevoegdheden via een reglement voor het presidium gedelegeerd aan het presidium. Het presidium heeft het via de instructie voor de griffier gemandateerd aan de griffier.
pijl omhoog
dot
dotIs het juridisch mogelijk om te korten op de onkostenvergoeding van een raadslid indien deze regelmatig afwezig is?
Op basis van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden wordt aan raadsleden een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend tot de maximumbedragen. Deze staan genoemd in tabel I bij het besluit. Voor de onkostenvergoeding is een zelfde bepaling opgenomen. De raad kan bij verordening tot ten hoogste 20% naar beneden afwijken van de bedragen, genoemd in de bij de rechtspositiebesluit behorende tabellen. In artikel 4 van het rechtspositiebesluit is vastgelegd, dat de raad bij verordening kan bepalen, dat ten hoogste 20% van de vergoeding voor de werkzaamheden wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van de raad op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.
Uitgangspunt van het rechtspositiebesluit is, dat de regelingen die hieruit rechtstreeks voortvloeien dan wel bij verordening nader worden geregeld, voor alle raadsleden in een gemeente in dezelfde mate gelden. Dit om willekeur en 'politieke spelletjes' op dit punt te voorkomen. Er kan dus in de rechtspositieverordening worden geregeld, dat 80% van de raadsvergoeding op de normale wijze wordt uitgekeerd en 20% in de vorm van presentiegeld, maar dat geldt dan voor alle raadsleden en niet slechts voor raadsleden, die door de raad daartoe worden aangewezen, zoals bv. zij die vaak afwezig zijn of spookraadsleden. Zij kunnen dus niet individueel gekort worden.
pijl omhoog
dot
dotIs het juridisch toegestaan dat de raadsvergoeding van het raadslid dat wegens ziekte tijdelijk wordt vervangen door een ander raadslid op verzoek van zijn fractie niet wordt uitbetaald en het tijdelijk raadslid uiteraard wel wordt uitbetaald? Of moeten ze beiden worden uitbetaald ook al geeft het betreffende raadslid dat wordt vervangen zelf aan geen raadsvergoeding te willen ontvangen?
Over de vervanging bij ziekte van raadsleden in relatie tot vergoedingen kunnen we verwijzen naar de ledenbrief van de VNG van 3 november 2006. lbr.06/156. In deze brief wordt ingegaan op de vergoedingen voor het vervangen raadslid en de vervanger.
Op grond van de wet 'Regeling van de tijdelijke vervanging van leden van de Tweede kamer en Eerste Kamer der Staten-Generaal, de provinciale staten en de gemeenteraden wegens zwangerschap en bevalling of ziekte' ontvangt het raadslid dat vervangen wordt zijn volledige raadsvergoeding en de helft van de onkostenvergoeding. De vervanger ontvangt de volledige raadsvergoeding en de volledige onkostenvergoeding zoals die voor de betreffende gemeenteraad geldt.
pijl omhoog
dot
dotIs het mogelijk om de feitelijke vaststelling van presentiegelden voor leden van raadscommissies die geen raadslid zijn over te laten aan de afzonderlijke fracties, door die presentiegelden te laten betalen uit de vergoeding fractiekosten, zonder de hoogte van de vergoeding in een verordening vast te leggen? Is het mogelijk om per verordening te regelen dat slechts een bepaald aantal commissieleden/niet-raadsleden per fractie recht heeft op presentiegeld?
De bedoelde commissieleden zijn lid van een zogenaamde artikel-82-commissie (artikel 82 Gemeentewet). De instelling, taken, bevoegdheden, samenstelling en werkwijze wordt beheerst door genoemd artikel. De benoeming is niet alleen een aangelegenheid van de raad, maar de leden moeten ook voldoen aan de voorwaarden die het vijfde lid van dit artikel stelt. Alleen al om deze redenen is het niet mogelijk de bemensing van een artikel-82-commissie voor zover het niet-raadsleden betreft, over te laten aan een fractie.
De vergoeding van commissieleden wordt geregeld in de artikelen 96 en 97 van de Gemeentewet en is nader bepaald in de artikelen 14 en 15 van het Rechtspositiebesluit Raads- en commissieleden en wordt lokaal door de raad bij verordening vastgesteld. De samenstelling van de commissie wordt geregeld in de verordening op de raadscommissies.
Van geheel andere orde is de fractieondersteuning. Deze is gebaseerd op artikel 33, tweede lid, van de Gemeentewet. Ook deze voorziening wordt geregeld bij verordening, maar dient een ander doel dan het lidmaatschap van een raadscommissie. Het is wel mogelijk dat fractieondersteuners tevens lid zijn van een raadscommissie, mits voldaan wordt aan de voorwaarden die artikel 82, vijfde lid, van de Gemeentewet stelt. Er is in de meeste gevallen wel sprake van in het verlengde van elkaar liggende activiteiten, maar een fractieondersteuner wordt benoemd door de fractie en niet door de gemeenteraad. Wanneer de Verordening op de ambtelijke bijstand en de fractieondersteuning daartoe de ruimte biedt en de raad daarvoor de middelen beschikbaar heeft gesteld, kan een fractie aan een fractieondersteuner een vergoeding geven of eventueel zelfs een salaris. Het laatste is mogelijk wanneer sprake is van een dienstverband met een rechtspersoon die door de fractie in het leven wordt geroepen of waar de fractie zich bij aansluit. Een fractie ('in de raad vertegenwoordigde politieke groepering') als zodanig heeft geen rechtspersoonlijkheid
Het gaat dus om twee ook in wettelijk opzicht gescheiden activiteiten met eigen taken die door het benoemend orgaan worden gesteld, respectievelijk een bestuursorgaan en een 'in de raad vertegenwoordigde groepering'. Het ter beschikking stellen aan de fractie van de vergoeding voor commissieleden/niet-raadsleden en deze verder de hoogte van de vergoeding te laten bepalen is dan ook in strijd met de wet. Evenals een lid van de raad is ook een commissielid op persoonlijke titel lid van een commissie. Een commissielid heeft conform artikel 96 van de Gemeentewet een persoonlijk, onvervreemdbaar en bovendien imperatief recht op een presentiegeld.
pijl omhoog
dot
dotIs het mogelijk om een duo-griffier aan te stellen?
De meerderheid vindt dat het karakter van de functie zich daartegen verzet. De wet sluit het weliswaar niet uit, maar duidt er ook niet op dat het kan. De benoeming van een griffier komt in dit opzicht overeen met die van een gemeentesecretaris en een burgemeester. Ook daar is de gangbare opinie dat deze functie niet als duo kan worden uitgeoefend. Wat wel kan is een griffier in deeltijd en een plaatsvervangend griffier in deeltijd. De eindverantwoordelijkheid berust echter bij 1 persoon.
pijl omhoog
dot
dotIs het mogelijk voor het werkgeverschap van de raad dat zij enkele bevoegdheden van de raad naar fractievoorzitters delegeert? Is het nodig dat de fractievoorzitters zich organiseren in een orgaan zoals bijv. het presidium? Of mogen de bevoegdheden ook gemandateerd worden aan de 'verzameling' van fractievoorzitters? Mogelijk zou de rol van de fractievoorzitters opgenomen kunnen worden in de instructie voor de griffier.
Het presidium is geen ondergeschikte maar is juridisch te beschouwen als een door de raad ingestelde commissie met een bepaalde taak en bepaalde bevoegdheden. Daaraan kunnen dus goed bevoegdheden worden gedelegeerd. Vervolgens kan het presidium weer een deel van die bevoegdheden mandateren aan de griffier, bijvoorbeeld alle bevoegdheden ten aanzien van het griffiepersoneel, behalve die betrekking hebben op de griffier zelf. Een rechtstreeks mandaat van de raad aan de griffier kan wel, maar delegatie is niet mogelijk. AWB 10:14 stelt namelijk dat delegatie niet geschiedt aan ondergeschikten. De griffier is een ondergeschikte van de raad, dus daarom valt aan mandaat niet te ontkomen. Hetzij rechtstreeks hetzij via het presidium of ingesteld fractievoorzittersoverleg.
pijl omhoog
dot
dotIs het noodzakelijk dat gelet op artikel 37 Gemeentewet er een schriftelijk voorstel en besluit ligt onder de benoeming van wethouders of kan volstaan worden met de vastgestelde notulen van de raadsvergadering waarin wethouders worden benoemd en beëdigd?
De benoeming van wethouders is vormvrij. Het agendapunt na de verkiezingen kan als volgt worden opgebouwd:
A.Bepalen omvang college van burgemeester en wethouders (initiatiefvoorstel coalitie);
B.Onderzoek wettelijke vereisten met betrekking tot de als wethouder kandidaat gestelden: de heer A, de heer B, de heer C, de heer D en de heer E
C.Benoeming van de wethouders. Door de coalitie zijn kandidaat gesteld: de heer A, adres A, de heer B, adres B, de heer C, adres C, de heer D, Adres D en de heer E, adres E.
D.Beëdiging van de wethouders (geen spreekrecht). Er was bij gemeente X geen schriftelijk stuk. De namen van de kandidaten zijn in de agenda gezet. De fractievoorzitter stelde vervolgens ter vergadering de personen uit de coalitie telkens kandidaat. Als benoemingsbesluit bestaan alleen de notulen en de uitgaande brieven naar de wethouders.
pijl omhoog
dot
dotIs het volgens de gemeentewet toegstaan om alleen een geluidsband te hebben als verslaglegging van de raadsvergadering?
De Gemeentewet (art. 23, lid 5) is heel summier over de verslaglegging van raadsvergaderingen. Openbaarmaking van de besluitenlijst 'op de in de gemeente gebruikelijke wijze' volstaat. Dat geeft gemeenten veel ruimte om op dit punt maatwerk te leveren. De vraag of slechts een geluidsopname van de raadsvergaderingen volstaat, is dus in zijn algemeenheid niet te beantwoorden. Ik zou de vraag niet alleen vanuit de letter van de wet willen benaderen maar vooral vanuit de wens de burger zo goed mogelijk te informeren over de besluitvorming van de raad. Geluid en beeld kunnen daarbij zeker, al dan niet aanvullend aan een schriftelijk verslag, een nuttige bijdrage leveren.
pijl omhoog
dot
dotKan de gemeente of de griffier aansprakelijk worden gesteld voor het verspreiden van raadsvragen?
Elke rechtspersoon of natuurlijke persoon kan altijd juridisch worden aangesproken op grond van een onrechtmatige daad. In dit geval is echter geen sprake van een onrechtmatige daad.
pijl omhoog
dot
dotKan de gemeenteraad besluiten een jaarrekening niet vast te stellen indien het college voorgenomen beleid niet heeft uitgevoerd, en indien de raad niet kan instemmen met de tekst die is opgenomen in de jaarrekening?
Interessant is de vraag of de raad die het jaarverslag moet vaststellen dit ook kan amenderen. De raad kan dat wel. De raad kan dus ook desgewenst de toon aanpassen. Laat de fractie die bezwaren heeft tegen de toon dan maar met concrete amendementen. Maar als die amendementen zijn verworpen, dan wel het jaarverslag (en de jaarrekening) als raad vaststellen. Indien de raad in gebreke blijft verslag en rekening vast te stellen voorzien gedeputeerde staten hierin. De vaststelling van de jaarrekening door de raad is geregeld in art. 198 Gemeentewet. Afgezien van een indemniteitsprocedure bevat dit artikel geen bijzondere bepalingen m.b.t. de vaststelling.
Art. 186 bepaalt dat bij amvb regels worden gesteld voor de inrichting van de begroting, jaarrekening en andere financiële stukken. De betreffende amvb is het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (2004). Verder zijn in dit verband van belang de verordeningen ex artt. 212 en 213 betreffende financieel beleid en beheer respectievelijk controle op financieel beheer en financiële organisatie.
Deze uitgebreide financiële regelgeving - waar ook de verplichte accountantsverklaring deel van uitmaakt - bepaalt volgens mij in hoge mate de marge voor de raad om de jaarrekening al of niet vast te stellen. Die marge is smal. Het gaat bij de vaststelling van de jaarrekening primair om de vraag of aan de eisen van rechtmatigheid is voldaan. De accountantsverklaring is daarbij in het algemeen leidend. Het is niet verstandig als de raad politieke argumenten gaat gebruiken om de jaarrekening niet vast te stellen. De provincie zal vanuit haar toezichthoudende rol niet nalaten de raad hierop aan te spreken en zo nodig ingrijpen. In plaats van het niet-vaststellen van de jaarrekening kan de raad beter via een motie zijn mening over de handelwijze van het college tot uitdrukking brengen. Dat is in de gegeven situatie een beter - want politiek - instrument.
pijl omhoog
dot
dotKan de raad een besluit nemen via de Lijst Ingekomen Stukken? Stel dat de raad in kan stemmen met het plan en de voorgestelde procedure (voorgeleggen via de lijst IS met een reactietermijn, waarna het besluit geacht wordt te zijn aangenomen) is er dan sprake van een rechtsgeldig besluit of moet dat aansluitend nog bekrachtigd worden in een officiele raadsvergadering?
Wat hier bedoeld wordt is de zogenaamde 'voorhangprocedure'. De raad krijgt een concept-besluit voorgelegd en wordt verzocht hier buiten de vergadering om op te reageren. Reageert men niet dan wordt men geacht in te stemmen. Sommige vinden dat met deze procedure geen recht wordt gedaan aan de positie van de raad en enkele zeer fundamentele rechten en bevoegdheden van de raad en individuele raadsleden. Zo kan de raad er niet over beraadslagen, geen moties en amendementen indienen, geen aanvullende informatie vragen, hoeft het college geen verantwoording af te leggen, kan men geen stemverklaring afleggen, is de uiteindelijke stemverhouding niet bekend, komt het besluit niet op een besluitenlijst te staan en onttrekt zich het geheel aan de openbaarheid. Er ontstaat een niet-transparant proces. Wat gebeurt er als een concept-besluit aan de aandacht van (een deel van) de raad ontsnapt? Waarom zou je eigenlijk nog raadsvergaderingen organiseren als het ook met een schriftelijk rondje kan?
Anderen vinden dat deze procedure wel gevolgd kan worden, als je daar als raad in het kader van een delegatie heel bewust voor kiest. Het college is dan bevoegd, tenzij de raad in deze procedure aangeeft in een speciaal geval de bevoegdheid aan zich te willen houden.
Het is even lastig om op basis van de beschikbare gegevens aan te geven wat hier precies het probleem is. Om wat voor besluit en welke bevoegdheid van de raad gaat het? Wat is de status van het beeldkwaliteitsplan? Is de raad de bevoegde instantie voor het vaststellen van een beeldkwaliteitplan? In onze gemeente maken deze plannen onderdeel uit van het bestemmingsplan. De plannen doorlopen daarbij ook dezelfde procedure. Dat geeft zo'n beeldkwaliteitsplan ook een stevige status.
Overigens is het volgens ons voor de voorgeschreven juridische procedure rondom vaststelling van bestemmingsplannen en beeldkwaliteitsplannen beter om een gespecialiseerde RO jurist te raadplegen.
Besluitvorming bij ingekomen stukken zou ik ook principieel verwerpen. In ons reglement van orde is in de toelichting ook verwezen naar het feit dat de discussie over ingekomen stukken van procedurele aard is. Geen inhoudelijke besluitvorming en discussie dus bij ingekomen stukken! Daarvoor moet het geagendeerd worden voor de raad. Dat kan overigens, als het moet, ook met spoedprocedures!
pijl omhoog
dot
dotKan de verordening op het burgerinitiatief van gemeente X gebruikt worden om de gemeenteraad te vragen om een referendum te houden over de vraag of gemeente X zelfstandig moet blijven of dat de gemeente heringedeeld moet worden? en kunnen in voorkomend geval aan dit referendum bindende elementen gekoppeld worden?
De Grondwet staat niet toe dat in Nederland bindende referenda worden gehouden. Niet-bindende referenda zijn in beginsel wel mogelijk.
Artikel 121 Gemeentewet bepaalt dat de bevoegdheid tot het maken van gemeentelijke verordeningen over onderwerpen waarin door wetten, amvb's of provinciale verordeningen is voorzien gehandhaafd blijft. Op voorwaarde dat deze verordeningen niet in strijd zijn met deze wetten, amvb's en provincaile verordeningen. Een gemeentelijke verordening waarin het houden van niet-bindende referenda wordt geregeld valt dus binnen de omschrijving van art. 121.
Maar voor het houden van een gemeentelijk referendum is wel een verordening als basis nodig. Een verordening burgerinitiatief volstaat niet, al zijn er wel bepaalde overeenkomsten tussen een burgerinitiatief en een referendum.
pijl omhoog
dot
dotKan een door de raad verworpen raadsvoorstel in de daarop volgende raadsvergadering met exact dezelfde bewoordeningen opnieuw worden ingebracht, maar dan als initiatiefvoorstel?
Juridisch gezien is dit mogelijk, maar de raad besluit zelf bij meerderheid of het wordt behandeld of niet.
pijl omhoog
dot
dotKan een externe persoon (geen raadslid) een raadscommissie voorzitten?
Het is zo dat als er sprake is van een raadscommissie op grond van artikel 82 Gemeentewet, de voorzitter een raadslid moet zijn. Bij verhindering moet een ander raadslid hem vervangen. Dat laatste staat niet in de wet, maar vloeit voort uit de geest ervan. Een externe voorzitter kan alleen maar worden ingezet bij bijeenkomsten die niet zijn aan te merken als een vergadering van een raadscommissie (of opiniërende raad met dezelfde doelstelling) of de raad.
Dus, bij (formele) vergaderingen die vallen onder het reglement van orde voor de raadscommissies kan niet anders gehandeld worden dan te werken met een voorzitter uit de raad. Het houdt verband met het karakter van die vergaderingen en dat is het raadswerk gericht op de voorbereiding van de besluitvorming van de raad.
pijl omhoog
dot
dotkan een lid van de door het college benoemde WMO raad, ook een door de raad benoemd commissielid zijn?
Als een WMO-raad een door het college ingestelde andere commissie is als bedoeld in art. 84, eerste lid van de gemeentewet, dan mag een raadslid daarvan geen deel uitmaken. Die onverenigbaarheid geldt niet voor een burger die geen raadslid is, maar wel is benoemd in een raadscommissie als bedoeld in art. 82, eerste lid, van de Gemeentewet (vaak opvolger op duo-raadslid genoemd). Of het wenselijk is om in beide commissies te zitten is een tweede. Vanuit integriteitsoogpunt kan een analoge redering worden toegepast als die heeft geleid tot de wettelijke onverenigbaarheid als hierboven genoemd. Als de WMO-raad een stichting is, dan bestaat dezelfde analogie.
pijl omhoog
dot
dotKan een medewerker van een verbonden partij raadslid zijn?
Ja, een medewerker van een verbonden partij kan “in beginsel” een raadlid worden. In Binnenlands Bestuur van 30 januari 2009 concludeert Prof. Elzinga dat ambtenaren van een gemeenschappelijke regeling in beginsel raadslid kunnen zijn van een bij de gemeenschappelijke regeling aangesloten gemeente. 'In beginsel', omdat er zich problematische verhoudingen in de praktijk kunnen voordoen. Denk aan de politieman, die in een ondergeschiktheidsrelatie met zijn burgemeester kan komen te verkeren i.v.m. diens aansturingbevoegdheden op het gebied van de openbare orde. Elziinga stelt dus vast dat er geen dwingende onverenigbaarheid bestaat. Via het stelsel van verboden handelingen (art. 15 Gem.wet) en stemverboden (28 Gem.wet) kan in de praktijk op de gesignaleerde problematische verhouding worden ingespeeld. Bijvoorbeeld door transparant te maken in welke gevallen het betreffende raadslid zich van stemmen onthoudt. Dit laat onverlet dat het raadslid te allen tijde zelf verantwoordelijk blijft. In de memorie van toelichting bij art. 13 Gemeentewet wordt een KB van 28 november 1958 vermeld, dat nog steeds van belang is. Hierin werd geoordeeld, dat het raadslidmaatschap verenigbaar was met de functie van kringhoofd van een regionale dienst. Het kringhoofd was in dienst van een lichaam met rechtspersoonlijkheid dat bij gemeenschappelijke regeling was ingesteld en was derhalve niet ondergeschikt aan het gemeentebestuur.
Lees hier de column van Elzinga: http://www.binnenlandsbestuur.nl/opinie/columns/2009/ondergeschikt-en-toch-raadslid.106828.lynkx
pijl omhoog
dot
dotKan een motie wel of niet worden aangehouden?
Het is vooral een kwestie van taal. Feitelijk gebeurt er hetzelfde. Bij gebruik van het woord 'intrekken' van een motie kan er een sterk gevoel van verlies ontstaan bij de indiener. Het eufemisme dat wij hier wel gebruiken is het 'niet in stemming brengen' van de motie. Je kunt het ook 'aanhouden' noemen. Feit is dat in alle gevallen de raad geen besluit heeft genomen over de motie en dus de raad geen uitspraak heeft gedaan. Nu ieder raadslid een motie alleen in kan dienen en geen steun meer nodig heeft, heeft aanhouden ook geen betekenis voor de houdbaarheid van de steunverklaringen. In alle gevallen is het uiteindelijk ook weer een raadslid die de bespreking van de motie heropent. Door het aanhouden te doorbreken of door een motie opnieuw in te dienen. Het advies is je plaatselijke cultuur en de manier waarop de raad zich prettig voelt te volgen.
Verder is de opvatting van de griffier over het aanhouden van de motie ook bij gemeente X de gangbare praktijk. De ongeschreven regel is dat het aan de indiener is te bepalen of diens motie wordt aangehouden of niet. De raad spreekt zich daar niet expliciet over uit. Meestal geeft de indiener aan de motie te willen aanhouden in afwachting van de begroting of een uit te brengen beleidsnota. Het is ook de ervaring van gemeente X dat eenmaal aangehouden moties in het algemeen niet meer terugkomen in de raad. Maar kennelijk voorziet deze modus in een behoefte.
pijl omhoog
dot
dotKan een nieuwe wethouder eerder worden benoemd dan de vertrekkende weg is?
Artikel 43 van de Gemeentewet bepaalt dat de wethouder schriftelijk mededeling doet aan de raad van zijn ontslag. Dat ontslag gaat in, na een maand, of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming aanneemt. De besluitvorming over de benoeming kan dus eerder plaatsvinden.
Het aannemen van de benoeming is geregeld in artikel 40. Dit is in principe vormvrij. Wel is gesteld dat er een periode van 10 dagen geldt, nadat van de benoeming is kennisgegeven via een aangetekende brief. (zie K 19403, nr 10, p. 151).
pijl omhoog
dot
dotKan een raadslid, gelet op art. 15 Gw, optreden als getuige voor procespartij A in een bestuursrechtelijk geding, waarbij de gemeente procespartij B is?
Volgens de memorie van toelichting beoogt artikel 15 van de Gemeentewet de verhoudingen tussen raadslid en gemeente zuiver te houden. Het artikel bevat een limitatieve opsomming. Het werkzaam zijn als advocaat, procureur of adviseur in geschillen ten behoeve van het gemeentebestuur dan wel wederpartij en het optreden als gemachtigde in geschillen ten behoeve van de wederpartij wordt verboden. Het (enkel) optreden als getuige wordt niet genoemd in het artikel. De opsomming in de Gemeentewet is een limitatieve opsomming.
Een andere verwijzing betreft 8:46 Awb, waarin de rechtbank de bevoegdheid heeft om getuigen op te roepen. De rechtbank heeft hier vergaande bevoegdheden omdat een verwijzing is gemaakt naar 179 en 180 Burgerlijke rechtsvordering.
Tot slot hebben de GS van Limburg een beleidskader vastgesteld, waarmee nadere regels worden gegeven in het kader van de ontheffingsmogelijkheid, die artikel 15 Gemeentewet biedt. Ook in dit beleidskader wordt niet gerept over het optreden als getuige.
pijl omhoog
dot
dotKan een raadslid (ex wethouder) directeur zijn van een stichting die te boek staat als verbonden partij? Dat is een samenwerkingsverband tussen een andere gemeente, de provincie en twee waterschappen.
Dat kan. Deze functie valt niet onder de limitatieve opsomming van art. 13 van de Gemeentewet.
pijl omhoog
dot
dotKan een raadslid aanspraak maken op commissievergoedingen?
Dit kan niet, omdat een raadslid buiten de vergoeding die hem wettelijk toekomt geen enkele andere vergoeding van gemeentewege mag ontvangen (Artikel 99, lid 1 Gemeentewet).
Als een fractielid geen raadslid is, maar fractieondersteuner mag het wel. Hij is dan commissielid-niet-raadslid en krijgt presentiegeld op grond van het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
pijl omhoog
dot
dotKan een raadslid de raadsperiode afmaken als hij voor de einddatum verhuist naar een andere gemeente?
Nee, dit is niet mogelijk. Op grond van artikel 10 van de Gemeentewet en artikel X 1 van de Kieswet vervalt het lidmaatschap van de raad van rechtswege als men geen ingezetene meer is van de gemeente.
Kieswet X 1: Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op lid te zijn.
pijl omhoog
dot
dotKan een vertrouwenscommissie direct na vaststelling van de verordening waarmee zij wordt ingesteld vergaderen?
Een besluit in de zin van de Awb is ofwel een besluit van algemene strekking (bas) ofwel een beschikking (bes). Sommige besluiten van algemene strekking zijn algemeen verbindende voorschriften. In het algemeen worden besluiten die de interne werking van een organisatie regelen niet gezien als algemeen verbindende voorschriften, maar als intern werkende voorschriften. Zij scheppen geen rechten en plichten voor iedereen, maar alleen voor een bepaalde groep. Dat heeft gevolgen voor de publicatieplicht en dat is ook logisch. Besluiten die eenieder verbinden kunnen pas in werking treden nadat zij op de voorgeschreven wijze zijn gepubliceerd. Besluiten die zich alleen richten op een bepaalde groep kunnen al in werking treden nadat zij aan die groep bekend zijn gemaakt. Daaruit volgt dat het besluit tot instelling van de vertrouwenscommissie en vaststelling van de verordening direct in werking kan treden nadat het is genomen en dat externe publicatie daarvoor niet nodig is.
pijl omhoog
dot
dotKan een waarnemend griffier tevens loco-secretaris zijn? Onverenigbaarheid van functie van secretaris en griffier is duidelijk, maar hoe is het met de vervanging, althans op papier?
Het kan juridisch wel, maar is onwenselijk. Daarbij komt ook dat de loco-secretaris door het college wordt aangewezen en de plv. griffier door de raad. Beide organen moeten het er dus wel over eens zijn dat iemand voor beiden gaat werken en daar ook (praktische) afspraken over maken. Dit kan voor moeilijkheden zorgen. Waar moet de betreffende persoon bijvoorbeeld zijn prioriteiten leggen als beide bestuursorganen een (dringend) beroep op hem doen?
pijl omhoog
dot
dotKan het afscheid van de oude raad op dezelfde avond plaatsvinden als de eerste (installatie)vergadering van de nieuwe raad?
De Kieswet bepaalt alleen dat op donderdag 11 maart de nieuwe raad wordt geïnstalleerd. De gemeente is vrij om te bepalen wanneer de oude raad afscheid neemt, dus dit kan op dezelfde avond. De huidige raadsleden blijven overigens in functie tot de installatie van de nieuwe raad.
Het onderzoek van de geloofsbrieven kan ook op die avond.
pijl omhoog
dot
dotKan het college een voorstel van de raadsagenda terugnemen?
Het college kan een voorstel niet intrekken. Ik verwijs naar een artikel in het RvO (bij ons artikel 38, maar dat kan per gemeente verschillen). Het luidt als volgt:
  1. Een voorstel van het college aan de raad, dat vermeld staat op de agenda van de raadsvergadering, kan niet worden ingetrokken zonder toestemming van de raad.
  2. Indien de raad van oordeel is, dat een voorstel als bedoeld in het eerste lid voor advies terug aan het college moet worden gezonden, bepaalt de raad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
Het college kan de raad wel verzoeken om een collegevoorstel naar hen terug te sturen.
pijl omhoog
dot
dotKan het presidium besluiten dat er alleen een stemming plaatsvindt in plaats van een heropening van de beraadslagingen?
Nee, dit is een besluit van de raad, eventueel op voorstel van de voorzitter. Het presidium kan een adviesfunctie hebben, maar de raad beslist.
In de Gemeentewet is in artikel 32 lid 4 opgenomen dat "tenzij de vergadering voltallig is bij het staken van de stemmen, de beraadslagingen kunnen worden heropend". Hieruit blijkt dat de raad kan besluiten om opnieuw te beraadslagen en hiermee dus de mogelijkheid opent om opnieuw amendementen in te dienen. Maar alleen als de vergadering niet voltallig is.
Een voltallige vergadering is een raad waarvan alle vacatures bezet zijn. In artikel 32 lid 6 van de Gemeentewet wordt een definitie gegeven van een voltallige vergadering.
pijl omhoog
dot
dotKun je bij een niet voltallige raadsvergadering fractiegewijs stemmen en daarbij uitgaan van de fictie dat alle raadsleden aanwezig zijn?
De systematiek van de Gemeentewet verzet zich tegen het bij een stemming hanteren van de fictie dat alle raadsleden aanwezig zijn. De stemmingen die niet schriftelijk zijn geschieden bij hoofdelijke oproeping, indien de voorzitter of een van de raadsleden daarom vraagt. Gebeurt dat niet dan is het voorstel (zonder hoofdelijke stemming) aangenomen. Art. 29 lid 1 bepaalt wanneer er sprake is van een stemquorum daar wordt gesproken over deelnemen aan de stemming. Bij art. 30 dat handelt over het besluitquorum spreekt men over hen die een stem hebben uitgebracht. Art. 32 lid 2 is het duidelijkste: bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem voor of tegen uit te brengen. De leden 4 en 5 van art. 32 bevatten regels voor het geval de stemmen staken. Deze regels zouden er niet zijn als men van de fictieve aanwezigheid van raadsleden zou mogen uitgaan, want dan staken de stemmen dus ook nooit. Lid 4 van het algemene artikel over stemmen in het RvO geeft aan dat de voorzitter de leden bij naam oproept om te stemmen. Voor het uitbrengen van een stem moet men dus lijfelijk aanwezig zijn. Bij hoofdelijke stemming kan de voorzitter voor de snelheid de fracties noemen die voor hebben gestemd, maar ook dan is het zaak dat de griffier telt hoeveel raadsleden voor stemmen en hoeveel tegen.
pijl omhoog
dot
dotKun je een bestuurslid als vertegenwoordiger zien? In een van onze kernen in onze gemeente wordt een sportpark ontwikkeld. Daar is een voetbalvereniging en een zwembad betrokken. Drie raadsleden bekleden bestuursfuncties in deze verenigingen. Zouden ze zich wel of niet van stemming moeten onthouden? Ik begrijp dat het aan het raadslid zelf is. Maar wat kunnen we adviseren?
In dit geval zou je de drie raadsleden adviseren zich van stemming te onthouden op een specifiek besluit dat zich richt op hun club.
pijl omhoog
dot
dotKunnen er in de vergadering van de installatie van de raad ook andere agendapunten worden opgevoerd?
Het is in wezen een reguliere raadsvergadering, dus het is mogelijk om andere agendapunten te agenderen. Echter, vanwege het bijzonder karakter, is het wellicht ongewenst om dat te doen. Een eerste raadsvergadering heeft met name een constituerende en rituele functie. Na de installatie is er behoefte aan felicitaties en dergelijke. Om daarna weer de draad van een raadsvergadering van een raad in nieuwe samenstelling op te pakken, lijkt niet gepast.
Afgezien van de installatie worden in de raadsvergadering van 11 maart vaak uitsluitend enkele formele benoemingsbesluiten genomen (zoals het voorlopig presidium en dito algemene raadscommissie).
pijl omhoog
dot
dotKunnen raadsleden in de toekomst nog plaatsnemen in de algemene besturen van gemeenschappelijke regelingen? Zo nee, bij wie ligt dan het initiatief om een en ander duidelijk te maken en deze verandering te effectueren?
De wijze van vertegenwoordiging in besturen van gemeenschappelijke regelingen wordt geregeld in de gemeenschappelijke regeling zelf. Het is dus aan het orgaan dat de samenwerking aangaat om hier afspraken over te maken en vast te leggen. Raadsleden kunnen uit dien hoofde zitting nemen in het algemeen en/of het dagelijks bestuur van deze samenwerkingsverbanden.
Het is de vraag of dit een gewenste aanpak en werkwijze is. In Veere is na het van kracht worden van het duale stelsel de beleidsbeslissing genomen om de werkzaamheden in gemeenschappelijke regelingen aan te merken als bestuur en uitvoering. En dus behoren zij tot het taakveld van het college. Sindsdien maken uitsluitend wethouders en de burgemeester deel uit van de besturen van gemeenschappelijke regelingen.
In artikel 13 van de Wet gemeenschappelijke regelingen staat wie er in het algemeen bestuur van een gemeenschappelijke regeling zitting kunnen hebben. Gemeenten zijn hier behoorlijk vrij in. Er kan gekozen worden voor raadsleden in het algemeen bestuur (AB), maar ook voor wethouders. Het dagelijks bestuur (DB) wordt samengesteld vanuit het AB. In Weert wordt dezelfde gedragslijn gehanteerd als in Veere. De werkzaamheden van de werkvoorziening worden als verlengd bestuur gezien. Daarom heeft de raad besloten dat er wethouders zitting in hebben. Dat is ook beter gelet op de controlerende rol die de gemeenteraad in dezen heeft. Hoe kan een raadslid, dat zelf AB-lid in de GR is, vervolgens controleren of de regeling juist wordt uitgevoerd?
Het is aan de wetgever om hier eventueel verandering in te brengen.
pijl omhoog
dot
dotMag een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen met zijn/haar fractievoorzitter?
Artikel 25 lid 1 en artikel 86 lid 1 van de Gemeentewet regelen het opleggen van geheimhouding door raad of commissie ten aanzien van stukken of ten aanzien van het behandelde. Hoe moet de volgende zin worden uitgelegd: De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat commissie of raad haar opheft.
De toelichting bij artikel 25 geeft voorbeelden van mensen die kennis kunnen hebben van deze stukken of het behandelde, namelijk deskundigen, ambtenaren, griffier, burgemeester, commissieleden-niet raadsleden. Wanneer heeft deze groep kennis genomen van de geheime informatie? Na de vergadering? Kortom: Mag een besluitenlijst van een besloten vergadering ook worden ingezien door een raadslid dat niet aanwezig was tijdens de bewuste vergadering? Of mag een commissielid de geheime informatie delen met zijn/haar fractievoorzitter?
Geheime stukken
Geheime stukken kunnen voorafgaande aan of in een vergadering van commissie of raad ter kennis worden gebracht van de geadresseerden. De geadresseerden zijn dat uit hoofde van hun functie als lid van de commissie of raad of als ambtenaar.
Het feit dat een raadslid bij de bijeenkomst verhinderd was terwijl hij er wel bij had mogen zijn, maakt niet dat de geheimhoudingsplicht wordt geschonden als dat raadslid wordt geïnformeerd. Bij het vaststellen van een verslag van een geheime/vertrouwelijke bijeenkomst, dat is een vergadering waarin de geheimhouding is bekrachtigd, kunnen dus alle personen die qualitate qua tot de geadresseerden van de geheime informatie behoren aanwezig zijn.
De personen die kennis dragen van de geheime informatie mogen die niet delen met personen die niet tot de kring van geadresseerden behoren. Een duidelijk voorbeeld daarvan is de vertrouwenscommissie bij de benoeming van een nieuwe burgemeester. Wat zich in die commissie afspeelt, behoort daarbinnen te blijven en niet met fractiegenoten te worden gedeeld die van de commissie geen deel uitmaken.
pijl omhoog
dot
dotMag een burgemeester op grond van artikel 17 lid 2 gem.wet binnen bijvoorbeeld vier uur een raadsvergadering beleggen of is hij gehouden aan de in het model rvo opgenomen termijn van 7 dagen ?
De kern van de vraag is wat de status van het Reglement van Orde in verhouding tot de Gemeentewet. Een lastige wat mij betreft. Ik kan mij voorstellen dat er soms situaties zijn waarin afgeweken moet worden van een Reglement van Orde dat erg knellende regels heeft. 7 dagen kan in noodgevallen heel lang zijn. Je kunt je ook afvragen of de bepaling over de uitleg van het Reglement in beeld komt (bij twijfel over toepassing van het reglement beslist de raad op voorstel van de voorzitter). Overigens is ook artikel 19 van de Gemeentewet van toepassing. (Schriftelijke oproeping en bekendmaking). Dat wordt lastig om dit op een goede manier te organiseren in korte tijd.
Als de raad vervolgens (als het quorum wordt gehaald) van oordeel is dat de vergadering onvoldoende is voorbereid, kan de raad alsnog besluiten niet tot inhoudelijke behandeling van een voorstel over te gaan.
Verder is het organiseren van een spoedeisende raadsvergadering (bv. binnen 48 uur) niet geregeld, maar dat dit in overleg met het presidium wel mogelijk moet zijn. Er zijn vast goede argumenten voor aan te voeren. Zoiets moet natuurlijk wel tot de uitzonderingen blijven behoren, gelet op de benodigde tijd voor voorbereiding en bekendmaking t.b.v. de burgers.
pijl omhoog
dot
dotMag een fractie vóór een besluit stemmen, terwijl ze tegelijkertijd tegen een amendement zijn?
Het recht van amendement is geregeld in artikel 147 Gemeentewet: "Een lid van de raad kan een voorstel tot wijziging van een voor de vergadering van de raad geagendeerde ontwerp-verordening of ontwerp-beslissing indienen" (lid 1).
In de vergadering van de raad worden eerst eventuele ingediende amendementen in stemming gebracht, daarna het voorstel in al dan niet geamendeerde vorm. Een fractie die tegen een amendement heeft gestemd, dat overigens wel is aangenomen, heeft het volste recht om bij wijze van finale politieke afweging uiteindelijk toch vóór het voorstel te stemmen. Het kan immers heel goed zijn dat aanvaarding van het amendement in de ogen van de fractie niet zo zwaarwegend is, dat dit een stem tegen het totale voorstel rechtvaardigt.
Het is verdedigbaar dat de betreffende fractie bij wijze van stemverklaring een korte toelichting geeft op de door haar gemaakte afweging. In veel reglementen van orde voor de vergadering van de gemeenteraad is een artikel opgenomen over het afleggen van stemverklaringen. Daarin is vastgelegd dat een raadslid, alvorens tot stemming wordt overgegaan, het recht heeft zijn stemgedrag te motiveren.
Maar voor alle duidelijkheid: een stem vóór het voorstel houdt in dat vóór het voorstel in geamendeerde vorm wordt gestemd. Dus met in begrip van het amendement waar de fractie aanvankelijk tegen heeft gestemd. Men kan uiteraard niet vóór het voorstel stemmen, waarbij een uitzondering gemaakt voor het aanvaarde amendement. Het ter besluitvorming voorliggende ontwerp is één en ondeelbaar.
pijl omhoog
dot
dotMag een raadsbesluit dat is genomen tijdens een raadsvergadering waarin de burgemeester als voorzitter optrad de volgende dag bij afwezigheid van de burgemeester worden getekend door de plaatsvervangend voorzitter van de raad?
Het is de praktijk om de raadsbesluiten, indien maar enigszins mogelijk, te laten ondertekenen door voorzitter en griffier die ten tijde van het nemen van het besluit in functie waren. Op grond van artikel 32a van de Gemeentewet worden de stukken die van de raad uitgaan ondertekend door de burgemeester. Als dat om een of andere reden niet mogelijk is, is er geen enkel formeel beletsel om de plaatsvervangend raadsvoorzitter te laten ondertekenen. Hetzelfde geldt overigens voor de griffier. Beide functionarissen zijn conform Gemeentewet en gemeentelijke regelgeving volledig bevoegd te vervangen en dus gerechtigd het besluit van de raad ter kennis te brengen van belanghebbenden.
Daarnaast is het mogelijk om gebruik te maken van handtekeningenstempels van de burgemeester. Hierdoor is zijn aanwezigheid niet noodzakelijk op het moment van het tekenen van stukken.
pijl omhoog
dot
dotMag een raadslid meestemmen tijdens de stemming van de raad over zijn benoeming tot wethouder? Het betreft de benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds is openvalt.
Ja dat mag. De stemming in de raad over een wethoudersbenoeming is een vrije stemming, waar de beoogde wethouder gewoon over zijn eigen benoeming kan meestemmen. Het staat het raadslid/kandidaat-wethouder natuurlijk vrij om uit moreel-politieke overwegingen en om iedere schijn van belangenverstrengeling te vermijden op eigen initiatief af te zien van het meestemmen over de benoeming. "Alhoewel het uitgangspunt is dat zeer terughoudend moet worden omgegaan met het inperken van het stemrecht van gekozen volksvertegenwoordigers, laat de wet de betrokkenen de ruimte daarin een eigen afweging te maken."
pijl omhoog
dot
dotMoet een te benoemen wethouder ten tijde van het onderzoek van de geloofsbrieven al 'wethouder-af' zijn?
Als het moment waarop de geloofsbrieven worden onderzocht eerder ligt dan zijn beëdiging mag hij op dat moment nog wethouder zijn. Iemand mag geen wethouder meer zijn ten tijde van zijn beëdiging als raadslid.
De tekst van art. 13, lid 1 onder I Gemeentewet is duidelijk: Een lid van de raad is niet tevens wethouder. (De uitzondering van lid 2 heeft betrekking op het wethouderschap in dezelfde gemeente).
De te benoemen wethouder moet verklaren geen onverenigbare betrekkingen te vervullen. Hiertoe kan hij zijn ontslagbrief als wethouder in een andere gemeente aan de commissie ´onderzoek geloofsbrieven´ verstrekken. Het is daarbij van belang dat hij deze brief tenminste een maand vóór beëdiging als raadslid indient. Het ontslag als wethouder gaat namelijk na een maand in, tenzij eerder in zijn opvolging is voorzien.
pijl omhoog
dot
dotMoet in een raadzaal een portret/afbeelding van de Koningin aanwezig zijn?
De leden van de juridische vraagbaak hebben vooralsnog geen wettelijke verplichting kunnen vinden.
pijl omhoog
dot
dotMogen politieke partijen aan bedrijven/instellingen financiële steun vragen?
Het is voor lokale partijen niet verboden giften te vragen. Aan een lokale partij kunnen op dit punt geen wettelijke eisen worden gesteld. Giften hoeven niet in een openbaar register te worden vastgelegd. De publieke controle op giften aan partijen kan alleen worden afgedwongen door een vorm van sociale controle.
Bij een partij die ook in de Tweede Kamer is vertegenwoordigd geldt artikel 18 van de wet subsidiëring politieke partijen:
  1. Een gift aan een politieke partij van € 4537,80 of meer, afkomstig anders dan van een natuurlijke persoon, wordt door de partij openbaar gemaakt. De openbaarmaking van de gift geschiedt in ieder geval door vermelding in het financieel verslag van de politieke partij. Giften van een gever met een gezamenlijk bedrag van € 4 537,80 of meer per jaar worden voor de toepassing van dit lid beschouwd als één gift.
  2. Bij de openbaarmaking wordt de hoogte van het bedrag, de datum waarop de gift is gedaan en de naam van de gever vermeld. Indien de gever bezwaar heeft gemaakt tegen vermelding van zijn naam, kan deze achterwege blijven, met dien verstande dat in dat geval een omschrijving wordt gegeven van de categorie van instellingen of organisaties waartoe de gever behoort.
  3. Het financieel verslag van een politieke partij vermeldt het totaal aan giften anders dan de contributies van de leden van de partij.
Over sponsoring door bedrijven, waarbij een reële tegenprestatie wordt verricht, zegt de wet niets. Echter, dit is wel in strijd met de eed/belofte die politieke ambtsdragers bij hun aantreden afleggen, gezien de regels van integriteit en onafhankelijkheid.
pijl omhoog
dot
dotNaar aanleiding van de nota wijkgericht werken is de gemeente opzoek naar een model voor bewonersorganisaties en wijkbudgetten, om te komen tot een eenduidige subsidiering van deze organisaties. Welke typen wijkbudgetten bestaan er?
Er is een hoop geschreven over bewonersbudgetten van de organisaties. Dit geeft wijkbewoners zelf een directe mogelijkheid activiteiten in de eigen wijk mogelijk te maken en knelpunten op te lossen uit een vast jaarbudget dat door de gemeente wordt toegekend en de slagvaardigheid door samenwerking. We kunnen twee types wijkbudgetten onderscheiden.
- Budgetten die vannuit de gemeente ter beschikking staan voor initiatieven van wijkbewoners (handgeld wijken, initiatievenpotjes, etc). Bewoners hebben vaak hier invloed op maar de wijkambtenaar neemt uiteindelijk het besluit over besteding (soms na goedkeuring van de Raad).
- In een aantal gemeenten werkt het principe van Buurt aan Zet, waarbij een groep van wijkbewoners zelf een budget hebben en zelfstandig (soms met ondersteuning van wijkambtenaar of opbouwwerker) besluiten over de besteding. Het principe hierbij is dat groepen bewoners initiatieven kunnen nemen, een financiële aanvraag kunnen doen bij het stadsdeelkantoor en dat vervolgens het geld beschikbaar wordt gesteld. Er zijn weinig specifieke eisen, behalve dat het bij moet dragen aan de sociale samenhang binnen de buurt.
Verder wordt er bekeken of de ervaringen van Onze Buurt aan Zet in een modern jasje kunnen worden voortgezet, met nadrukkelijke aandacht voor sociale veiligheid. Wat betreft de wijkbudgetten stelt het kabinet dat die een vaste plaats in de wijkaanpak moeten krijgen. Zodanig dat bewoners een beslissende invloed krijgen op de besteding van dit budget. Zie: http://www.lpb.nl/images/users/user73/kabinetsreactiedekrachtigebuurt.pdf
In de webwinkel van de woonbond zijn vele publicaties te vinden over dit onderwerp. Zowel over het oprichten van een bewonersorganisatie, als de financiering van huurdersorganisaties en verschillende modellen en instrumenten op dit thema. Volg de deeplink: http://www.woonbond.nl/webwinkel.php?id=10&start=0&num=999
pijl omhoog
dot
dotOnze gemeente heeft een wethouder die niet in de gemeente woonachtig is. Naar verwachting zal deze wethouder na ommekomst van het eerste jaar wethouderschap nog niet verhuisd zijn. Wie is nu de eerst aangewezene om een raadsvoorstel voor ontheffing te schrijven en dus ook in de raad te verdedigen? Het college, de fractie die hem als wethouder heeft voorgedragen of de formateur van de coalitie?
Volgens de gemeente Goirle is op dit gebied niets anders voorgeschreven, dan dat de raad een besluit neemt. Hoe dit tot stand komt is vormvrij (al heeft het college wel een voorbereidende bevoegdheid).
Voorstel van het presidium
Naar de mening van de griffier in Den Haag zou een voorstel tot ontheffing van het vereiste van ingezetenschap van een wethouder onder verantwoordlijkheid van het presidium moeten worden opgesteld. In de raad zou een dergelijk voorstel dus ook door het presidium moeten worden verdedigd. Dit is althans de praktijk in Den Haag, waar de griffie al diverse keren met dit fenomeen te maken heeft gehad.
De gedachte hierachter is dat waar het hier een uitdrukkelijke raadsbevoegdheid betreft, het presidium tot taak heeft dergelijke raadsbesluiten voor te bereiden en voor zijn verantwoording te nemen. Bij de voorbereiding van een dergelijk besluit kan het presidium rekening houden met eventuele eerdere raadsuitspraken omtrent de wenselijkheid of onwenselijkheid van het verlenen van ontheffing. Een en ander neemt natuurlijk niet weg dat tijdens het raadsdebat ook aan anderen dan leden van het presidium vragen ter toelichting of anderszins kunnen worden gesteld, waarbij met name kan worden gedacht aan de fractie die de betreffende wethouderskandidaat naar voren heeft geschoven.
Voorstel van het college
De griffier uit Weert geeft aan dat de Eerste Kamer aanvaardde op 13 maart 2007 het kabinetsvoorstel tot wijziging van het woonplaatsvereiste voor wethouders. In de praktijk blijken tientallen wethouders niet in hun gemeente te wonen en ook geen ontheffing te hebben. Om aan deze gedoogsituatie een einde te maken, wordt gemeenteraden de mogelijkheid gegeven elk jaar opnieuw een ontheffing te verlenen. Uitgangspunt blijft dat de wethouder woont in de gemeente waar hij of zij werkt. Maar er kunnen omstandigheden zijn die nopen tot ontheffing van het woonplaatsvereiste. Het formuleren van die bijzondere omstandigheden wordt overgelaten aan de individuele gemeenteraden. De raad beslist dus over het verlenen van een ontheffing van het woonplaatsvereiste van wethouders.
Dan blijft natuurlijk de vraag wie het raadsvoorstel in procedure moet brengen. Aangezien het hier om een wethouder gaat, lijkt de aangewezen weg om het voorstel door het college te laten doen. De fase van formatie en voordracht is immers allang voorbij, het gaat nu om een lid van het college. Het college zal hem niet vanwege het niet voldoen aan het woonplaatsvereiste willen kwijtraken. Het is in eerste instantie dus een collegebelang.
Conclusie
Conclusie is dat er meer mogelijkheden zijn. Er zijn argumenten die pleiten voor een voorstel van het college (zie bijdrage Weert) en er zijn argumenten die pleiten voor een voorstel van het presidium (zie bijdrage Den Haag). De Juridische Vraagbaak van de Vereniging van Griffiers vindt die laatste wat minder sterk omdat de taak van het presidium toch meer is voorstellen te doen en besluiten te nemen die de ´huishouding´ van de raad betreffen. De bedoelde ontheffing valt daarbuiten.
pijl omhoog
dot
dotOnze rechtspositieverordening voor raadsleden kent een uitkering bij aftreden (art 13b). Een van onze raadsleden is benoemd tot wethouder in een andere gemeente. Is de uitkering in deze situatie niet strijdig is met artikel 44 van de gemeentewet?   
Als het raadslid wethouder zou zijn geworden in dezelfde gemeente (art. 44 Gw spreekt over 'ten laste van de gemeente') zou dit wel strijdig zijn, maar nu het een andere gemeente betreft is er geen bezwaar tegen het ontvangen van deze uitkering.
pijl omhoog
dot
dotOp 10 december 2009 gaat het ontslag in dat een wethouder genomen heeft. Totdat na de raadsverkiezingen van 3 maart 2010 nieuwe wethouders zijn benoemd, worden de portefeuilles van de wethouder die ontslag heeft genomen, waar genomen door twee collega wethouders. Zij krijgen vanwege deze waarneming urenuitbreiding. En van 0,5 naar 1,0 fte en n van 0,8 naar 1,0 fte. Kan deze uitbreiding door het college besloten worden of heeft de raad hier een bevoegdheid in. Overigens brengt deze uitbreiding, als de beide wethouders niet opnieuw benoemd worden na de verkiezingen ook aanmerkelijk hogere wachtgeldverplichtingen met zich mee. Mocht het zo zijn dat de raad een bevoegdheid heeft dan zou de raad deze morgenavond (3 december) al moeten gebruiken.
Op grond van artikel 36 van de Gemeentewet is het bepalen van de tijdsbestedingsnorm van de wethouders een raadsbevoegdheid. De wetgever is hier ondubbelzinnig over: "De raad stelt bij de benoeming van de wethouders de tijdsbestedingsnorm van elke wethouder vast" (art. 36 lid 4). Dus aan de ontvangen mailberichten valt niets meer toe te voegen. De wachtgeldverplichten nemen dus ook toe.
pijl omhoog
dot
dotOp dit moment is er een waarnemend voorzitter van de raad. Echter deze kan niet voorzitten bij een van de onderwerpen wegens belangenverstrengeling. De twee andere personen die het langste raadslid zijn en vervolgens het oudste, zijn minder geschikt om dit zeer politieke onderwerp voor te zitten. In de wet staat dat de raad ook iemand anders kan aanwijzen. Is hier een officiële procedure voor?
De procedure geldt die in de gemeentewet staat voor het benoemen van personen. In gemeente X bijvoorbeeld zijn alle raadsleden die door de raad ook zijn benoemd om de informerende en meningvormende blokken voor te zitten, in dezelfde volgorde tevens benoemd tot waarnemend voorzitter van de raad. In X bestaat dus een pool van zes raadsleden die als waarnemend raadsvoorzitter kunnen optreden.
pijl omhoog
dot
dotOp welke wijze (schriftelijk of mondeling) dienen wethouders hun benoeming te aanvaarden?
Het aanvaarden van een benoeming is vormvrij. Dit blijkt uit de memorie van toelichting (K 19 403, nr. 10, p. 151). Het artikel is volgens de regering geformuleerd een fictie te creëren als aanvaarding van de benoeming lang uitblijft. In gemeente X hebben we hen dat staande de vergadering mondeling laten doen.
pijl omhoog
dot
dotPer 1 oktober j.l. ben ik als operationeel coördinator/projectleider in de rang van inspecteur aan de slag gegaan bij de regiopolitie Limburg-Noord, district Midden Limburg, basiseenheid Roermond. Na een inwerkperiode zal ik, na het behalen van het hulpofficier van justitie certificaat, worden aangewezen en worden ingezet als officier van dienst in het district Midden Limburg waar de gemeente Maasgouw deel van uit maakt. De taak en bevoegdheid hieromtrent zal zijn om als Hulpofficier van Justitie op te treden. Naast het feit dat ik dit meld, verzoek ik je om uit te zoeken of dit voor mijn werk als raadslid namens Lokaal Belang van de gemeente gemeente Maaasgouw consequenties kan hebben, dan wel heeft. Ik denk aan bepalingen bij of krachtens de gemeentewet, c.q. ander wetgeving.
Bepalingen over verenigbaarheid van betrekkingen staan in artikel 13 Gemeentewet, de zogenaamd incompatibiliteiten van een raadslid. Hierin staan de functies opgenomen die vanuit gemeentewettelijk oogpunt onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. In de opsomming staat niet de functie hulp-officier van Justitie of die van inspecteur bij de regiopolitie vermeld. Artikel 13 geeft overigens geen limitatieve opsomming.
In artikel 13 q is echter wel vermeld "door of vanwege het gemeentebestuur aangesteld of ondergeschikt". De redenatie kan gevolgd worden dat ambtenaren van de politie geen lid van de gemeenteraad mogen zijn aangezien zij in het kader van het handhaven van de openbare orde ondergeschikt zijn aan de burgemeester. Waar het met name dus om gaat is of er een gezagsverhouding is richting burgemeester en een ondergeschiktheid richting gemeentebestuur.
Voorbeelden uit jurisprudentie laten zien dat een unit coördinator van het Openbaar Ministerie niet als ondergeschikt aan het gemeentebestuur wordt gezien, maar een ambtenaar van de politie die dienst doet in het werkgebied van de gemeente waarvan hij/zij raadslid is, wel als ondergeschikt wordt gezien. De Raad van State oordeelt dat als een situatie zich voordoet dat de executief ambtenaar onder gezag van de burgemeester komt te staan, voldoende is om onverenigbaarheid van betrekkingen vast te stellen. Gelet op de functie die het betrokken raadslid uitoefent en met name gezien het feit dat zijn functionele werkterrein zich uitstrekt over de gemeente Maasgouw, is er bij mij wel twijfel over de verenigbaarheid van deze functie met het raadslidmaatschap.
pijl omhoog
dot
dotProcedure bij staken stemmen. Bij de behandeling van een voorstel in onze raadsvergadering is een aantal amendementen ingediend. Bij het in stemming brengen van het meest verstrekkende amendement staakten de stemmen. Het amendement zal nu in een volgende vergadering opnieuw in stemming worden gebracht. Als dan het amendement door het wederom staken van de stemmen verworpen wordt, zullen vervolgens de andere amendementen en het raadsvoorstel in stemming worden gebracht. Wat zijn de consequenties als bij deze voorstellen die nog niet eerder in stemming zijn gebracht de stemmen weer staken?
De Gemeentewet heeft als hoofdregel voor besluitvorming dat bij stemmingen een besluit tot stand komt indien een volstrekte meerderheid van hen die een stem hebben uitgebracht het eens is met het voorstel. In artikel 32 is geregeld als de stemmen staken, uitgaande dat het in deze casus om "overige zaken" gaat, een besluit wordt uitgesteld tot de volgende vergadering. Wanneer dan opnieuw of in eerste instantie in een voltallige vergadering de stemmen staken, wordt het voorstel geacht niet te zijn aangenomen.
Nu ligt echter de zaak wat anders, immers er wordt in eerste instantie een amendement in stemming gebracht, daarbij staken de stemmen. Waar is nu geregeld wat te doen als de stemmen bij een amendement staken? In artikel 147b Gemeentewet is het recht van amendement geregeld. Hierin wordt verwezen naar artikel 147a Gemeentewet waarin staat dat de raad regelt op welke wijze een amendement wordt ingediend en behandeld. Er staat echter niet apart iets over de besluitvorming over amendementen genoemd. Gelden de bepalingen over het stemmen over raadsvoorstellen (overige zaken art.32) dan ook voor amendementen? Mij lijkt van wel.
In de casus van Wormerland zou dit betekenen dat telkens bij het staken van de stemmen over de verschillende amendementen de besluitvorming weer tot de volgende vergadering wordt uitgesteld. Dit zou zich zo enige tijd kunnen voortslepen alvorens een definitief besluit wordt genomen.
Ik kan natuurlijk niet inschatten of dit gaat gebeuren maar de vraag van Wormerland is daar wel op gericht. Praktisch lijkt het me niet om telkens bij het staken van de stemmen over elk amendement de besluitvorming weer tot de volgende vergadering uit te stellen. De raad zou wellicht in de praktijk ook een afspraak kunnen maken hoe om te gaan met dit soort situaties. In, ik meen Maastricht, heeft zich deze situatie eens voorgedaan bij de stemming over de begroting. Toen daar de stemmen staakten over een amendement, is toch doorgegaan met het stemmen over de overige amendementen en het raadsvoorstel. Uiteraard is de inhoud van het amendement van belang of verder gegaan kan worden met de besluitvorming. Uiteindelijk is afgesproken dat het amendement in een volgende vergadering als een initiatiefvoorstel zou terugkomen. Dit had uiteindelijk de eerste begrotingswijziging te gevolg.
Dus formeel moet in de volgende vergadering het amendement opnieuw in stemming worden gebracht en vervolgens de overige amendementen en daarna het raadsvoorstel. Staken "onderweg" in dit besluitvormingstraject de stemmen weer, dan zou wellicht ook eens een alternatieve route besproken kunnen worden.
Tot slot concludeer ik dat de raad nog geen beslissing heeft genomen over het raadsvoorstel zelf en de minder verstrekkende amendementen. Voor de raad zijn dat nieuwe besluiten en dat brengt opnieuw de toepassing van artikel 28 Gemeentewet mee. Staken de stemmen (behoudens in de voltallige vergadering), dan vindt de stemming in de eerstvolgende vergadering plaats.
Het lijkt me ook de juiste weg om, als de stemmen staken over een amendement, het voorstel aan te houden en niet in stemming te brengen. Anders weet je namelijk niet waarover je stemt. Het voorstel zou dan ook in de volgende vergadering door het aannemen van het amendement opeens achteraf gewijzigd kunnen worden.
pijl omhoog
dot
dotRecentelijk is er door een fractie een interpellatie debat aangevraagd. Dit gebeurde tijdens een schorsing van een vergadering. het onderwerp is toen nog niet afgehandeld, er is door de raad nog geen besluit genomen, maar het interpellatiedebat heeft wel al plaatsgevonden in een volgende raadsvergadering. Is het zo dat feitelijk de besluitvorming wel al gedaan had moeten zijn voordat een interpellatiedebat gehouden kon worden?
Op grond van artikel 155 lid 2 Gemeentewet en het betreffende artikel met toelichting in het RvO betreft een interpellatie een niet-geagendeerd onderwerp. De gedachte hierachter is waarschijnlijk, dat een wethouder bij onderwerpen die al op de agenda staan reeds op andere manieren bevraagd en ter verantwoording kan worden geroepen. Dan heb je het instrument interpellatie niet meer nodig. Staat het onderwerp niet op de agenda, dan is een interpellatie mogelijk, waarbij het niet uitmaakt of ter zake al een raadsbesluit is genomen of nog niet.
pijl omhoog
dot
dotSinds enige jaren zet de gemeente Waterland de geluidsfragmenten integraal op de gemeentelijke website. Daarnaast worden de ingekomen brieven gescand en eveneens op de website gezet. In hoeverre vallen brieven aan de gemeenteraad onder de wet bescherming persoonsgegevens in het licht van deze werkwijze?
Brieven aan de raad vallen binnen de Wet openbaarheid van bestuur en zijn dus in beginsel openbaar zijn inclusief de naam, adres en woonplaatsgegevens van de afzender. Het is dus ook geen probleem deze brieven te scannen en op een website te plaatsen, tenzij zich een van de weigeringsgronden voordoet die de Wet openbaarheid van bestuur kent.
Soms vraagt een afzender zijn gegevens geheim te houden, maar doet zich toch geen weigeringsgrond voor openbaarmaking voor. In dat geval kan de afzender voor de keus worden gesteld de brief in te trekken, omdat hij anders wel openbaar wordt gemaakt.
pijl omhoog
dot
dotTijdens de afgelopen raadsvergadering zijn een paar fracties weggelopen uit de raadsvergadering (om niet meer terug te keren) zonder uitleg te geven waarom. Ik geloof niet dat er iets is geregeld hierover in de Gemeentewet (anders dan dat een quorum nodig is). Heb ik dat juist?
De Gemeentewet maakt onderscheid tussen een geldig vergaderquorum (artikel 20 Gemeentewet) en een stemquorum (artikel 29 Gemeentewet). In artikel 29 Gemeentewet wordt aangegeven dat een stemming slechts geldig is indien meer dan de helft van de zitting hebbende leden, die zich niet van stemming dienen te onthouden, aan die stemming heeft deelgenomen. Voor iedere geldige stemming, of dat nu een stemming met hand opsteken of met stembriefjes is, is vereist dat meer dan de helft van de zitting hebbende leden aanwezig is. Er zijn op die hoofdregel slechts twee uitzonderingen: het opnieuw in stemming brengen wegens een eerdere ongeldige eerste stemming of een opnieuw belegde vergadering wegens het ontbreken van het quorum voor opening van de vergadering. (art. 29 lid 2) Artikel 30 Gemeentewet geeft nadere regels over het besluitquorum, namelijk de volstrekte meerderheid van hen die een stem hebben uitgebracht.
Voor het stemquorum is in artikel 29 van de Gemeentewet een bepaling opgenomen. Een stemming is alleen geldig als meer dan de helft van het totale aantal raadsleden van een gemeente daaraan heeft deelgenomen. Degenen die zich van stemming moeten onthouden worden hierbij niet meegeteld. Voor het besluitquorum is op grond van art. 30 Gemeentewet de volstrekte meerderheid nodig van degenen die hun stem hebben uitgebracht. De fracties kunnen de vergadering verlaten, maar voor de besluitvorming moeten bovengenoemde regels in acht worden genomen.
Voor het openen van de raadsvergadering is een quorum vereist: meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden moet de presentielijst hebben getekend (art. 20 eerste lid Gemeentewet). Als daarna om wat voor reden dan ook het vergaderquorum niet meer aanwezig is, betekent dit niet dat de vergadering niet kan worden voortgezet. Er kunnen bij het ontbreken van het quorum zelfs rechtsgeldige besluiten worden genomen. Althans zo lang niet door de voorzitter of een lid van de raad om hoofdelijke stemming wordt gevraagd. Want voor hoofdelijke stemming geldt dat deze alleen geldig is, als meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft in de raad (en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden) aan de stemming heeft deelgenomen (art. 29 eerste lid Gemeentewet).
pijl omhoog
dot
dotVanwege de afschaffing van het ID-besluit op rijksniveau zijn veel stadswachtorganisaties in financiële problemen gekomen. Ik wil graag weten hoe andere vergelijkbare gemeenten dit hebben aangepakt en hoe ze dit hebben gefinancierd en hoeveel dit gekost heeft.
Achtergrond Kansen zien en benutten
In het kader van de Agenda voor de Toekomst heeft de G27 de beschikking over een experimenteerbudget van €31,76 miljoen. Daarvan is € 13 miljoen gereserveerd voor een landelijk experiment, dat gericht moet zijn op de bevordering van de doorstroom vanuit gesubsidieerde arbeid naar reguliere arbeid. De gemeente Hengelo is de coördinerende gemeente en zal namens de G27 het experiment trekken.
Het experiment heeft twee doelstellingen:
1. Extra-uitstroom uit gesubsidieerde naar reguliere (ongesubsidieerde) arbeid
2. Vormgeving aan gesubsidieerde arbeid zodat het in de toekomst een effectief middel is voor gemeenten om uitstroom uit de bijstand naar regulier werk te bevorderen
Het experiment omvat drie soorten trajecten:
1. Trajecten om gesubsidieerde medewerkers zodanig te kwalificeren dat ze uitstromen naar een duurzame reguliere baan (werknemersgericht);
2. Trajecten om werkgevers te faciliteren waardoor ze reguliere banen beschikbaar stellen voor gesubsidieerde medewerkers (werkgeversgericht);
3. Trajecten op sectorniveau die aansluiten op sectorafspraken of die specifiek aansluiten op de behoefte van een bepaalde sector.
pijl omhoog
dot
dotVerordening artikel 212: wanneer er middelen over waren binnen een bepaalde functie in de begroting dan kon het college besluiten om die middelen in te zetten voor een andere activiteit binnen die functie. Is het schuiven met middelen door het college ook mogelijk tussen de activiteiten die in een programma staan. Wij hebben bijv. in een programma peuterspeelzalenbeleid en sportbeleid. Kan een overschot op peuterspeelzaalbeleid door het college ingezet worden voor bijv. de aanleg van een sportveld of is daar tussenkomst van de raad voor nodig? En welke relatie ligt hier met artikel 212 van de gemeentewet?
In feite gaat de vraag over het autorisatieniveau van de programmabegroting. Het woord functie doet denken aan de oude comptabiliteitsvoorschriften die spraken over hoofd- en subfuncties in de beleidsbegroting. Onder de vigeur van het Bvb hebben wij het echter over programma's en onderdelen van programma's zoals die staan in de programmabegroting. Hoe gedetailleerd dat is, kan per gemeente verschillen. Voor een verschuiving tussen in de programmabegroting met zoveel woorden benoemde onderdelen is een begrotingswijziging van de raad nodig.
Als het college geen begrotingswijziging heeft en dan toch verschuift is de verschuiving onrechtmatig en kan voor de accountant aanleiding vormen om bij de jaarrekening een opmerking te maken of afhankelijk van de controletolerantie geen goedkeurende verklaring af te geven.
pijl omhoog
dot
dotVolgens art 213 gemeentewet is het een taak van de raad om een accountant aan te wijzen waarmee een meerjarig contract wordt aangegaan. Nu stuurt onze accountant ook elk jaar een herbevestiging van de opdracht. binnen onze organisatie is nu verschil van mening wie deze ondertekent: de griffier namens de raad, of het college voor de uitvoering. Van onze accountant begrijp ik dat dit in alle gemeenten waar zij werken de griffier is.
Het is zo volgens 213 lid 2 van de Gemeentewet dat de raad een of meer accountants aanwijst. Na de aanbestedingsprocedure over het werk van de accountant is het ook de raad die de accountant de opdracht geeft, en niet het college. Dit betekent dat de griffier namens de raad de opdracht moet tekenen. Het is zelfs de vraag als in de verordening daarvan zou worden afgeweken of dat niet in strijd met de wet is.
pijl omhoog
dot
dotVorige week heeft de raad een raadslid wegens langdurige ziekte tijdelijk ontslag verleend, en een vervanger tijdelijk benoemd. Nu is het raadslid overleden. Volgens de Kieswet (X10-12) duurt de vervanging altijd zestien weken. Moet de vervangster nu haar zestien weken uitdienen en kan ze daarna pas definitief worden benoemd of wachten we tot ergens in het zomerreces de termijn verstreken is?
Deze materie is niet expliciet wettelijk geregeld. Cruciaal is de volgende bepaling in artikel X12: Degene die als vervanger is benoemd, houdt op lid te zijn met ingang van de dag waarop zestien weken zijn verstreken sinds de dag van ingang van het tijdelijk ontslag, onverminderd de mogelijkheid dat het vervangende lidmaatschap ingevolge deze wet op een eerder tijdstip eindigt.
Een raadslidmaatschap kan op verschillende manieren eindigen. Een daarvan is natuurlijk door overlijden. Dan valt een plaats in het vertegenwoordigend orgaan open. De Kieswet regelt uitputtend het begin van, wijzigingen in en het einde van een raadslidmaatschap. Door het overlijden van een raadslid eindigt dus zijn raadslidmaatschap. Dan is die persoon m.i. ook niet meer te vervangen en eindigt het vervangende lidmaatschap. Dat betekent, dat meteen in het vervullen van de vacante raadszetel kan worden voorzien.
Maar nogmaals: dit is puur een kwestie van redeneren. Het is niet expliciet geregeld en ook de toelichting biedt geen uitkomst.
pijl omhoog
dot
dotWaar kan ik algemene informatie over etnische minderheden in Nederland vinden?
De publicatie Allochtonen in Nederland verschijnt jaarlijks en informeert over de doelgroepen van het integratiebeleid van de Nederlandse overheid. De editie Allochtonen in Nederland 2004 behandelt voor het eerst de waardering van allochtone bevolkingsgroepen voor hun woon- en leefomgeving. Tevens komen hun gezondheid en sociale contacten aan bod. Daarnaast geeft deze publicatie een actuele aanvulling op de demografische gegevens en de informatie over leren, werk en inkomen uit de vorige edities.
Eén van de centrale vragen in het Sociaal en Cultureel Rapport 2004: Minderheden en integratie is hoe het verder zal gaan met de integratie van etnische minderheden in Nederland. Halen zij hun achterstanden in en vermindert de ongelijkheid tussen hen en de autochtone Nederlanders? Hoe ziet het samenleven van autochtonen en allochtonen er in de toekomst uit? En ontstaat er sociale cohesie?
StatLine is de elektronische databank van het CBS. Hier kunt u statistische informatie vinden over etnische minderheden in Nederland. In StatLine vindt u tevens informatie over vele maatschappelijke en economische onderwerpen in de vorm van tabellen en grafieken. Op de website van de Vereniging van Statistiek en Onderzoek staat informatie over verschillende prognoses.
pijl omhoog
dot
dotWaar kan ik informatie vinden over verantwoording en controleprotocollen van inburgeringstrajecten?
De monitor inburgering is het instrument waarmee gemeenten rapporteren aan het Rijk over de activiteiten en resultaten van het inburgeringsbeleid. Via deze website worden de gegevens verzameld over de oudkomersregelingen van de G54 en de niet-G54 gemeenten. Vanaf 2004 wordt op de monitor inburgering ook de gegevens ten behoeve van het Inhoudelijk verslag WIN verzameld. Op deze website zal steeds de meest recente informatie over de monitoring worden opgenomen. Informatie is ook verkrijgbaar via de helpdesk inburgering (079-3234000).
pijl omhoog
dot
dotWaar kan ik informatie vinden over wet- en regelgeving inzake inburgering van nieuw- en/of oudkomers?
Informatie over het huidige beleid, de Wet inburgering nieuwkomers en de regelingen oudkomers vindt u op onze website en op de website Monitor Inburgering. Meer informatie over het toekomstige inburgeringsstelsel vindt u op de website van het Project Modernisering Inburgering.
Beknopt overzicht van veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering nieuwkomers (PDF, 52 KB) 
Beknopt overzicht van veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering oudkomers (PDF, 38 KB)
Uitgebreid overzicht veelgestelde vragen wet- en regelgeving inzake inburgering nieuw- en oudkomers (PDF, 131 KB)
pijl omhoog
dot
dotWaarvoor mag een raadslid vergoedingen krijgen, naast de gewone maandelijkse vergoeding en onkostenvergoeding?
De vergoedingen, die een raadslid mag ontvangen, zijn limitatief geregeld in het rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Een raadslid krijgt maandelijks een vaste raadsvergoeding en een onkostenvergoeding.
Waarvoor de onkostenvergoeding is bedoeld, is terug te vinden in de bijlage onkostenvergoedingen. Het gaat daarbij om de kostenposten representatie, vakliteratuur, contributies (verenigingen), telefoonkosten, bureaukosten en porti, giften, fractiekosten, representatieve ontvangsten aan huis en excursies.
Daarnaast maakt het rechtspositiebesluit het mogelijk dat de gemeente op aanvraag aan een raadslid voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een computer, bijbehorende apparatuur en software in bruikleen ter beschikking stelt. Het college verstrekt ook een tegemoetkoming voor de belastingheffing als gevolg hiervan. Als geen computer en bijbehorende apparatuur en software ter beschikking is gesteld wordt door het college aan raadsleden voor de uitoefening van het raadslidmaatschap een tegemoetkoming verleend voor aanschaf van een computer, bijbehorende apparatuur en software, of, gebruik van een eigen computer, bijbehorende apparatuur en software. Op aanvraag wordt door het college van burgemeester en wethouders een vergoeding aan het lid van de raad verleend voor de aanleg- en de abonnementskosten voor de internetverbinding voor de computerapparatuur.
Het rechtspositiebesluit kent ook nog een aantal secundaire voorzieningen. Dat zijn voorzieningen, die niet zonder meer beschikbaar zijn. Hiertoe moet de raad eerst bij verordening besluiten. Per gemeente wordt hiermee verschillend omgegaan. Deze voorzieningen zijn (limitatief):
  • uitkering voor raadslid na aftreden
  • collectieve verzekeringen voor opbouw ouderdomspensioen en geldelijke voorzieningen bij invaliditeit en overlijden
  • tegemoetkoming voor ziektekosten, waaronder de premie van een verzekering tegen ziektekosten
  • compensatie korting uitkering ogv Werkloosheidswet
  • compensatie korting uitkering ogv Besluit Werkloosheid onderwijs- en onderzoekspersoneel
  • verlaging raadsvergoeding bij uitkering ivm geheel of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid
  • tegemoetkoming voor scholing
  • tegemoetkoming voor kinderopvang
Daarnaast kan een raadslid natuurlijk ook zijn onkosten declareren als hij in opdracht van de raad een dienstreis maakt. Het is niet toegestaan om naast deze vergoedingen nog andere vergoedingen te verstrekken. Denk hierbij bijvoorbeeld aan parkeervergoedingen of -vergunningen e.d. Elke fractie ontvangt een budget voor fractieondersteuning. Waar dit voor gebruikt mag worden is bij verordening vastgelegd. De fractieondersteuning is geen (onkosten-)vergoeding voor raadsleden.
pijl omhoog
dot
dotWanneer kan het college, als zij een extra krediet nodig heeft, volstaan met enkel het voorleggen van een begrotingswijziging en wanneer dient zij een afzonderlijk voorstel voor het beschikbaar stellen van aanvullend budget aan de raad voor te leggen?
Op het eerste gezicht bestaat er niet zoveel verschil tussen het voorleggen van een begrotingswijziging aan de raad enerzijds en het doen van een afzonderlijk voorstel aan de raad anderzijds. In beide gevallen gaat het om een voorstel aan de raad. Of in de beschreven situatie een raadsbesluit nodig is, hangt af van de vraag of de begroting van het betreffende programma wordt overschreden.
Als het benodigde extra krediet tot gevolg heeft dat de programmabegroting wordt overschreden dan wel dat dekking moet worden gevonden binnen een ander programma, dan is een raadsbesluit nodig. De raad is immers bevoegd waar het de (vaststelling van de) programma'begroting betreft.
Als het extra krediet niet leidt tot overschrijding van het betreffende programma (omdat de overschrijding binnen het programma kan worden opgevangen), is geen raadsbesluit vereist. Dat neemt niet weg dat het college er verstandig aan kan doen deze verschuiving binnen het programma te melden aan de raad.
actor: begrotingsfunctie: soort begrotings-/verantwoordingsdocument:
raad allocatie (programma)begroting
autorisatie (programma)begroting
controle (programma)jaarstukken: jaarverslag en jaarrekening
Na vaststelling van de begroting voert het college het beleid uit binnen de financiële en beleidsmatige grenzen die door de raad zijn aangegeven. De begroting heeft dan een beheerstechnische/bedrijfseconomische functie. Hiervoor stelt het college een productenraming op. Als uitvloeisel van de duale verhoudingen wordt deze productenraming niet door de raad vastgesteld.
Begrotingswijzingen worden vaak aan de raad voorgelegd in een bepaald simpel format zonder verdere toelichting. Een afdeling financiën noemt alleen dat een begrotingswijziging. Een uitgebreider voorstel met argumentatie in het voor een raadsvoorstel gebruikelijke format is natuurlijk ook voorstel voor een begrotingswijziging. Formeel juridisch gezien maakt dat geen verschil. Vaak wordt voor de simpele versie gekozen als de raad al eerder inhoudelijk heeft gesproken over het beleid dat aan de wijziging ten grondslag ligt. Die wijziging behoeft dan geen verdere toelichting.
pijl omhoog
dot
dotWat houdt de nieuwe Wet Inburgering in, die de Wet Inburgering Nieuwkomers gaat vervangen?
In de nieuwe Wet Inburgering is de algemene inburgeringsplicht opgenomen. Het doel is dat iedereen volwaardig kan participeren in de Nederlandse samenleving. De inburgeringsplicht geldt voor álle personen die zich in Nederland willen vestigen en die niet gedurende tenminste acht jaar van de leerplichtige leeftijd in Nederland verblijf hebben gehad. Uitzonderingen hierop zijn personen boven de 65 jaar, personen uit de EU en personen die diploma’s hebben behaald waaruit blijkt dat men beschikt over de kennis en vaardigheden op het niveau van het inburgeringsexamen.
De rol van gemeenten verandert ten opzichte van de huidige situatie. Het nemen van de eigen verantwoordelijkheid in het nieuwe stelsel is erg belangrijk. De inburgeringsplichtigen hebben de regie over hun eigen inburgering. De regierol ligt dan niet meer bij de gemeenten. Wel hebben zij een belangrijke spilfunctie, die bestaat uit een informerende, handhavende en faciliterende rol. Meer informatie over het toekomstige inburgeringsbeleid kunt u vinden op de website van de Projectdirectie Modernisering Inburgering.
HANDIG staat voor: HANDreiking Inburgering voor Gemeenten. HANDIG is in opdracht van de Frontoffice Inburgering ontwikkeld om gemeenten te ondersteunen bij de invoering van de Wet inburgering in Nederland. Zo kunnen gemeenten het nieuwe inburgeringsstelsel planmatig en snel in de praktijk brengen.
pijl omhoog
dot
dotWat houdt de term creatieve stad in?
Op 2 december 2004 vond het congres Kenniseconomie & de stad plaats, georganiseerd door het Kenniscentrum Grote Steden. Er was een keuze uit acht workshops, twee daarvan gingen over de creatieve stad. In die workshops vertelden de steden Amsterdam, Arnhem en Zaanstad over hun aanpak.
Namens Amsterdam sprak Robert Marijnissen: De creatieve industrie levert een belangrijke bijdrage aan de Amsterdamse economie. Creativiteit speelt een rol in de bevordering van innovatie in de sector ICT/nieuwe media en andere vormen van bedrijvigheid in Amsterdam en in de regio. Namens Arnhem hield Pieter Jongelie een presentatie over Het Hoofdkwartier: In Arnhem ontwikkelen nieuwe mediabedrijven en ontwerpbureaus een innovatief kenniscluster voor ontwerp en nieuwe media. Geen bedrijfsverzamelgebouw maar een knooppunt. Het initiatief heeft geleid tot de start van Het Hoofdkwartier, een stichting waarmee de stad en de regio een positieve aantrekkingskracht uitoefenen op zowel nieuw als gevestigd talent.
Jos van Winkel en Remco Reijke deden de presentatie van Zaanstad: Regionale samenwerking is het sleutelwoord om de creatieve economie tot bloei te brengen en innovatieve bedrijven aan Zaanstad en de regio te binden.
Hier vindt u een lijst van literatuur over creatieve industrie, met daarin links naar interessante websites. De lijst is gemaakt door de heer Arkesteijn van de Kamer van Koophandel Amsterdam.
Tot slot: Op 22 september 2005 organiseert het Kenniscentrum een bijeenkomst over het thema Creatieve Stad.
pijl omhoog
dot
dotWat is de definitie van etnische minderheden die KIEM hanteert?
Het Kennisnet Integratiebeleid en Etnische Minderheden (KIEM) hanteert voor het begrip ‘etnische minderheden’ de officiële definitie van het Sociaal Cultureel Planbureau zoals opgenomen in hun Jaarrapport Integratie 2007.
Deze luidt:
“Tot de etnische minderheden behoren groepen die op grond van hun achterstandspositie zijn aangewezen als doelgroepen van het minderhedenbeleid. Voor een deel overlapt de categorie etnische minderheden met de categorie niet-westerse allochtonen; er zijn echter ook groepen zoals de Molukkers die wel tot de etnische minderheden worden gerekend maar buiten de definitie van niet-westerse allochtonen vallen.”
pijl omhoog
dot
dotWat is de rol van de OR in relatie tot de griffier?
Volgens de Juridische Vraagbaak vormt de griffie een eigen organisatie die te klein is voor een OR. In ieder geval heeft de griffie niets te maken met de OR die overleg pleegt met de gemeentesecretaris. Bij een kleinere griffie, zeg minder dan 10 fte, lijkt voor een lid van de Juridische Vraagbaak zelfs een personeelsvertegenwoordiging niet nodig omdat de griffier regelmatig met al zijn personeel zal overleggen.
Formeel staat de griffie los van de OR, die immers gekozen is door de personeelsleden van de gemeente die in dienst zijn van het college. Daarnaast voert de (Centrale) OR overleg met de secretaris repectievelijk de diensthoofden en niet met de griffier.
Voorbeeld
In Den Haag (omvang Griffie 22 fte) heeft de Griffie op basis van art. 35c, eerste lid van de WOR een personeelsvertegenwoordiging, bestaande uit drie leden, gekozen door en uit de griffiemedewerkers. Deze vertegenwoordiging overlegt met de griffier en heeft instemmingsrecht bij bijvoorbeeld voorgenomen reorganisaties.
Verder is op concernniveau geregeld (via de Instructie voor de griffier) dat de griffier er zorg voor draagt dat de opvattingen van de griffie worden meegewogen bij de totstandkoming van personele besluiten en besluiten op organisatorisch gebied die op het griffiepersoneel van toepassing worden verklaard. Hiertoe overlegt de griffier met de secretaris. Voorts draagt de griffier er zorg voor dat de belangen van de griffie worden meegewogen in het overleg in de Centrale Commissie van Overleg over onderwerpen als bedoeld in art. 12:2 van het Ambtenarenreglement 's-Gravenhage. Hiertoe voert de griffier overleg met de directeur Personeelszaken. Een en ander is geregeld in art. 9 van de Instructie voor de griffier van de gemeente Den haag.
pijl omhoog
dot
dotWat is de status van het lidmaatschap van een raadslid die ontslag heeft genomen of zijn/haar zetel ter beschikking heeft gesteld?
De vraag over het raadslid dat ontslag heeft ingediend staat nog open, maar in de opvolging nog niet is voorzien. Het einde van het lidmaatschap van de gemeenteraad is geregeld in de Kieswet. In het bijzonder de artikelen C4, X6 en X8.
Er kunnen zich namelijk verschillende omstandigheden voordoen:
  • In geval van overlijden is de situatie duidelijk. Dat is ook het geval wanneer een raadslid niet meer voldoet aan de vereisten die zijn gesteld.
  • Voor ontslag geldt een bijzondere regel en die houdt in dat het ontslag pas ingaat nadat zijn opvolger door de raad is toegelaten, dan wel het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd.
  • Wanneer een opvolger lijkt te zijn, maar dat de raad nog geen beslissing heeft genomen over de toelating, blijft het raadslid dat ontslag heeft genomen lid van de raad. Is hij of zij niet aanwezig, dan kan ook dat geregistreerd worden. Voor meer informatie over dit onderwerp kan men de SDU-uitgave 'De rechtspositie van gemeentelijk politieke ambtsdragers' (raads- en commissieleden) raadplegen.
pijl omhoog
dot
dotWat is er op het gebied van opvoedingsondersteuning (voor Antillianen) beschreven en ontwikkeld?
U kunt een aantal praktijkvoorbeelden vinden in het thematisch overzicht onder het trefwoord opvoedingsondersteuning   Daarnaast bieden de volgende links informatie:
  • Pagina 14/17 van het beleidsprogramma Dordrecht schenkt aandacht aan opvoedingsondersteuning
  • Paragraaf 3.2 (vanaf pagina 16) van de State-of-the-Art studie Antilliaanse risicojongeren biedt achtergrondinformatie
  • De monografie Antillianen en Arubanen in Amsterdam schenkt aandacht aan tienermoeders/opvoedingsondersteuning in hoofdstuk 9 (vanaf p.64)
  • In Den Haag vindt de aanpak van de problematiek rond sociale zwakkere gezinnen en Antilliaansetienermoeders zijn uitwerking in het activeren van gezins- en opvoedingsondersteuning. Met name de problematiek in één oudergezinnen vraagt dringend om maatregelen in de gezinsondersteunende sfeer. Zie voor meer informatie p. 34 van het bestuurlijk arrangement
  • In het bestuurlijk arrangement van Schiedam staat een project voor tienermoeders beschreven (p. 22)
  • In het bestuurlijk arrangement van Vlissingen staat een project voor opvoedingsondersteuning beschreven (p. 13)
Het overzicht dat het NIZW maakte voor de Jeugdgezondheidszorg is gereed. De resultaten van achttien veelbelovende en effectieve opvoedingsondersteunings-programma´s zijn op de CD Rom 'Dat werkt' gezet. Te koop voor 25 euro bij het secretariaat van het Expertisecentrum Opvoedingsondersteuning, vraag naar Gea Koedam, tel. 030-2306561, G.Koedam@nizw.nl . De gegevens van die verschillende programma´s en van nog veel meer interventies kunt u ook vinden op de site www.jeugdinterventies.nl Specifiek voor Antilliaanse (tiener) moeders zouden de programma´s VoorZorg of Stevig Ouderschap of Triple P in aanmerking (kunnen) komen. De andere programma's overstijgen niet het kwaliteitsniveau van 'goede praktijk' of komen daar nog niet aan toe.
Andere websites zijn:
  • Mi Tesoro
  • Artikel over opvang tienermoeders in Eindhoven
  • S-W-A opvoedingsondersteuning voor Antilliaanse (tiener)moeders
  • www.opvoedingsondersteuning.info
  • Heft in eigen hand
  • www.jeugdinformatie.nl
  • www.onderwijsachterstanden.nl
  • www.integratie.net
  • NVA
pijl omhoog
dot
dotWat is het huidige inburgeringsbeleid in Nederland?
Vanaf 30 september 1998 is in Nederland de Wet inburgering nieuwkomers, WIN, van kracht. Volgens deze wet is de nieuwkomer verplicht zich aan te melden voor een inburgeringsonderzoek. In dit onderzoek wordt bepaald of de nieuwkomer een programma nodig heeft en kan worden verplicht aan een inburgeringsprogramma deel te nemen. Dit inburgeringsprogramma bevat onderwijs in de Nederlandse taal, Maatschappij- en beroepenoriëntatie.
Wanneer u meer informatie wilt over de geschiedenis van inburgering kunt u de volgende website raadplegen: www.degeschiedenisvaninburgering.nl
De Frontoffice Inburgering is een tijdelijke ondersteuningsorganisatie, opgezet door het Rijk. De belangrijkste opdracht is om gemeenten te ondersteunen bij zowel de uitvoering van het huidige inburgeringsbeleid als bij de invoering van het nieuwe stelsel. Bij de helpdesk van de Frontoffice Inburgering kunt u terecht met uw vragen en opmerkingen. E-mail:info@frontoffice-inburgering.nl Telefoon: 070-3709100
pijl omhoog
dot
dotWat kan een burgemeester doen wanneer twee raadsleden het fractievoorzitterschap opeisen en hierover geen overeenstemming bereiken? Is hierover wettelijk iets vastgelegd? En wat als twee raadsleden ieder voor zich de naam van hun partij claimen?
Wettelijk is over het fractievoorzitterschap niets geregeld. De wet kent ook geen fracties. (De Gemeentewet spreekt van "de in de raad vertegenwoordigde groeperingen").
Ons kiesstelsel is niet gebaseerd op politieke partijen, maar heeft als uitgangspunt dat volksvertegenwoordigers op persoonlijke titel worden verkozen. Raadsleden hebben te allen tijde de mogelijkheid tussentijds van fractie te veranderen of zelfstandig verder te gaan.
In dat verband citeren we een passage uit de toelichting bij het Reglement van orde van de gemeenteraad van Middelburg. Bij artikel 7 ("Fracties") wordt o.a. opgemerkt: "Ook kan een fractie besluiten om haar naam te veranderen. Dit staat de fractie vrij. Op grond van deze bepalingen heeft de raad geen zeggenschap over wijzigingen in de samenstelling, fusies en splitsingen van fracties en de naamvoering. De raad kan hier dus geen besluit over nemen. Een mededeling aan de voorzitter is voldoende. De raad is gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering nadat hiervan mededeling is gedaan rekening te houden met de nieuwe situatie".
Wanneer beide raadsleden dezelfde naam claimen, is er strikt formeel geen sprake van een naamswijziging. In zoverre is er dus noch voor de raad noch voor diens voorzitter aanleiding in actie te komen. En al helemaal niet, omdat het bestuur van de politieke partij daar om vraagt. Een raadsvoorzitter heeft alleen te maken met de leden van de raad en zeker niet met partijbesturen. Hij/zij moet daar verre van blijven!
Het lijkt ons niet wijs als derden zich in mengen in een kwestie waarbij twee raadsleden het fractievoorzitterschap claimen. Het voorzitterschap is een interne zaak van de betreffende fractie. Aan het fractievoorzitterschap zijn geen rechtsgevolgen verbonden. Het enige wat wij kunnen bedenken is dat het fractievoorzitterschap inhoudt dat men lid is van het presidium van de raad. Twee voorzitters van één fractie kan niet, althans dat zou het presidium moeten besluiten.
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de bevoegdheden van de gemeenteraad m.b.t werkgeversrol v/d raad?
De raadsgriffier is in dienst bij de gemeente waarbij de raad optreedt als werkgever. De raad kan zijn bevoegdheden op het punt van de rechtspositie delegeren, bijvoorbeeld aan het presidium. Het presidium kan bepaalde bevoegdheden mandateren aan een persoon, bijvoorbeeld de voorzitter van het presidium. De raad kan bepalen dat het presidium de middelen voor de raad raamt, zoals die in de productenraming worden verdeeld (zo doet de Tweede Kamer het ook). Dit betekent concreet dat:
  • het houden van een functioneringsgesprek met de griffier kan worden gemandateerd aan de burgemeester
  • het presidium het budget voor de griffie kan ramen indien de raad dat heeft bepaald
  • het presidium het werkplan van de griffie kan vaststellen
  • een direct leidinggevende er eigenlijk niet is omdat de griffier de hoogste ambtenaar binnen de griffie is. Indien nodig kan de voorzitter van het presidium optreden als direct leidinggevende  
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de bevoegdheden van gemeenten ten aanzien van subsidieaanvraag voor politieke partijen?
Er is een wet subsidiering politieke partijen, waar landelijke partijen een beroep op kunnen doen. Dit loopt buiten de gemeente om, partijen kunnen zich rechtstreeks tot het ministerie wenden. Er is een wijziging hiervan in de maak, op grond waarvan ook lokale partijen recht krijgen op subsidie.
Vooruitlopend daarop is dit jaar een subsidieregeling voor vorming en opleiding van (kandidaats-)raadsleden in werking getreden. Lokale partijen kunnen hier rechtsreeks een beroep op doen bij het ministerie van BZK, raadsleden van landelijke partijen moeten dat via hun landelijke kantoor doen. Voorwaarde is wel dat er sprake moet zijn van een vereniging die door het stembureau voor de laatstgehouden verkiezingen is geregistreerd en er bij de laatste verkiezingen tenminste 1 zetel is verkregen.
De gemeente heeft zelf ook subsidiebeleid. Het is de vraag of het wenselijk is subsidie beschikbaar te stellen aan politieke partijen in de gemeenteraad. De raad stelt nl. het subsidiebeleid vast, dus het roept de schijn op van zelfverrijking. Bovendien moet worden bezien vanuit welk oogpunt subsidie wordt verstrekt: de Gemeentewet kent immers al het fractiebudget en gemeenten hebben een scholingsbudget voor de raad(-sleden).
De subsidieregeling waarop wordt gedoeld is te vinden in de Staatscourant van 4 juni 2009 (Stcrt. 2009, nr. 100). De betreffende brief van de minister van BZK dateert van 8 juni 2009 (kenmerk 2009-0000279806).
Er is op jaarbasis een totaalbedrag beschikbaar van EUR 400.000. Iemand heeft al uitgerekend dat als alle ongeveer 9.000 raadsleden een beroep doen op de regeling, er circa EUR 45 per raadslid kan worden uitgekeerd.
De subsidieaanvraag voor 2010 moet vóór 1 februari 2010 worden ingediend bij het ministerie van BZK, DGBK/OBD/Cluster Democratie en Burgerschap.
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de contactgegevens van TOPA?
Om in contact te komen met leden van TOPA kunt u zich richten tot het secretariaat van TOPA. Meer informatie over TOPA vindt u op het Kennisportaal.
Team Ondersteuning Participatie in Antillianengemeenten (TOPA)
Dhr. B. Brown, secretaris
Postbus 201
3500 AE Utrecht
Telefoon 030 2974 349
Fax 030 2960 050
E-mail
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de eisen die worden gesteld aan het basisexamen Nederlands in het land van herkomst?
De Wet inburgering buitenland is per 15 maart 2006 in werking getreden. Vanaf deze datum is het afleggen en behalen van het inburgeringsexamen in het buitenland een extra voorwaarde voor het verkrijgen van de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De extra voorwaarde voor het verkrijgen van een mvv geldt niet voor aanvragen die vóór 15 maart 2006 zijn ingediend.
De basiskennis van de Nederlandse taal en de Nederlandse samenleving wordt bij het examen getoetst. Het examen wordt mondeling en in het Nederlands afgelegd bij de Nederlandse ambassade of Consulaat-generaal in het land van herkomst. Het examen bestaat uit twee delen. In deel 1 wordt de kennis van de Nederlandse samenleving getoetst. In deel 2 wordt de kennis van de Nederlandse taal getoetst. De kosten van het examen bedragen € 350.
Om zich voor te bereiden op het basisexamen moet de vreemdeling zich de Nederlandse taal en kennis van de Nederlandse samenleving eigen maken. De vreemdeling mag zelf weten hoe hij zich voorbereidt. Daarvoor komt de overheid niet met regels en ook niet met cursussen. Wel is er een oefenpakket samengesteld, dat voor € 63,90 kan worden aangeschaft.
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de inwoneraantallen van de steden in het GSB beleid?
742.783  Amsterdam
596.407  Rotterdam
472.096  Den Haag
275.258  Utrecht
208.455  Eindhoven
199.068  Tilburg
180.604  Groningen
168.054  Breda
158.215  Nijmegen
153.679  Enschede
146.739  Haarlem
141.321  Arnhem
139.817  Zaanstad
133.978  's-Hertogenbosch
134.906  Amersfoort
121.456  Maastricht
119.263  Dordrecht
118.563  Leiden
111.900  Zwolle
108.617  Emmen
  97.055  Sittard-Geleen
  95.620  Deventer
  94.266  Alkmaar
  92.542  Heerlen
  92.263  Venlo
  91.749  Leeuwarden
  85.829  Helmond
  81.156  Hengelo (O.)
  75.487  Schiedam
  72.293  Almelo
  70.860  Lelystad

Inwoners per 1-1-2005
Bron:CBS
 
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de meest succesvolle en inspirerende integratieprojecten?
Afgelopen jaar gaf KIEM met de ‘Parels van Integratie’ inzicht in de succesfactoren van integratieprojecten. Een speciaal comité heeft uit 62 inzendingen de acht mooiste voorbeelden, de parels gekozen. In een praktijkgerichte publicatie zijn deze projecten te vinden. De publicatie ‘Parels van Integratie’ is een bron van inspiratie voor beleidsmakers en bestuurders die een stap vooruit willen zetten in hun integratiebeleid. Er wordt inzicht geboden in vragen als: ‘wat werkt goed?’, ‘waarom werkt het?’ en ‘welke elementen kunnen bruikbaar zijn voor andere steden?’. De Parels van Integratie krijgen in 2006 een vervolg. Meer informatie vindt u te zijner tijd op onze website.
pijl omhoog
dot
dotWat zijn de regels mbt het uitstellen van de gemeenteraadsverkiezingen? hoelang kunnen ze worden uitgesteld? Wie moet hiervoor toestemming geven? Op welke gronden kunnen ze worden uitgesteld
“Tussentijdse verkiezingen voor een gemeenteraad vinden alleen plaats bij een samenvoeging of herindeling van een aantal gemeenten. De herindelingwet bepaalt dat een herindeling altijd ingaat op 1 januari. De verkiezingen worden in het najaar, meestal in november, voorafgaand aan de datum van herindeling gehouden. De herindelingwet wijst één gemeente aan die belast is met de organisatie van de verkiezingen. Gedeputeerde staten van de desbetreffende provincie nemen een besluit over de dag van kandidaatstelling; 43 dagen hierna vindt de stemming plaats. Als een herindeling plaatsvindt binnen twee jaar na reguliere raadsverkiezingen, dan wordt de zittingsduur van de betreffende raden verlengd tot de volgende raadsverkiezing. De kiezers hoeven dan niet binnen twee jaar twee keer te stemmen. Zie Wet algemene regels herindeling, artikel 52 tot en met 56." Bovendien kennen we voor de gemeenteraad niet het stelsel van tussentijdse ontbinding en het uitschrijven van verkiezingen. Een stelsel dat bij de Tweede Kamer wel aan de orde is.

Voor meer informatie met betrekking tot verkiezingen verwijs ik door naar de website van de Kiesraad. http://www.kiesraad.nl/nl/Verkiezingen/Verkiezingen-Overzicht/Gemeenteraad.html
pijl omhoog
dot
dotWelke dwarsverbanden zijn er tussen de nota misbruik- en oneigenlijk gebruik en de verordening voor gedragscodes voor o.a. raadsleden? En welke sacties staan er op het overtreden van gedragscodes door raadsleden, anders dan schorsing en vervallen verklaren van lidmaatschap van de raad?
Bij vraag 1 denkt de Juridische Vraagbaak aan het begrip misbruik en oneigenlijk gebruik zoals de accountant dat toepast bij de controle op de jaarrekening en denk ik aan de gedragscode voor bestuurders op het overtreden waarvan geen expliciete sancties staan en zeker niet het schorsen of vervallen van het raadslidmaatschap.
Ervan uitgaande dat de gedragscode geen bepalingen bevat als die genoemd in art. 15, lid 1 Gemeentewet (verboden handelingen raadslid) kan de Juridische Vraagbaak zich niet voorstellen dat er directe juridische sancties voortvloeien uit het overtreden van de gedragscode. En zeker niet de sanctie van schorsing of vervallenverklaring van het raadslidmaatschap! In de praktijk zullen gedragscodes toch vooral bepalingen bevatten die weliswaar uit oogpunt van bestuurlijk integer handelen of nalaten zeer aanbevelenswaardig zijn, maar juridisch niet direct afdwingbaar.
Met betrekking tot schorsing en vervallen verklaring van het raadslidmaatschap is in de Kieswet vastgelegd in welke gevallen dit kan.
artikel X1 Kieswet
Zodra onherroepelijk is komen vast te staan dat een lid van een vertegenwoordigend orgaan een van de vereisten voor het lidmaatschap niet bezit (artikel 10 Gemeentewet) of dat hij een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult (artikel 13 Gemeentewet), houdt hij op lid te zijn.
artikel X8 Kieswet
Het lid van de gemeenteraad dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, kan in zijn betrekking worden geschorst door burgemeester en wethouders. Dit college onderwerpt de zaak aan het oordeel van de raad in zijn eerstvolgende vergadering. De raad kan, na de geschorste in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, hem van zijn lidmaatschap vervallen verklaren. Indien hij daartoe geen aanleiding vindt, heft hij de schorsing op. De raad kan ook ambtshalve het lid dat in strijd met artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet handelt, na hem in de gelegenheid te hebben gesteld zich mondeling te verdedigen, van zijn lidmaatschap vervallen verklaren.
De zware sancties van schorsing en vervallen verklaring van het raadslidmaatschap kunnen dus alleen worden toegepast bij overtreding van de Gemeentewet.
De gedragscode bestuurlijke integriteit kent geen sanctionering. Gedragscodes kennen geen regels die rechtskracht hebben, maar wel regels met politieke en bestuurlijke relevantie. Bestuurders zijn op de naleving aanspreekbaar, zij kunnen daarover ter verantwoording worden geroepen en wanneer zij zich er niet aan houden kan dat gevolgen hebben voor hun functioneren en hun positie.
pijl omhoog
dot
dotWie doet het voorstel voor benoeming van de wethouders? Het demissionaire college of de burgemeester?
Het meest logisch is dat de coalitie de wethouders naar voren schuift. Noch het demissionaire college noch de burgemeester hebben hierin een rol. Het zou heel vreemd zijn als een voorstel van hen afkwam. De raad benoemt en draagt dus ook voor. De coalitie bemenst het college. De oppositie heeft daar ook geen boodschap aan.
pijl omhoog
dot
dotWie is bevoegd om de prijzen vast te stellen voor verkoop/uit te geven gronden door de gemeente, en waar is dat geregeld, behoudens 160-e van de Gemeentewet?
Het college sluit de overeenkomst. De raad stelt in de paragraaf grondbeleid van de programmabegroting het grondbeleid vast, eventueel verwijzend naar een door de raad vastgesteld Nota grondbeleid. In het grondbeleid kan de raad regelen hoe de grondprijzen worden bepaald. De raad kan dus de systematiek vaststellen.
De raad van Hoogeveen heeft bijvoorbeeld in de Nota grondbeleid van december 2005 bepaald dat de gemeente bij gronduitgifte een functioneel en marktconform grondprijsbeleid hanteert via de residuele berekening samen met analyses van recente projecten en benchmarking. Daar komt een vaste grondprijs uit die het college jaarlijks vertaald in een Nota grondprijsbeleid die door het college wordt vastgesteld.
pijl omhoog
dot
dotWie is bevoegd tot het benoemen van de leden van het Algemeen Bestuur (AB) in een Gemeenschappelijke Regeling die uitsluitend getroffen is door colleges van burgemeester en wethouders (zie art 13, lid 3 en lid 6 van de WGR)
De Juridische Vraagbaak verwijst naar artikel 13, zesde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Dat gaat over het benoemen van een bestuur van een regeling die uitsluitend door colleges is getroffen. De eerste vijf leden van het artikel worden niet gewoon van toepassing verklaard, maar van overeenkomstige toepassing. Dat houdt in dat waar raad staat in de eerste leden, hier college moet worden gelezen. Een en ander betekent dat het bestuur van een uitsluitend door college gevormde regeling door de colleges wordt benoemd.
pijl omhoog
dot
dotWij willen ons als stad meer gaan profileren door middel van city-branding, hoe doen we dat?
Wil een stad meetellen of op zijn minst de nodige toeristen trekken, dan moet je er voor zorgen dat die klomp stenen een eigen 'smoel krijgt'. City-branding is een wat minder platvloerse benadering van een stad.
Hoe in de wereld over je stad gedacht wordt, is bepalend voor de houding die bedrijven, bezoekers en bewoners aannemen ten opzichte van economische en culturele activiteiten. Steden gaan steeds meer op elkaar lijken. Om zich te onderscheiden gaan steeds meer steden aan city branding oftewel city marketing doen.
Om hiermee te beginnen schetst een stad een beeld over zichzelf tijdens de verkenningsfase. Hierbij inventariseert de stad:
• Welke organisaties zijn reeds betrokken bij city branding?
• Welk imago de stad heeft bij de bewoners, bedrijven en bezoekers?
• Welk imago hebben soortgelijke steden uit de regio, een benchmark?
Vervolgens gaat de stad in de verdiepende fase met relevante partijen om de tafel zitten om een sterkte-zwakte-analyse te maken. Tijdens deze fase kijkt de stad:
• Welke verbeteringen zien doelgroepen van de stad?
• Wat zijn gemiste kansen voor de stad?
• Welke keuzes moeten er gemaakt worden om een transparant imago te verkrijgen?
Vervolgens zullen de beleidsbepalers op basis van voorgaande vragen moeten beslissen welke richting zij op willen met hun stad. Hierbij kijkt men naar de consequenties die er zijn op gebieden als werkgelegenheid, wonen, toerisme, bereikbaarheid en leefbaarheid.
Ten slotte moeten de beleidsbepalers een nieuwe opzet van hun organisatie maken. Tijdens de zogeheten implementatiefase beslist de stad over zaken als:
• opzet van de organisatie;
• uitwerking van de verantwoordelijkheden in taken;
• inhoudelijke en financiële sturing;
• doelgroepbenadering;
• een marketingcyclus;
Na ongeveer 4 à 5 jaar is het raadzaam om dit hele traject opnieuw in te gaan. Dit is overigens niet alleen op stedelijk niveau aan te bevelen maar ook op wijkniveau. Verder is dit wellicht een interessante site: http://www.binnenstadsmanagement.org/ , bevat deze pagina interessante publicaties over city marketing: http://www.euricur.nl/publications/sportsandcitymarketingbook.htm En is tenslotte deze publicatie één van de meest succesvolle en bekende Nederlandse werken over city marketing/branding: http://www.groepsportretten.nl/gp_02/publicatie.html
pijl omhoog
dot
dotZijn de besluiten van de raad wel of niet geldig als de griffier ter vergadering niet aanwezig was? En wat te doen?
De bepaling in de gemeentewet dat de griffier aanwezig is in de raadsvergadering heeft de strekking dat de griffier het recht heeft om aanwezig te zijn. Het is geen constitutief vereiste voor het nemen van een rechtsgeldig besluit. Daarvoor geldt alleen het vereiste van het quorum van raadsleden dat aanwezig is zoals dat blijkt uit de presentielijst. De griffier kan nog steeds tekenen als hij zich op een andere wijze dan door lijfelijke aanwezigheid ervan heeft overtuigd dat het besluit genomen is, bijvoorbeeld door een geluidopname te beluisteren of zich door anderen hierover te laten informeren. Datzelfde geldt voor de aanwezigheid van de plaatsvervangend griffier als de griffier er niet is. Dit neemt overigens niet weg dat het verstandig is te voorzien in meer dan een plaatsvervanger. Dat geldt ook voor de voorzitter. Het achteraf benoemen van een plaatsvervanger lijkt mij dus overdone.
Er moet een onderscheid worden gemaakt tussen het aanwezig zijn van de griffier tijdens de raadsvergadering en het nemen van rechtsgeldige besluiten. In ieder geval is het zo dat conform de Gemeentewet (artikel 107b) en in aansluiting daarop de instructie van de griffier uitgaat van zijn of haar aanwezigheid tijdens de raadsvergadering. Dit laatste is van belang omdat de griffier mede-ondertekent (artikel 32 a Gemeentewet). Dus moet weten wat er besloten is tijdens de vergadering.
Nu was de vervanging van de griffier niet geregeld voor een 2e waarnemer. Door zijn aanwezigheid is wel stilzwijgend akkoord gegaan met de vervanging, wellicht al door vermelding bij aanvang van de raadsvergadering dat de griffier wegens ziekte verhinderd is. Ik vind dat daar in voldoende aanleiding kan worden gevonden de waarnemend griffier alsnog (rechtmatig) te benoemen in ieder geval voor de in geding zijnde raadsvergadering.
Art. 107b Gemeentewet bepaalt dat de griffier in de vergadering van de raad aanwezig is. Deze bepaling is in de wet opgenomen, gelet op het bepaalde in art. 32a Gemeentewet: "De stukken die van de raad uitgaan, worden door de burgemeester ondertekend en door de griffier medeondertekend".
Het lijkt mij duidelijk dat voor de rechtsgeldigheid van raadsbesluiten de handtekening van de burgemeester (of bij diens afwezigheid die van de plv. raadsvoorzitter) èn van de griffier onder de betreffende brieven vereist is. Over de gevolgen voor de rechtsgeldigheid van raadsbesluiten, indien de griffier ter vergadering afwezig is, regelt de wet echter niets.
Nietigheid van de bij afwezigheid van de griffier genomen raadsbesluiten lijkt mij wel zeer vergaand. En ook een eventueel beroep op vernietigbaarheid lijkt mij niet erg kansrijk bij de rechter.
Ik wijs ten slotte nog op art. 107d, eerste lid van de Gemeentewet: de raad "regelt" de vervanging van de griffier. Deze formulering biedt de raad m.i. de nodige ruimte, ook om achteraf iets 'recht te breien'.
Regelen is tenslotte iets anders dan benoemen.
pijl omhoog
dot
dotZijn de fracties wettelijk verplicht om de aanwending van de fractieondersteuning te verantwoorden?
Zie met name lid 3 van artikel 33 Gemeentewet:
  1. De raad en elk van zijn leden hebben recht op ambtelijke bijstand.
  2. De in de raad vertegenwoordigde groeperingen hebben recht op ondersteuning.
  3. De raad stelt met betrekking tot de ambtelijke bijstand en de ondersteuning van de in de raad vertegenwoordigde groeperingen een verordening vast. De verordening bevat ten aanzien van de ondersteuning regels over de besteding en de verantwoording.
De VNG heeft een modelverordening gemaakt die door veel gemeenteraden is overgenomen. De raad is echter vrij om deze te gebruiken of een eigen verordening op te stellen.
pijl omhoog
dot
dotZijn er gemeenten die naast de formele regeling voor kinderopvang een vergoeding toekennen aan raadsleden voor incidentele kinderopvang (bijvoorbeeld oppas bij avondvergaderingen)?
Sinds 1 januari 2007 is de regelgeving gewijzigd. Werkgevers geven geen bijdragen meer in de kinderopvang. De bepaling is daarom uit de modelverordening gehaald.
Zie ook de ledenbrief VNG van 29 maart 2007.
pijl omhoog
dot
dotZijn er juridische haken en ogen aan het idee om in de raadsvergadering alle hamerstukken met één hamerslag (op basis van lijstje) vast te stellen? (Het voorstel om een stuk als hamerstuk te bestempelen wordt door het presidium gedaan, omdat wij geen commissies ter voorbereiding van de raadsvergadering meer hebben.)
Er zijn geen formele beletselen, mits het een en ander maar goed is geagendeerd. In ieder geval dat bij het agenderen duidelijk verwoord moet worden welke voorstellen bij hamerslag kunnen worden vastgesteld. De raad kan vervolgens bij het vaststellen van de agenda in die zin een beslissing nemen, danwel een andere. Zijn er geen opmerkingen over gemaakt dan stelt de voorzitter op grond van (in Veere artikel 28) van het Reglement vast dat de voorstellen zonder hoofdelijke stemming zijn aangenomen. Leden van de raad kunnen bij het vaststellen van de agenda altijd aangeven dat zij over een voorstel iets naar voren willen brengen, of vragen om stemming.
In Sittard-Geleen is de gangbare praktijk dat in het presidium de agenda wordt voorbereid voor de raad. Het presidium gaat daarbij uit van het advies van de raadscommissies. Als een stuk volgens het advies van de raadscommissie een hamerstuk is wordt het al zodanig (vooraan) op de agenda gezet. Tijdens de raadsvergadering zelf wordt vervolgens de agenda vastgesteld, daarna loopt de voorzitter eerst de hamerstukken na. Hij noemt elk voorstel en geeft daarbij aan dat de raadscommissie daarover heeft geadviseerd dit stuk als hamerstuk af te doen, vervolgens vraagt hij of de raad daarmee akkoord is, en hamert hij het voorstel af.
Er is volgens mij dus geen enkel bezwaar om stukken als hamerstukken af te doen, mits de raad daarmee instemt.
pijl omhoog
dot
dotZijn er richtlijnen voor voorzieningen voor raadsleden(bijvoorbeeld computer) en onkostenvergoedingen van fracties? En waar kunnen die gevonden worden?
De vragen die nu zijn gesteld zijn breed van opzet en laten zich niet snel beantwoorden. Veel van de vragen en antwoorden zijn terug te vinden in de uitgave van de SDU (pocketreeks lokaal bestuur), 'De rechtspositie van de gemeentelijke politieke ambtsdragers'. De laatste ledenbrief van de VNG gaat uitgebreid in op de rechtspositie van (o.a.) raadsleden. Het gaat om de brief van maart 2007, ECCVA/U200700476. In de toelichting op de (gewijzigde) modelverordening wordt in deze brief ingegaan op de verschillende voorzieningen die voor raadsleden kunnen worden getroffen, zoals computer- en internetverbinding. De ledenbrief is te downloaden via de VNG-site.
Wel kan al worden aangegeven dat de vergoedingen voor de leden van de raad bestaan uit een aantal componenten. In 2001 is een aantal componenten overgeheveld naar de gemeentelijke bedrijfsvoering. Dit met dien verstande dat uit de bedrijfsvoering een pc aan de leden van de raad beschikbaar kan worden gesteld. Beschikbaar stellen is mogelijk op basis van een raadsverordening. Daarnaast is beschikbaar stellen mogelijk binnen fiscale marges. Die marges staan ook vermeld in de SDU uitgave en kunnen worden nagevraagd bij de fiscus.
Fractievergoedingen kunnen fiscale gevolgen hebben als er sprake is van een aangestelde fractieassistent. Omdat de assistent als regel door de fracties wordt aangesteld, zijn er voor de gemeente geen fiscale gevolgen.
pijl omhoog
dot
dotZijn er voorbeelden van andere gemeenten over het van toepassing verklaren van de rechtspositieregeling op de griffier. En ten aanzien van andere regelingen, vb. interne klachtenregeling, procedure functiebeschrijving etc. ?
Sinds de dualiseringswetgeving en het uit elkaar trekken van taken en bevoegdheden tussen college en gemeenteraad, bepaalt artikel 160 van de gemeentewet dat het college ambtenaren aanstelt, ontslaat e.d. Dit met uitzondering van de griffier en de op de griffie werkzame ambtenaren.
Artikel 107 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad de griffier benoemt en ontslaat. Hiermee neemt de griffier een bijzondere positie in en is het ook noodzakelijk dat goede afspraken worden gemaakt over zijn rechtspositie. Rechtspositionele zaken komen aan de orde bij de aanstelling door de raad en in het aanstellingsbesluit ligt het voor de hand aansluiting te zoeken bij de CAR/UWO en de overige binnen de gemeenten van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen. Het is daarbij ook van belang om voor de griffier goed vast te leggen aan wie de raqaqd uitvoering opdraagt of overdraagt. Bijvoorbeeld aan het raadspresidium en/of burgemeester, c.q. degene die als direct leidinggevende voor de griffier optreedt.
Dus voor rechtspositionele zaken:
  • aansluiten op de binnen de gemeente van toepassing zijnde rechtspositionele regelingen en de CAR/UWO
  • dit bij de aanstelling van de griffier door de raad vastleggen
  • vastleggen in aanstellingsbesluit voor de griffier
  • afspraken maken over delegatie-mandaat van rechtspositionele bevoegdheden aan presidium en direct leidinggevende van de griffier
Bijgevoegd treft u als voorbeeld aan het raadsvoorstel waarmee de rechtspositie van de griffie in Weert is geregeld. De interne klachtenregeling is nog niet aangepast en van de procedure om te komen tot een functiebeschrijving heeft de griffie helaas nog geen stukken.
Raadsvoorstel rechtspositie griffie (PDF, 52 KB)
pijl omhoog
dot
dotZijn er voorbeelden van functiebeschrijvingen beschikbaar van de functie van griffier?
Het tempo en de richting van de ontwikkeling van de griffierfunctie bij gemeenten is zeer verschillend. Eén vast voorbeeld van een functiebeschrijving bestaat op dit moment (nog) niet. De vaststelling van taken en bevoegdheden van de griffier en het gekozen inschalingsniveau is een lokale aangelegenheid. Daarom heeft de Vereniging van Griffiers haar leden gevraagd voorbeelden aan te leveren van functiebeschrijvingen. Deze voorbeelden kunt u vinden in het Dossier Functiebeschrijvingen griffie(r).
In opdracht van de Vereniging van Griffiers (VvG) heeft GITP sector Openbaar Bestuur in het voorjaar van 2004 een onderzoek uitgevoerd naar de strategische positionering van de griffierfunctie bij gemeenten en in relatie daarmee naar de bezoldigingspositie. Het rapport behandelt onder andere de competenties die benodigd zijn voor de griffiersfunctie. Download voor meer informatie het rapport: Griffier op maat
De taak van de griffier bestaat uit het terzijde staan van de raad en de raadscommissies bij de uitoefening van hun taak. Verder is de griffier aanwezig in de raadsvergaderingen en bij het medeondertekenen van raadsstukken. De griffier vervult dus de functie van secretaris tijdens de raadsvergaderingen.De raad bepaalt verder zelf de precieze taken en werkzaamheden van de griffier. Deze kunnen variëren van administratieve, procesmatige tot inhoudelijke ondersteuning van de raad. Kijk voor meer informatie op de website www.actieprogramma.nl .
Tot slot verschijnen er soms functiebeschrijvingen op de website van Binnenlands Bestuur
pijl omhoog
dot
dotZijn persoonlijke brieven die gestuurd worden aan de gemeenteraad openbaar? Situatieschets: Onlangs heeft een inwoner van de gemeente een brief naar de gemeenteraad gestuurd (dit betrof een reactie op een besluit van de gemeente dat een vergunning aan hem geweigerd was en hij de gemeente aansprakelijk stelde voor de schade en zijn beklag deed over de afhandeling van deze zaak). Het lokale dagblad heeft, na het lezen van de lijst ingekomen stukken, aan de griffie gevraagd om een afschrift van deze brief. Na overleg met afdeling juridische zaken is besloten dit enkel toe te staan na overleg met de afzender. Deze afzender geeft echter aan in het verleden dusdanig beschadigd te zijn door berichtgeving in dit dagblad dat hij niet wil dat een kopie van zijn brief wordt doorgestuurd. Het lokale dagblad beroept zich nu op de Wet Openbaarheid van Bestuur. Graag horen wij van u, wat in uw ogen de juiste gang van zaken is en uit welke wetsartikelen u dit afleidt.
O.g.v. de WOB dient binnen 4 weken te worden beslist op een WOB-verzoek. Artikel 6 WOB verklaart artikel 4:8 Awb van toepassing. Voordat een bestuursorgaan een beschikking geeft waartegen een belanghebbende die de beschikking niet heeft aangevraagd naar verwachting bedenkingen zal hebben, stelt het die belanghebbende in de gelegenheid zijn zienswijze naar voren te brengen indien:
a. de beschikking zou steunen op gegevens over feiten en belangen die de belanghebbende betreffen, en
b. die gegevens niet door de belanghebbende zelf ter zake zijn verstrekt. Alhoewel onderdeel b in deze casus niet aan de orde is, heeft de gemeente deze bepaling kennelijk wel toegepast. Nu verkeert men in de situatie, dat belanghebbende in zijn zienswijze heeft aangegeven bezwaar te hebben tegen openbaarmaking. Dat neemt echter niet weg, dat de gemeente zelf de afweging dient te maken. De criteria zijn in artikel 10 van de WOB nauwkeurig omschreven. Ook het niet openbaar willen hebben van de informatie door belanghebbende doet hieraan niet af. Het verzoek dient aan art. 10 getoetst te worden, waarbij opgemerkt dient te worden dat men behoort te weten, dat informatie bij een overheidsorgaan in principe openbaar is. Als men dat niet wil, dient men een andere weg te kiezen, bv. persoonlijk bestuurders benaderen en een gesprek voeren.
Tot slot speelt nog een rol, dat eenmaal (bewust of onbewust) openbaar gemaakte informatie vanaf dat moment openbaar blijft.
De praktijk wijst uit dat er een spanningsveld bestaat tussen de Wob en de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Het College Bescherming Persoonsgegevens (de 'privacywaakhond') heeft over dit spanningsveld vorig jaar een nogal opzienbarend consultatiedocument uitgebracht. Zo stelde het CBP o.a. dat raadsverslagen waarin insprekende burgers bij naam worden genoemd slechts enkele maanden op internet mogen worden gepubliceerd, niet voor zoekmachines indexeerbaar mogen worden gemaakt en in audiovisuele vorm slechts via internet toegankelijk mogen zijn tot het moment waarop het schriftelijke verslag beschikbaar is.
De Vereniging van Griffiers heeft zich zeer kritisch over dit document uitgelaten. Kern van de bezwaren is dat openbaarheid van de besluitvorming van de raad (inclusief de inbreng van burgers daarbij) een van de pijlers is van ons staatsbestel. De staatssecretaris van BZK heeft in een brief d.d. 28-8-2008 meegedeeld de zienswijze van de VvG te delen.
Wat betreft de openbaarmaking van persoonsgegevens van burgers die een brief aan de raad sturen nog het volgende. Er zijn griffies die adressanten erop wijzen (d.m.v. de ontvangstbevestiging) dat hun brief met persoonsgegevens in beginsel openbaar wordt (via toezending aan de pers en plaatsing in het raadsinformatiesysteem). De briefschrijver wordt daarbij in de gelegenheid gesteld aan te geven dat hij/zij geen prijs stelt op een dergelijke openbaarmaking.
In Den Haag volgen wij deze werkwijze, die mede op advies van de gemeentelijke ombudsman is overeengekomen.
pijl omhoog


 dot
© 2007 Nicis Institute-colofon-disclaimer-privacydotRSS feed